Posts tonen met het label kok. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kok. Alle posts tonen

02 april 2026

 De rijstpap van de kasteelheer

 

Patricia Van den Eeckhout

 

In de 18e eeuw werd van koks geregeld beweerd dat ze gifmengers waren. Soms sloeg dit op het feit dat ze slordig omsprongen met hun koperen kasserollen, zodat de toxische stoffen die ontstaan bij de oxidatie van koper met het voedsel in contact kwamen. Maar koks werd ook verweten dat hun rijke ragouts en hun zware sauzen slecht waren voor de gezondheid van hun broodheren. Die legden voortijdig het loodje omdat ze al die succulente gerechten niet konden weerstaan. Een enkele keer was de kok ook letterlijk een gifmenger.

 

In 1950 was de jonge kok Noël Romanoz in Toulouse op zoek naar werk. Hij was aan de slag geweest bij restaurant Lucullus, maar ondanks het feit dat zijn baas hem wel kon appreciëren, moest die hem toch laten gaan. Romanoz kwam vervolgens aan de bak als metselaarshulpje, maar ook hier volgde ontslag. Ronddolend in Toulouse liep hij een Spaanse priester, abbé Amiel, tegen het lijf, die hem voorstelde aan de bewoner van het kasteel van Empeaux, zo’n 35 km van Toulouse.

 

De kasteelheer was Béranger Alaux, een marktkramer in stoffen die fortuin had gemaakt. In 1940 was hij weduwnaar geworden. Na enkele dagen op proef te hebben gewerkt, werd Romanoz aangeworven als kok. Op het kasteel werkten en woonden ook een 60-jarige tuinier en een kamerknecht en een chauffeur die amper 20 waren.

 

Noël Romanoz (Qui? Le Magazine de l’énigme et de l’aventure, 16 juli 1951, gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France)

 

In de loop van 1951 voelde de 58-jarige kasteelheer zich almaar slechter. Hij belandde in het ziekenhuis, waar de dokters al snel aan vergiftiging dachten. De 27-jarige kok kwam in beeld. Romanoz bekende: inderdaad, hij had zijn werkgever gif toegediend. Rijstpap leende zich daar uitstekend toe: daar was Alaux dol op. Aanvankelijk deed de kok om de veertien dagen wat rattenvergif in de rijstpap. Maar dat leek weinig effect te hebben. Dus diende hij het gif om de drie dagen toe. De gevolgen bleven niet uit. Ook de kamerknecht zag zijn gezondheid op een bepaald moment sterk achteruitgaan. Hij bleek eveneens van de rijstpap te hebben gegeten.

 

Romanoz bekende ook waarom hij al gedurende zo’n zes maanden zijn baas probeerde te vergiftigen. Hij wou Alaux niet dood, maar die moest wel lijden. De kok was jaloers op de twee jongere dienstboden die in zijn ogen te veel aandacht kregen. Romanoz voelde zich opzijgeschoven. Volgens sommige kranten hield de kasteelheer er “speciale relaties” met zijn mannelijk personeel op na.

 

De bekentenissen van Romanoz vestigden de aandacht op een andere kwestie: de plotse en pijnlijke dood van de tuinier een aantal maanden eerder. Was ook hij een slachtoffer van Romanoz? Die zou zijn oog hebben laten vallen op het kleine huisje op het kasteeldomein waar de tuinier verbleef. Ondertussen was de priester die de kok en de kasteelheer in contact had gebracht, op de vlucht geslagen. Kranten hadden het over zijn “tegennatuurlijke neigingen” en bestempelden hem als een pooier in soutane, die bovendien als een agent van het Franco-regime zou optreden.    

 

Noël Romanoz bekende de poging tot vergiftiging op zijn werkgever, maar ontkende elke betrokkenheid bij de dood van de tuinier. Die zou worden opgegraven om een exacte doodsoorzaak te bepalen. Of dat ooit gebeurde, is een raadsel. De kranten zwegen ook over de straf die de kok werd toebedeeld. Romanoz overleed in 2013.

