Posts tonen met het label Brussel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brussel. Alle posts tonen

12 februari 2026

 

Dikke macaroni in koude tomatensaus

 

Peter Scholliers

 

 

Rond 1890 hadden vegetariërs het niet gemakkelijk. Ze streden voor een vleesloze voeding die gezond, goedkoop, voedzaam en smakelijk was. Net in die periode werd vlees betaalbaarder en populairder. Vegetariërs werden weggehoond, te meer omdat ze geheelonthouders, moraalridders, religieuze fanatici en verwijfd zouden zijn.

 

            Maar verandering loerde om de hoek. In Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië ontstonden verenigingen die tijdschriften uitgaven, congresseerden en restaurants openden. In 1896 verscheen La Réforme alimentaire, het magazine van de Belgische vegetariërs en een jaar later opende het eerste Brusselse vleesloze eethuis. Journalisten rapporteerden niet zonder sympathie over deze nieuwe initiatieven, hoewel vaak met een schertsende ondertoon.

 

 

 

Afbeelding met gebouw, buitenshuis, huis, boom

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Het liefelijke Restaurant Végétarien (ivu.org/congress/wvc10/pre-con.html).

           

 

Het derde wereldcongres van de vegetariërs greep plaats tijdens de wereldtentoonstelling van Brussel in 1910. Het bood een uitstekende gelegenheid om propaganda te maken voor de vleesloze maaltijd. Om niet alleen de overtuigden te bereiken, werd besloten een vegetarisch restaurant te openen, waar iedereen welkom was en een folder kreeg toegestopt. Dat was tijdens de expo van Dublin drie jaar eerder al een succes.

 

            De secretaris van de Vegetarian Society, Albert Broadbent, had eerder drie vegetarische restaurants uitgebaat in Groot-Brittannië. Het werd zijn financiële ondergang. Dat belette hem niet het Brusselse Restaurant végétarien in te richten en te besturen. Hij keek toe op de bouw, wierf koks en meertalige diensters aan, stelde het menu op en besliste dat gerechten 75 centiemen en een viergangenmenu slechts 1 frank zouden kosten, wat redelijk goedkoop was. Het restaurant had een mooie locatie, pal naast het Terkamerenbos, bij de terminus van de tram. Het opende in april 1910.

 

 

            La Réforme alimentaire jubelde over de smakelijke, voedzame keuken aan schappelijke prijzen. Het vegetarisme was lang niet dood! Vleesloos eten was geen vluchtige mode, zoals vaak werd gedacht. Een Duits blad meldde dat het restaurant op sommige avonden 700 klanten had.

 

            Het Restaurant végétarien kreeg weinig aandacht van de pers. Als dat al gebeurde, sloot de commentaar aan bij de ironische toon uit de jaren 1890. De Gazette de Charleroi rapporteerde over het publieke banket (à 2 frank zonder drank) van juli 1910. Ze publiceerde het menu, dat de ongeveer 150 uitbundige eters begeesterde. Maar de journalist oordeelde scherp over de spijzen. De soep was koud en deed denken aan de “waterige soepjes uit onze kindertijd”, de veelbelovende kleine Napolitaanse noedels bleken een “dikke macaroni in koude tomatensaus”, terwijl het enige goede aan de spinazie de naam “Lucullus” was. De twee kleine aardappels met een zesde van een hardgekookt ei, de galantine (gebakje in aspic) met de hartige saus, de sla en de desserten waren eveneens ondermaats. Bovendien was alles koud, met uitzondering van de koffie. De sfeer was navenant.

 

 

Afbeelding met tekst, Lettertype, wit, zwart-wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Het menu van het vegetarisch banket van juli 1910 (Gazette de Charleroi, 6 juli 1910, p. 2; KBR- Belgicapress)

 

 

            Het Volk. Dagblad voor de Arbeiderspartij (Amsterdam) proefde een gewone maaltijd en was tevreden met de verhouding tussen prijs en kwaliteit, de bediening door “vriendelijke jonge meisjes” en de prachtige omgeving. Maar… “een doorsnee Hollander kan er zijn middagmaal niet mee doen” en moet een schotel à 75 centiemen bijbestellen.

