Posts tonen met het label Salmonella. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Salmonella. Alle posts tonen

20 augustus 2026

 Waren er voor 1900 geen voedselvergiftigingen? 


Patricia Van den Eeckhout 


Wie het woord “voedselvergiftiging” invoert in het Belgische digitale krantenarchief BelgicaPress, vindt voor 1914 helemaal niets. De krantenarchieven van Brugge, Ieper, Aalst en Vlaams-Brabant leveren voor die periode evenmin iets op. Het begrip “intoxication alimentaire” duikt in BelgicaPress voor de eerste keer op in 1892, het verschijnt vervolgens sporadisch, om in 1912 plots te pieken omdat ene “docteur De Cock” het gebruikte in de publiciteit voor een maagmiddel. 

In het Nederlandse digitale archief Delpher komt het woord “voedselvergiftiging” in de kranten voor vanaf 1900, in tijdschriften vanaf 1908 en in boeken vanaf 1926. De woorden “levensmiddelenvergiftiging” en “eetwarenvergiftiging” doen het nog “slechter”.

Het lijkt wel of men voor het begin van de 20e eeuw in België en Nederland amper van een voedselvergiftiging had gehoord. Maar wat is een voedselvergiftiging? De website Gezondheid en wetenschap definieert het begrip: “Een voedselvergiftiging is een maagdarminfectie die wordt veroorzaakt door het eten van voedsel of drinken van water dat besmet is met bacteriën of virussen. Ook gifstoffen afgescheiden door bacteriën kunnen de symptomen veroorzaken.”

Uiteraard hadden mensen al voor 1900 kwalijke ervaringen met besmet voedsel, maar het idee dat bacteriën of virussen daarvoor verantwoordelijk waren, moest nog volop worden verkend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het krantenverslag over de gevolgen van een begrafenismaaltijd in het Henegouwse dorp Ellezelles. Een aantal mensen werd zwaar ziek. Enkelen overleefden de maaltijd niet. 

 

Gazette van Brugge, 23 december 1895 (Erfgoed Brugge)


De Gentse microbioloog Emile Van Ermengem, die de ham onderzocht die tijdens de maaltijd werd gegeten, zou wereldberoemd worden met zijn identificatie van de ziekteverwekker: de Bacillus botulinus, die botulisme veroorzaakt. Hij deed er in 1897 uitgebreid verslag over in een publicatie die de woorden “intoxications alimentaires” in de titel droeg. Botulisme als dusdanig was al bekend, maar men had geen idee hoe dat proces in mekaar zat. Enkele jaren eerder had August Gärtner de naar hem genoemde bacil ontdekt, die salmonella veroorzaakt. 

De kennis over de processen die tot voedselvergiftiging leiden, vergrootte eind 19e eeuw dus met rasse schreden. Maar waarom duurde het tot begin 20e eeuw alvorens er in het Nederlands een begrip als “voedselvergiftiging” opdook? Dat men tevoren de ziekmakende processen niet doorgrondde, neemt niet weg dat men kon vaststellen dat voedsel mensen ziek maakte, met andere woorden: vergiftigde.

Mijn hypothese is dat het samengestelde woord “voedselvergiftiging” het onaangename feit dat voedsel kon doden, iets te dichtbij bracht. In tegenstelling tot het vervalsen van eetwaren was de handelende actor bij voedselvergiftiging geen boosaardige derde, maar de natuur zelf. Dat men “voedsel” en “vergiftiging” vanaf het begin van de 20e eeuw aan mekaar durfde vast te klinken, betekent niet dat men dat samengestelde woord meteen kwistig ging gebruiken.

De kranten in Delpher laten zien dat men tot de jaren 1930 nogal zuinig met het woord “voedselvergiftiging” omsprong. Maar eens het woord ingeburgerd, piekte het gebruik ervan als er zich spraakmakende gevallen van voedselvergiftiging voordeden. In de periode 1950-1959 werd het woord “voedselvergiftiging” het vaakst gehanteerd. Het jaar 1955 piekte: er was in de Nederlandse kranten veel aandacht voor een voedselvergiftiging in de kazerne van de Belgische gemeente Tervuren, maar ook werd de drievoudige moordenaar Gaston Dominici in Frankrijk slachtoffer van een voedselvergiftiging. De piek in 1955 was ook het resultaat van paniekberichten over een voedselvergiftiging in Indonesië, waar niets van aan bleek te zijn.

23 april 2026

 “Mogen de kleuters ijs eten?”


Patricia Van den Eeckhout 


Dat was de vraag die De Telegraaf in de zomer van 1921 stelde naar aanleiding van het ijsroomdrama in Meppel, een stad in de Nederlandse provincie Drenthe. Na het eten van roomijs op een warme zomerdag werden zo’n 250 mensen ziek en stierven er zes kinderen. Alle betrokkenen hadden last van braken en diarree, sommigen hadden koorts. De gebeurtenissen in Meppel werden internationaal opgepikt, vaak met redelijk wat overdrijving, zoals in onderstaand bericht te zien is.