11 december 2025

 

De kok van Leopold II

 

 

Peter Scholliers

 

 

Jules Quenon werd op 29 april 1839 geboren in Etrun, een dorpje naast Arras (Pas-de-Calais). Als elfjarige was de jongen het slachtoffer van een moordpoging. Hij had de dienstbode thuis op diefstal betrapt en de panikerende vrouw wist niet beter dan hem te kelen. Maar de kleine Jules kon naar buiten strompelen, achtervolgd door de vrouw. Daar werd hij gered en zij bijna gelyncht. De vrouw kreeg de doodstraf, Jules overleefde.

 

Dertig jaar later werd hij aangesteld als chef de cuisine in het koninklijk paleis van Brussel. Waar Quenon de stiel leerde, weten we niet, maar in de ouderlijke bakkerij deed hij allicht wat ervaring op. In de jaren 1870 had hij zich opgewerkt tot chef-kok van graaf Charles de Bryas, telg van een oude adellijke familie uit Noord-Frankrijk. De graaf bezat een huis in Parijs, een stad waar Quenon vaak verbleef. Hij huwde er in 1874 en kreeg er twee zoons en een dochter.

 

 

Afbeelding met tekst, handschrift, handgeschreven

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Lonen van het keukenpersoneel, december 1902, met bovenaan Quenon, “Chef de bouche”, à 291,66 frank per maand. Bron: Archief Koninklijk paleis Brussel, Civiele lijst, “Traitements”, 1902.

 

 

Blijkbaar was de reputatie van zijn kookkunst de grens overgestoken, want begin 1880 had de grootmaarschalk van het paleis van Brussel hem op het oog als nieuwe kok van de koning. De grootmaarschalk wilde Quenon naar Brussel lokken met een jaarloon van 3.500 frank, een vaste bonus van 1.200 frank, vijf procent op de winst gemaakt bij spaarzame voedselaankopen, een deel van de gratificaties die elk personeelslid van het paleis genoot, twee warme maaltijden per dag, gratis medische zorg en een pensioen. Alles bij elkaar zou Quenon zo’n 8.000 frank per jaar verdienen (ongeveer 60.000 euro). Iemand had op het ontwerp van contract in potlood toegevoegd: “Bied hem 500 frank meer en zeg hem dat bij de overheid, als men tevreden is, de lonen worden verhoogd”. Leopold II bemoeide zich nu en dan met het huishouden. Had hij die woorden geschreven?

 

Van die bijkomende 500 frank of de loonsverhoging kwam niets in huis. De grootmaarschalk wilde besparen op de voedseluitgaven die in de jaren 1870 enorm waren gestegen omdat Leopold II vele galadiners organiseerde in het kader van zijn Congobeleid. Dat laatste was aan het lukken en dus kon er iets minder aan culinaire diplomatie worden gedaan. Maar de besparingen troffen ook het personeel van de keuken en dus zou Quenon, die in mei 1880 als chef de cuisine begon te werken, nooit een loonsverhoging krijgen. Tot zijn pensioen in 1908 verdiende hij onveranderlijk 3.500 frank per jaar, maar steeds met bijkomende voordelen. In de jaren 1880 en ’90 bedroegen de gratificaties zo’n 1.000 frank, wat zijn jaarinkomen opdreef tot 9.000 frank. Dat was veel en liet Quenon toe 25.000 frank te beleggen in aandelen.

 

            Na zijn aanstelling in Brussel, kreeg Jules Quenon nog een dochter en een zoon, beide geboren in Laken. Een zoon was restaurateur in Parijs, een andere was kok en de derde handelaar. Zijn beide dochters huwden een Franse chef de cuisine. Jules Quenon had een dynastie van koks gesticht. Hij stierf in Laken in 1924.


