Posts tonen met het label Alcohol. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alcohol. Alle posts tonen

25 december 2025

 

Creatief met alcohol

 

Patricia Van den Eeckhout

 

De Berlijnse daklozenopvang Die Palme bestond sinds 1886. Elke nacht zochten honderden daklozen er een toevlucht: zij kregen er een bed, wat soep, brood en de mogelijkheid om zich te wassen. Een krant noemde de bezoekers van het nachtasiel “schipbreukelingen van het leven”. Ook op tweede kerstdag van het jaar 1911 zat Die Palme stampvol. In de loop van de nacht weerklonk plots luid gekerm in de slaapzalen. Verschillende daklozen voelden zich ziek en hadden hevige krampen. In de nacht van 26 op 27 december stierven 18 mensen. Er zouden er nog heel wat volgen.

 

Koortsachtig werd naar de oorzaak van de ziekte gezocht. Dagenlang verkondigden kranten en wetenschappers dat bedorven vis de schuldige was. Daklozen zouden na afloop van de markt afgedankte bokking (gerookte haring) hebben opgeraapt, er zich aan hebben tegoed gedaan en de rest hebben uitgedeeld in het nachtasiel.

 

Afbeelding met tekst, zwart-wit, Lettertype, wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Het Handelsblad van 28 december 1911 (BelgicaPress) brengt de these van de

visvergiftiging met iets meer voorbehoud dan andere kranten.

 

Dat de these van visvergiftiging indruk maakte, blijkt uit het heftige verweer van de Berlijnse visverkopers: de bokking kon absoluut niet als schuldige worden aangewezen! Men zou beter de ketels inspecteren die werden gebruikt om de meelsoep van het asiel te bereiden, klonk het. Als koperen ketels niet goed werden onderhouden, kon er ook vergiftiging optreden. Maar de asielkeuken bleek met vernikkelde ketels te werken. De Berlijnse visverkopers hadden alleszins reden om zich zorgen te maken want de verkoop van vis en vooral van haring zou ineengezakt zijn.

 

Verschillende feiten wezen in een andere richting dan een visvergiftiging. Sommige daklozen stelden dat ze helemaal geen vis hadden gegeten. Verder bleef het aantal ziektegevallen maar toenemen: de partij buitgemaakte bokking moest wel zeer groot zijn geweest. Ook bleken sommige slachtoffers noch in de buurt van de markt, noch in het nachtasiel te zijn geweest.

 

Terwijl ze volop de piste van het vergiftigde voedsel bewandelde, nam de politie ook enkele stalen van de sterke drank die in de kroegen in de omgeving van het asiel werd verkocht. Die bleek methylalcohol te bevatten, een zeer giftig product. Vervolgens kwam vrij snel de man in beeld die de vergiftigde alcohol had geleverd: de drogist Julius Scharmach.

 

De 28-jarige Scharmach was zo’n tien jaar eerder bij een drogist beginnen werken. Geleidelijk aan leerde hij het vak, maar de organisaties van drogisten benadrukten dat hij geen formele opleiding had genoten of examens afgelegd. Hij was wat men een “wilde drogist” noemde. In 1910 begon hij een eigen zaak met geld van zijn broer. In zijn kelder werden verschillende vaten met de giftige drank aangetroffen.

 

In maart 1912 moest Scharmach voor de rechter komen. De vergiftiging had 92 doden geëist. Vijf mensen werden blind. De beklaagde ging nochtans niet gebukt onder schuldgevoelens. Hij toonde in tegendeel een zekere fierheid omdat hij meende een goedkoop alternatief te hebben gevonden voor drank gestookt op basis van graan of aardappelen. Met vrienden had hij meermaals van zijn brouwsel geproefd en niemand had er iets aan overgehouden, beweerde hij.

 

Het proces duurde zes weken. Had Scharmach, gezien zijn ervaring in de drogisterij, moeten weten dat de drank die hij verkocht giftig was? Daar raakte men het niet over eens. Anderzijds oordeelde de rechtbank dat hij niet bewust mensen had willen vergiftigen. Al bij al kwam Scharmach er goedkoop van af: hij kreeg vijf jaar cel en 2.000 mark boete. Zijn beroep werd verworpen.

 

Vergiftiging - alcohol