Gâteaux voor de werkman
Peter Scholliers
“De taartenbakkerij van Vooruit heeft voorbij jaar eene grote uitbreiding genomen. Eenige cijfers zullen alles klaar doen inzien. Wij bakten 100.000 boterkoeken, 15.000 taarten, 1.500 pakken beschuit, 700 kilos spekken en 5.000 kaneelmastellen” schreef de krant Vooruit in juli 1905. De taarten blijven in mysterie gehuld: welke taarten? Ging het om eenvoudige suiker- en confituurtaarten of kopieerde Vooruit het gebak van luxepatissiers die, vaak geïnspireerd door Parijse voorbeelden, frangipane, baba met rum of soezen bereidden? Niet uit te sluiten, want rond 1910 bakte Vooruit verschillende soorten luxekoekjes, waaronder “citroenkoeken, bernardins en madeleinen”.
Al vanaf 1883 produceerde Vooruit rozijnenbrood en boterkoeken. Dat gebeurde alleen voor speciale gelegenheden zoals de Gentse feesten of Pasen. Leden en klanten moesten op voorhand bestellen en betalen, kregen een bewijs, en de dag nadien werd hun waar thuisgebracht. De productie was onregelmatig en de verkoop nogal omslachtig, maar toch groeide de “kleine bakkerij” sterk. In 1902 opende een aparte pasteibakkerij en vanaf dat jaar nam de productie met rasse schreden toe.
Bron: Vooruit, 20 mei 1937, p. 6 (Amsab-ISG)
Welke taarten had Vooruit in de aanbieding? De publiciteit van Vooruit bleef vaag. Of het nu 1890, 1910 of 1930 was, de advertenties klonken onveranderd zo: “Te bekomen alle soorten van klein en fijn gebak. Alle soorten van groote taarten voor feestmalen. Prijzen buiten alle concurrentie”. Slechts uitzonderlijk gaf Vooruit iets meer informatie. Dat was bijvoorbeeld het geval in de Vooruit van 20 november 1897: “Men kan alle soorten van fijn gebak, zooals taarten voor bruiloftstafels en andere feestgelegenheden bekomen. Op commande bakken wij aan voordeelige prijzen: taartjes, Engelsche koek, boterkoeken, Fransche broodjes, pistolets, mastellen enz. In ons gebak gebruiken wij geen azel- of boekennoten [hazel- of beukennoten], maar wel zuivere amandelen en allerbeste confituren uit zuiver fruit en suiker”. Dat laatste suggereert dat er vooral confituurtaarten werden gemaakt, wat een redelijk eenvoudige bereiding met bladerdeeg was. Amandelnootjes werden in koekjes gebruikt.
Even uitzonderlijk was de reclame uit 1937. Ze promootte “Gateaux: fruit, crème au beurre, crème fouettée, Coop, St. Honoré” (zie de afbeelding). De Franse invloed was duidelijk en niet alleen wat de taal betrof. Een Saint Honoré-taart was bedacht door een Parijse patissier in de jaren 1840, ze bestond uit een kring van kleine, ronde gekarameliseerde soezen met een laagje chocolade en met in het midden banketbakkersroom en meringue. Wat het woord “Coop” in de opsomming van taarten doet, blijft duister. Het signatuurgebak van de coöperatie?
In juli 1939 verscheen een advertentie in de Vooruit, die zo uit 1890 leek te komen. Maar er was één verschil: “Ter gelegenheid der Gentsche feesten houden wij er aan onze leden en klanten te berichten, dat op die dagen alle soorten fijn gebak en een grote keus van gateaux te hunner beschikking staan”. Het woordje “gateaux” maakte het verschil: het klonk chiquer dan “taart” en suggereerde dat het niet langer ging om eenvoudige confituurtaarten zoals voor 1914.