            De tentoonstelling sloot in november 1910. Heeft het Restaurant végétarien impact gehad? Ongetwijfeld, volgens La Réforme alimentaire, want na de expo kreeg het magazine vele vragen over de vegetarische keuken. Maar die interesse bleek tijdelijk en het vegetarisme overleefde amper in de marge van de gastronomie.

 

 

22 januari 2026

 

Femicide in de Brusselse kelnerwereld

 

Patricia Van den Eeckhout

 

[SCROLL DOWN FOR TRANSLATING TOOL]

 

In de nacht van 27 op 28 januari 1913 stapte garçon de café Felix-Lambert Van Daelem naar het café-hotel Werts in de Brusselse gemeente Sint-Gillis. Toen hij in de Jamarlaan (in de buurt van het Zuidstation) aankwam, was het 1u30 in de ochtend. Alle klanten hadden het café verlaten. De eigenares van het etablissement genoot er samen met twee van haar serveersters van een kop bouillon. Van Daelem sprong het café binnen en schreeuwde: genoeg gegeten! Daarop vuurde hij verschillende revolverschoten af op een van de serveersters. Die overleed kort daarna aan haar verwondingen. Het slachtoffer was Emma De Muynck, zijn vroegere lief. De dader vluchtte weg en trok naar een café dat hij regelmatig met het slachtoffer had bezocht. Aan de cafébaas biechtte hij op wat hij zonet had gedaan. Hij was van plan zich de volgende dag aan te geven, maar een klant die zijn biecht had gehoord, verwittigde de politie. Van Daelem werd aangehouden.

 

Afbeelding met schets, buitenshuis, zwart-wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Het huis waar de misdaad werd gepleegd.

La Dernière heure, 11 november 1913 (BelgicaPress)

 

Het onderzoek naar de misdaad liep vertraging op omdat het moeilijk bleek de getuigenissen van garçons de café te verzamelen. De meesten waren enkel gekend met hun voornaam en hadden Brussel inmiddels verlaten. We vernemen waar en wanneer de dader geboren werd (hij was 24 jaar op het ogenblik van de feiten), maar voor het slachtoffer blijft die informatie achterwege.

 

Over de feiten als dusdanig bestond er weinig discussie, maar aanklager en verdediging waren het grondig oneens over de moraliteit van slachtoffer en dader. Vast stond dat ze elkaar in Brussel tijdens het carnaval van 1912 hadden ontmoet. De serveerster genoot kost en inwoon bij haar werkgeefster, maar van maart tot juni 1912 ging ze met Van Daelem samenwonen. Hij zou vervolgens de relatie hebben willen verbreken, wat op verzet stuitte van De Muynck die dacht dat ze zwanger was. Toen dat niet het geval bleek, zette ze zelf een punt achter de relatie, maar daarvan wilde de garçon de café niet weten. Die bestookte haar met brieven en dreigementen. Hij liet haar door een van zijn vrienden bespieden en verweet haar dat ze met andere mannen optrok. Aan haar werkgeefster had de dienster toevertrouwd dat de jaloerse garçon de café haar bedreigde: hij zou haar doden ofwel met vitriool (zwavelzuur) besproeien. Van Daelem had de serveuse opgezocht en een fles soda naar haar hoofd gegooid, waardoor hij een week gevangenisstraf opliep. Die veroordeling nam hij haar zeer kwalijk.

 

De advocaat van de beklaagde en de getuigen die hij opriep, schilderden Van Daelem af als een ijverige en spaarzame kelner, wiens gevoelens zwaar op de proef werden gesteld door het slachtoffer, dat als een zeer lichtzinnige vrouw werd geportretteerd. Een placeur, iemand die werkzoekend horecapersoneel aan een job hielp en zich daar goed liet voor betalen, maakte het proces van het slachtoffer. Zij zou zich de avances van verschillende mannen hebben laten welgevallen en hebben gezegd: als het spaargeld van Van Daelem op is, laat ik hem vallen. De openbare aanklager riposteerde: zelfs als dat zo was, kon hij op haar geen enkel recht doen gelden. Ze was noch zijn verloofde, noch zijn echtgenote.

 

Van Daelem werd tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld. Van voorbedachtheid zou geen sprake zijn. De jury stapte mee in de redenering van de verdediging dat hij zijn revolver die dag “toevallig” op zak had.