18 december 2025

 

Ananasgebak voor de anarchist

 

Patricia Van den Eeckhout

 

De negentienjarige schoenmaker Léon Léauthier was al op jonge leeftijd anarchist geworden. Hij wou wraak nemen op de maatschappij, maar vooral: een “bourgeois” ombrengen. Het maakte niet uit wie, maar het moest wel iemand zijn van de gegoede klasse. Voor hij zijn plan ten uitvoer bracht, wilde hij eerst goed gaan eten, maar zonder te betalen. In november 1893 koos hij daarvoor het bekende Parijse restaurant Marguery uit. Hij dronk er champagne en een fles wijn van Mâcon en at gebraden kwartels en ananasgebak. Nadat hij zo’n twee uur had getafeld, liet hij aan de kelner weten dat hij niet kon betalen. Die riep er Marguery bij. Na een woordenwisseling zette de uitbater hem op straat.

 

L’Intransigeant, 23 november 1893 (gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France)

 

De volgende dag trakteerde Léauthier zich met geleend geld op een scheerbeurt bij een kapper en vervolgens toog hij naar een Bouillon Duval, de gekende Parijse eethuisketen. Daar kwamen vooral mensen van de lagere middenklasse over de vloer. De Parijse elites trof men er niet aan. Maar toch zou Léauthier in de bouillon op een slachtoffer met het “juiste” profiel stuiten. Eerst moest er echter gegeten worden: soep, vleeskroketten, vis, kaas, koffie, likeur en… ananasgebak.

 

Aan de serveerster van Duval viel op hoe tergend traag Léauthier at. Hij gebruikte maar één hand, want de andere hand hield het schoenmakersmes vast dat onder zijn kleren verborgen was. Deze traag etende klant joeg de serveerster op kosten. Zij moest leven van fooien en als deze trage eter eindeloos beslag legde op een tafel, belette dit dat zij op die plek andere eters bediende en hun fooien verzamelde. Wist zij veel dat Léauthier helemaal geen drinkgeld zou geven.

 

Vlakbij het tafeltje van de anarchist had iemand plaats genomen die als “bourgeois” kon worden omschreven. Léauthier kende hem van haar noch pluim: het was een Servische minister, Rista Georgewitch. Toen die laatste zijn maaltijd had beëindigd en zijn jas wou aantrekken, wierp Léauthier zich op hem. Met zijn schoenmakersmes stak hij Georgewitch in de borst en vluchtte weg. Hij ging zich kort daarna bij de Parijse politie aangeven. Georgewitch overleefde de aanslag.

 

In 1894 werd Léauthier veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Levenslang bleek in zijn geval maar kort te duren: datzelfde jaar kwam hij om bij een schermutseling tussen bewakers en gevangenen.   

 

 

De uitvinding van de pistolet

 

Peter Scholliers

 

In de 17e en tot diep in de 18e eeuw werd het brood van het kleine stadje Gonesse “het beste van heel Frankrijk” genoemd. Al rond 1620 apprecieerden rijke Parijzenaars dit brood dat gemaakt was van tarwebloem en desem, compact gekneed en gebakken, rond of hoekig en dat doorgaans 1 kilo woog. Bovendien was het niet veel duurder dan ander brood.

 

            Gonesse, op zo’n 25 kilometer ten Noorden van Parijs, lag midden in een vruchtbare graanstreek. De enkele bakkers bakten voor de eigen bevolking maar almaar meer voor Parijs dat schreeuwde om brood. Al rond 1730 waren er in het dorpje niet minder dan 100 bakkers aan het werk, die dagelijks de Parijse markten bevoorraadden. Het succes van het pain de Gonesse duurde tot het einde van de 18e eeuw, toen luchtigere, krokante, langwerpige broodjes populair werden. Van de 100 bakkers van Gonesse bleven er rond 1800 slechts tien over.

 

Tijdgenoten verbaasden zich over het succes. De ene verklaarde het door het commerciële vernuft van de bakkers van Gonesse, een andere door een mode (die dan wel erg lang duurde), maar de meesten wezen op het uitzonderlijk zuivere water van het plaatselijke riviertje. De faam van het brood van Gonesse was dermate groot, dat het woord “Gonesse” synoniem werd van “uitmuntend”.

 

Parijs zette de toon en dus schreven ook buitenlanders met culinaire interesse over het brood van Gonesse. Al vanaf de prille 17e eeuw kopieerden Duitse, Hollandse, Italiaanse, Spaanse, Zwitserse en vooral Engels boeken, kranten en reisgidsen de Franse traktaten over dat brood. Een Nederlands voorbeeld uit 1647: “Alsoo wordt te Gonesse goet broot gebakken, ’t welck meest nae Parys ghevoert werdt, om dat men daer veel van de goede en lieflycke smaeck houdt”. Een Italiaanse bron uit 1773: “Het brood van Gonesse is het allerbeste wegens het water”, wat een Engelse encyclopedie herhaalde in 1813: “Het water van Gonesse maakt het lokale brood zo smakelijk”.

 

 

Afbeelding met tekst, handschrift, Rechthoek, Parallel

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

Bepaling van de prijs en het gewicht van zeven broodsoorten in Brussel in het extreem dure jaar 1817. Bron: Stadsarchief Brussel, Politie, POL 383 II.

  

België was een apart geval. De reputatie van het brood van Gonesse was dermate groot dat Brusselse bakkers in de jaren 1730 —en wellicht al eerder— een fijn, wit brood bakten en het geseyt van Gonesse noemden. Bijzonder was dat het een rechthoekige vorm had en niet meer dan 100 of 200 gram woog. Het was duur. In 1813 kostte het vier centiemen voor 100 gram, of 40 centiemen per kilo, terwijl huysbakken brood van tarwemeel zonder zemelen 27 centiemen per kilo kostte en brood van grof roggemeel slechts 15 centiemen. Samen met het melkbrood, mikte het pain de Gonesse op de stedelijke elites. In 1750 liet de landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, Karel van Lorreinen, het aan zijn gasten opdienen.

In de jaren 1820 was er geen spoor meer van “Gonesse” in de Brusselse bakkerijen. Kleine, fijne broodjes werden nog wel gebakken, maar niet langer “Gonesse” genoemd omdat die naam achterhaald was, wat in Parijs al veel vroeger het geval was. De broodjes werden “pisto(u)lets” genoemd, allicht in navolging van een Parijse mode ("pistole" of "pistoule" was een klein muntstuk). De naamGonesse” overleefde in de streek rond Luik. In Malmédy bestaat een bakkerij die nog altijd “les célèbres gonesses”, kleine ronde broodjes, bakt.