Dood in de pot
Patricia Van den Eeckhout
Op 23 januari 1904 stond er in de kookschool van de Alice-Frauenverein in Darmstadt een bonensalade op het menu. In 1889 had de al langer bestaande vrouwenorganisatie een kookschool opgericht waar vrouwen tegen betaling lessen konden volgen. De school had ook een aparte cursus bakken en een cursus inmaken in de aanbieding. Die laatste werd elk jaar in juli georganiseerd. Het eten van de kookschool werd, behalve aan de cursisten, geserveerd aan alleenstaande dames die mee mochten aanschuiven en bedeeld aan enkele gezinnen van buiten de school.
Voor de salade werden bonen genomen die enkele maanden eerder waren ingemaakt. Hoe het conserveren van de groente precies werd aangepakt, vernemen we niet. Kranten hadden het over “inmaken” zonder verdere uitleg. De directrice van de kookschool, Frau Goering, had alleszins zelf op de activiteit toegezien. Op 25 januari werd duidelijk dat er iets mis was. Sommige disgenoten leken met een of andere oogziekte te kampen, voelden zich zeer zwak en begonnen verlammingsverschijnselen te vertonen. Van de 24 personen die van de bonensalade hadden gegeten, werden er 21 ziek; 11 van hen overleefden hun bonenmaaltijd niet. Frau Goering was een van de slachtoffers.
Wat was er gebeurd? Verschillende getuigen verklaarden dat de bonen ongewoon mals aanvoelden en een opvallend sterke geur verspreidden. Het leek alsof er iemand uitbundig met Parmezaanse kaas had gestrooid. Een enkeling beweerde dat de bonen stonken als de pest, maar dat werd door een verslaggevende dokter in twijfel getrokken. Als de bonen effectief zo’n walgelijke geur zouden hebben verspreid, zouden er geen 24 personen van gegeten hebben. Wel leken de bonen een eerder ranzige geur te hebben en die geur zou versterkt zijn nadat de bonen met azijn en (zure?) room werden aangemaakt. De schalen met de bonensalade zouden ook niet allemaal even sterk hebben geroken. Dat werd in verband gebracht met het feit dat de ziekte niet voor iedereen fataal verliep. De geur zou voor enkele eters alleszins ontradend hebben gewerkt. Dat zou Frau Goering ertoe hebben aangezet nog eens extra op te scheppen: met haar bonen was niets mis.
Het Handelsblad van 2 februari 1904 (BelgicaPress) wijst Frau Goering met de vinger.
De dokters stonden voor een raadsel. Ze dachten aan botulisme, een vorm van vergiftiging die al langer bekend was. Maar botulisme werd geassocieerd met vlees en niet met groenten. Daarom hielden sommige dokters vol dat op een of andere manier een stukje vlees bij de ingemaakte bonen moest zijn terechtgekomen. Ook zouden de bonen onvoldoende zijn gewassen alvorens te worden ingemaakt. Dat de groente, terwijl ze nog in de grond stond, werd begoten met mest van het nabijgelegen varkenshok, werd ook als risicofactor gezien.
Uiteindelijk werd de inadequate inmaakmethode als de schuldige aangewezen. Het besef drong door dat groenten met een geringe zuurtegraad bij het inmaken botulisme kunnen teweegbrengen en dat koken op 100°C niet volstaat. Duitse producenten van conserven waren er als de kippen bij om de consumenten gerust te stellen en te verzekeren dat bij hen alle voorzorgen in acht werden genomen.