 


New Zealand Times, 14 juli 1921 (paperspast.natlib.givt.nz)


Opvallend is dat nogal wat Nederlandse kranten het in hun verslaggeving over “roomijs” hadden, met aanhalingstekens, om duidelijk te maken dat er van room geen sprake was. Men kon ijs maken zonder room of eieren door gebruik te maken van ijspoeder. Vanaf het begin van de 20e eeuw werd dit product in de Nederlandse kranten aangeprezen. Met het ijspoeder, dat uit een mengeling van meel en suiker bestond, konden handelaars en huisvrouwen vlug en goedkoop ijs maken, zo beloofden de advertenties. Het poeder smaakte doorgaans naar vanille en moest met melk worden gekookt.  

Ook de venter die de dodelijke ijswafels had verkocht, was zo te werk gegaan. Sommige dagbladen benadrukten dat zijn woning nogal krap was. Enkele jaren later stelde een krant dat het bereiden van en het leuren met consumptie-ijs doorgaans werd beoefend door “de armste onder de armen”. De hygiëne liet geregeld te wensen over. Zo was men bijvoorbeeld gestoten op een venter die zijn ijsmengsel kookte in de pan die hij gebruikte om slachtafval voor zijn honden te bereiden. Een huisschilder bleek zijn werkplunje te wassen in de ketel die ook voor de ijsbereiding diende. Bij de venter uit Meppel werden dergelijke wantoestanden echter niet aangetroffen.

Omdat de ijscoman goede zaken had gedaan, was er van de kwalijke ijsbereiding niets overgebleven. Met het resterende ijspoeder en andere melk werd een nieuw ijsmengsel gemaakt. Daar was niets op aan te merken: “proefdieren aten den room met bijzonderen smaak en bleven volkomen gezond”. 

Maar hoe zat het met de melk waarmee het eerste ijsmengsel werd vervaardigd? De ijsventer benadrukte dat hij verse melk had gebruikt. Was ze misschien al van bij de boer besmet geweest? Werd de melk met water verdund? Of waren de kannen waarin de melk werd geleverd vervuild? Soms werden die uitgespoeld met water van een sloot in plaats van met leidingwater. Maar om een smeuïg ijsmengsel te maken, diende de melk tot aan het kookpunt gebracht. Dat zou eventuele bacteriën moeten vernietigd hebben. 

Het onderzoek van de slachtoffers bracht niet meteen antwoorden, maar uiteindelijk werd de bacillus enteritis Gaertner als de boosdoener aangewezen. Vandaag spreken we over salmonella. Hoe de bacterie in de ijsbereiding terechtkwam, werd nooit opgehelderd. Dat de zomerse warmte er voor iets tussen zat, is discutabel. Een van de gezinsleden van de ijscoman had van de bereiding geproefd nadat ze pas gemaakt was. Ook die persoon lag ziek te bed.  

Als gevolg van het voorval nam de argwaan ten aanzien van ijs dat op die manier werd aangeboden sterk toe. Er werd gewaarschuwd tegen venters die langs de weg of op kermissen ijs verkochten. Sommigen wilden de straatverkoop van niet-verpakte artikelen zelfs helemaal verbieden. In 1929 werd in Nederland een besluit uitgevaardigd dat de bereiding en verkoop van consumptie-ijs regelde.


29 januari 2026

 

De moorddadige oesters van Sète

 [scroll down for translating tool]

Patricia Van den Eeckhout

 

“Les huitres meurtrières de Cette”, de moorddadige oesters van Cette, titelden Franse kranten in 1907. De oesters van de Franse badplaats Cette (Sète geschreven vanaf 1928) hadden doden op hun geweten. Tien jaar eerder had de bacterioloog André Chantemesse, een leerling van Louis Pasteur, de oesters van Sète al aangeklaagd. De man werd echter niet geloofd. Hij werd er zelfs van beschuldigd de Franse oesterkweek te willen kapot maken. Ook in het buitenland irriteerde zijn boodschap. Het Algemeen Handelsblad karakteriseerde hem als “een zeer bekwaam maar niet geheel van phantaisie ontbloot bacterioloog”.

 

Maar de geest was uit de fles. De consumenten waren ongerust en daar leden niet enkel de oesters van Sète onder. Terwijl de Fransen in 1896 niet minder dan 1247 miljoen inheemse oesters kochten, was dit in 1903 gezakt tot 731 miljoen. De overheid publiceerde een sussend rapport in 1904. Maar tussen september 1906 en januari 1907 hadden in verschillende Franse steden mensen last van zware gastro-intestinale problemen. Allen hadden oesters van Sète geconsumeerd. Er werden 67 gevallen van buiktyfus vastgesteld, waarvan 18 met dodelijke afloop.

 

Afbeelding met buitenshuis, water, gebouw, schip

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Oesterpark in Sète

 

Aan de oesters zelf was niets te merken: ze zagen er fris en smakelijk uit. Heel wat van die oesters werden zelfs uiterst vers geconsumeerd, met name in Sète zelf. Maar dat was geen garantie op ongestoord genieten, zo wisten de arbeiders van de staalproducent Schneider. Omdat die onderneming uit Le Creusot een vestiging had neergepoot in Sète, werden een aantal arbeiders naar het kuststadje gestuurd, waar ze prompt met maag- en darmproblemen af te rekenen kregen.