                       

           

04 december 2025

 

De mousselinesaus droop van de muur

 

Patricia Van den Eeckhout

 

In 1923 informeerde kok Bernard Borhegyi vanuit zijn woonplaats Keulen of hij de toelating kreeg om naar België te reizen. Hij kon als chef de cuisine gaan werken in Restaurant Continental in Luik. Zijn toekomstige werkgever ondersteunde zijn verzoek. Sinds 1909 had de kok af en aan gereisd tussen Duitsland en België. Hij had gewerkt in Brussel, Oostende, Gent, Antwerpen en Luik. Ook tijdens de oorlog verbleef hij in België. Hij was kok geweest bij de Deutsche Bank in de Arenbergstraat in Brussel, maar hij werd nooit in uniform gezien, noch in het gezelschap van militairen gesignaleerd.

 

Bernard Borhegyi

(Algemeen Rijksarchief, Vreemdelingenpolitie, 902.724)

 

Jammer genoeg deed een futiliteit van ruim tien jaar eerder de kok de das om. In het register van het Luikse Hôtel de l’Univers, waar hij tijdens de eindejaarsfeesten van 1909 had gewerkt, trof de Luikse politie een weinig flatteuze karakterisering van de man aan. Borhegyi kreeg de opmerking “mauvais serviteur”. Letterlijk: slechte dienaar. Over de zaak ondervraagd, wist de gerant van het hotel uiteraard niet meer waarom iemand meer dan tien jaar tevoren de kok een slechte beoordeling had gegeven. Toch leek dat voldoende om Borhegyi de toelating te weigeren om naar België te reizen.

 

Allicht was Bernard Borhegyi niet de gemakkelijkste om mee te werken. Dat blijkt uit de getuigenissen voor de Gentse werkrechtersraad (een soort arbeidsrechtbank), toen Borhegyi zijn ontslag op staande voet aanvocht. Hij werkte als saucier (de man die onder meer sauzen en warme voorgerechten bereidde) in het restaurant Das Deutsche Haus op de Wereldtentoonstelling van 1913. Getuigen beschreven hem eensluidend als een hectische en zenuwachtige man die regelmatig een aanvaring had met de chef de cuisine en met het keukenmateriaal gooide. Hij keilde blikken boter op de grond, schreeuwend dat ze niets waard waren, maar wat het meeste indruk maakte, was de manier waarop hij het fornuis te lijf ging. Hij goot olie op de hete plaat, waarna die naar binnen sijpelde en de vlammen omhoogschoten.

 

De getuigen probeerden een rationele verklaring te vinden voor dat gedrag. Misschien was het een manier om het kookproces te versnellen of om een smeulend vuur aan te wakkeren? De man had alleszins een kort lontje. Hij ging zo hardhandig met de pannen om dat de mousselinesaus van de muur droop. Een getuige voegde er geruststellend aan toe: de pannen waren zo solide dat ze er geen schade van ondervonden. Maar eerder onverwacht besloot een andere getuige met de woorden: “il était cependant bon travailleur”. Bernard Borhegyi bleek in zijn ogen een goede werker.

 

Het doet denken aan wat Pierre Hamp schreef over de chef de cuisine van het drukbeklante Parijse restaurant Marguery, waar hij in de jaren 1890 zijn stiel leerde. Op het eerste zicht had Hamp geen goed woord over voor de chef: het was een dikke, winden latende alcoholist, die ineenkromp als de baas in de buurt was. Maar al vloekend en tierend bereidde die wel de meest succulente schotels. Zijn hele leven stond in het teken van de kookkunst.

 

En Bernard Borhegyi? Die stapte op 4 november 1926 op een boot die hem van Bremen naar New York bracht. Hij was in het gezelschap van Agnes Henseler, waarmee hij in 1922 in Keulen was getrouwd. Hij bleef in de VS en stierf er in 1967.