 

            Wat was er mis met Sète? In de kanalen die het stadje doorkruisten, werden de oesters “vet gemetst” die in het nabijgelegen bassin van Thau waren opgevist. Die kregen het gezelschap van elders geoogste oesters. Probleempje: de riolen van de stad Sète mondden uit in die kanalen. Maar die “bemesting” werd ook gezien als een verklaring voor het feit dat de oesters van Sète sinds het einde van de 19e eeuw spectaculair goed gedijden. Het groeiproces waar een oester uit de Atlantische oceaan drie jaar overdeed, klaarde een oester uit Sète in een jaar. Bij de oesters van Sète werd echter de Eberth-bacterie aangetroffen, vandaag salmonella typhi genoemd.

 

            De verdedigers van de oesters van Sète spraken over spijtig toeval en dat er in het stadje, waar heel veel oesters werden gegeten, niet meer gevallen van buiktyfus waren dan elders. Maar dat bleek niet te kloppen: de ziektegevallen lagen vijf keer hoger. De bewoners hadden bovendien een bepaalde immuniteit verworven, die al van in de kindertijd werd opgebouwd. Buitenstaanders waren echter veel minder bestand tegen de ziekteverwekkers. Twee arbeiders van Schneider hadden hun oestermaaltijd met de dood bekocht.

 

            In 1907 konden de klachten over de oesters van Sète niet langer worden weggewuifd. Chantemesse die tien jaar eerder werd weggehoond, kreeg nu de uitnodiging om deel uit te maken van het comité dat de redding van de Franse oesterkweek moest verzekeren. Dat gezelschap werd voorgezeten door de bekende Parijse restaurateur Marguery en ook de baas van restaurant Prunier was van de partij.


06 november 2025

 

De kokkin die nooit haar handen waste

 

Patricia Van den Eeckhout

 

In november 1913 traden twee broers in het huwelijk met twee zusters. Plaats van het gebeuren: Cholet, in de Loirestreek. In het Hôtel du Bon Laboureur werd een feestmaal georganiseerd. Er waren zo’n vijftig aanwezigen op de bruiloft. Tien onder hen zouden het niet kunnen navertellen. De minister van binnenlandse zaken gaf de opdracht te onderzoeken wat er gebeurd was, want de zaak beroerde de gemoederen.

 

Sommigen meenden dat er kwaad opzet in het spel was en dat iemand arsenicum in het eten had gemengd. De bacterioloog André Chantemesse richtte zijn pijlen al snel op het dessert, want wie dat links had laten liggen, mankeerde niets. Achtendertig mensen hadden van het dessert geproefd; tien onder hen overleefden het niet. Sommige aanwezigen hadden al twee uur na het einde van de maaltijd last; anderen pas na 48 uur. Alle slachtoffers moesten braken en hadden hevige diarree. De kokkin was de enige die van het dessert had gegeten en geen enkel probleem ondervond. Maar zij had het geconsumeerd toen het net klaar was. De feestgangers aten de lekkernij dertig uur later, nadat het al die tijd in een warme keuken had staan wachten om gegeten te worden.

 

Afbeelding met schets, tekening, person, portret

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Dr. André Chantemesse

L’Impartial de l’Est, 2 februari 1896 (gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France)

 

De kokkin kreeg het zwaar te verduren: had ze het gezelschap moedwillig vergiftigd? De wetenschap pleitte haar vrij. Van kwaad opzet was geen sprake, maar wel van een schromelijk gebrek aan hygiëne. Blijkbaar was de vrouw niet aan haar proefstuk. Ook bij andere feestmalen waren er al slachtoffers gevallen, weliswaar niet met dodelijke afloop. In 1902, 1903, 1906 en 1910 had de kokkin al brokken gemaakt en waren disgenoten ziek afgevoerd.

 

Chantemesse ging uitgebreid in op het maakproces van het dessert, een soort crème waarvoor verse melk, suiker, zeste van citroen en 36 eidooiers werden gebruikt. Die ingrediënten werden sterk verhit of, in geval van de eidooiers, kwamen in contact met grote warmte. Dat mengsel werd in schalen verdeeld en daarbovenop kwam stijfgeklopt eiwit met verkruimelde makarons. Vervolgens werd de bereiding gedurende enkele minuten in de hete oven gezet om het eiwit wat kleur te geven. Het eiwit dat de warme brij bedekte, bleef echter goeddeels rauw. Meer dan 24 uur later deden de feestgangers er zich aan te goed.

 

De boosdoener was de Gärtner-bacil, een verouderde benaming voor salmonella. Daarmee was echter nog niet duidelijk waar die bacterie vandaan kwam. Een onderzoek van de stoelgang van de kokkin bracht opheldering: bij haar tierde die bacterie welig, maar ze werd er niet ziek van. Maar telkens als zij op een feestmaal ging koken, de omstandigheden niet meezaten en ze de meest elementaire hygiëne verwaarloosde, vielen er slachtoffers.