22 januari 2026

 

Femicide in de Brusselse kelnerwereld

 

Patricia Van den Eeckhout

 

[SCROLL DOWN FOR TRANSLATING TOOL]

 

In de nacht van 27 op 28 januari 1913 stapte garçon de café Felix-Lambert Van Daelem naar het café-hotel Werts in de Brusselse gemeente Sint-Gillis. Toen hij in de Jamarlaan (in de buurt van het Zuidstation) aankwam, was het 1u30 in de ochtend. Alle klanten hadden het café verlaten. De eigenares van het etablissement genoot er samen met twee van haar serveersters van een kop bouillon. Van Daelem sprong het café binnen en schreeuwde: genoeg gegeten! Daarop vuurde hij verschillende revolverschoten af op een van de serveersters. Die overleed kort daarna aan haar verwondingen. Het slachtoffer was Emma De Muynck, zijn vroegere lief. De dader vluchtte weg en trok naar een café dat hij regelmatig met het slachtoffer had bezocht. Aan de cafébaas biechtte hij op wat hij zonet had gedaan. Hij was van plan zich de volgende dag aan te geven, maar een klant die zijn biecht had gehoord, verwittigde de politie. Van Daelem werd aangehouden.

 

Afbeelding met schets, buitenshuis, zwart-wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Het huis waar de misdaad werd gepleegd.

La Dernière heure, 11 november 1913 (BelgicaPress)

 

Het onderzoek naar de misdaad liep vertraging op omdat het moeilijk bleek de getuigenissen van garçons de café te verzamelen. De meesten waren enkel gekend met hun voornaam en hadden Brussel inmiddels verlaten. We vernemen waar en wanneer de dader geboren werd (hij was 24 jaar op het ogenblik van de feiten), maar voor het slachtoffer blijft die informatie achterwege.

 

Over de feiten als dusdanig bestond er weinig discussie, maar aanklager en verdediging waren het grondig oneens over de moraliteit van slachtoffer en dader. Vast stond dat ze elkaar in Brussel tijdens het carnaval van 1912 hadden ontmoet. De serveerster genoot kost en inwoon bij haar werkgeefster, maar van maart tot juni 1912 ging ze met Van Daelem samenwonen. Hij zou vervolgens de relatie hebben willen verbreken, wat op verzet stuitte van De Muynck die dacht dat ze zwanger was. Toen dat niet het geval bleek, zette ze zelf een punt achter de relatie, maar daarvan wilde de garçon de café niet weten. Die bestookte haar met brieven en dreigementen. Hij liet haar door een van zijn vrienden bespieden en verweet haar dat ze met andere mannen optrok. Aan haar werkgeefster had de dienster toevertrouwd dat de jaloerse garçon de café haar bedreigde: hij zou haar doden ofwel met vitriool (zwavelzuur) besproeien. Van Daelem had de serveuse opgezocht en een fles soda naar haar hoofd gegooid, waardoor hij een week gevangenisstraf opliep. Die veroordeling nam hij haar zeer kwalijk.

 

De advocaat van de beklaagde en de getuigen die hij opriep, schilderden Van Daelem af als een ijverige en spaarzame kelner, wiens gevoelens zwaar op de proef werden gesteld door het slachtoffer, dat als een zeer lichtzinnige vrouw werd geportretteerd. Een placeur, iemand die werkzoekend horecapersoneel aan een job hielp en zich daar goed liet voor betalen, maakte het proces van het slachtoffer. Zij zou zich de avances van verschillende mannen hebben laten welgevallen en hebben gezegd: als het spaargeld van Van Daelem op is, laat ik hem vallen. De openbare aanklager riposteerde: zelfs als dat zo was, kon hij op haar geen enkel recht doen gelden. Ze was noch zijn verloofde, noch zijn echtgenote.

 

Van Daelem werd tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld. Van voorbedachtheid zou geen sprake zijn. De jury stapte mee in de redenering van de verdediging dat hij zijn revolver die dag “toevallig” op zak had.

 

Kreeft voor de arbeidersklasse in Restaurant Vooruit

 

                                                                                    [Scroll down for translating tool]

 

Peter Scholliers

 

 

 

Afbeelding met tekst, krant, Lettertype, Krantenpapier

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Vooruit, 12 oktober 1913, p. 3 (Amsab.be)

 

 

 

Op zondag 12 oktober 1913 opende het “Restaurant Vooruit” in het magnifieke nieuwe gebouw van de socialistische coöperatie in de Sint-Pietersnieuwstraat. Er was plaats voor 400 mensen, het was ’s middags en ’s avonds open en had een afhaaldienst. Diezelfde dag publiceerde de krant Vooruit de spijskaart van het restaurant. Elke dag van de week veranderde het aanbod: varkensgebraad, schapenvlees, kalfsfricassee, worst, vis en rosbief à 60 centiemen. Er kon ook à la carte worden gegeten, wat duurder was. Mayonaise met kreeft kostte bijvoorbeeld 1,50 frank. Al vanaf de eerste weken draaide het restaurant goed, zeker toen ook de universiteitsstudenten het restaurant hadden ontdekt. Het succes ontlokte tegenstanders cynische commentaar, waarvan het katholieke weekblad De Trommel een voorbeeld gaf.

 

Afbeelding met tekst, papier, Lettertype, document

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: De Trommel, 1 mei 1914, p. 2.

 

 

“Restaurant Vooruit” was niet de pionier van de coöperatieve restaurants in België, want het Brusselse Volkshuis had al een goed draaiende salle de restaurant sinds 1903. Liet Vooruit zich de loef afsteken door de Maison du Peuple, terwijl de Gentse coöperatie op alle andere vlakken vooruitliep?

            Vooruit was niet aan haar proefstuk toe. Net als de coöperaties van Antwerpen, Brussel of Luik had Vooruit een café waar een koude hap bij een glas bier kon worden besteld. Na 1885 verkocht de coöperatie in tijdelijke buffetten eenvoudige spijs, zoals friet, paling in ‘t groen of mosselen. Na 1895 verruimde dat aanbod met “Bifstek met pommes-de-terre frites à 0,70; stoverij met aardappelen à 0,50; eieren à 0,10 en broodjes met hesp à 0,20 frank”.

Andere koek was het initiatief van de “moeders der volkskinderen” uit 1904, die zich inzetten voor de lotsverbetering van kinderen. Zij begonnen met koken en opdienen van een maaltijd ter gelegenheid van het Vrouwencongres in Gent in april 1904. “Die proef is opperbest gelukt en voorspelt een goed succes. Ieder was volkomen tevreden en de prijs is in elk bereik” schreef de Vooruit. De proef werd een maand later herhaald in de eetzaal van Ons Huis op de Vrijdagmarkt: “Men zal er smakelijke noenmalen kunnen krijgen aan 1 frank per hoofd. Kinderen half geld”. Het initiatief kreeg een naam: de Coöperatieve Keuken.

  

Deze was een pop-up keuken: advertenties in de Vooruit uit de jaren 1904-1910 meldden de opening tijdens karnaval, de Gentse kermis, een congres, een beroepsfeest en bijna alle feestdagen. Berichten uit 1911 en 1912 suggereerden dat de keuken elke zondag werkte: “In de Coöperatieve Keuken kan men ’s zondags smakelijke noenmalen bekomen met spoedige en nette bediening aan 1 frank. Een kom soep met brood aan 15 centiemen”.

Wie kookte en opdiende, hoe de keuken was georganiseerd en hoeveel klanten er kwamen, is niet geweten. Het aanbod verruimde. Naast de versche vis uit Oostende, mossels op zijn Blankenbergsch, koud vleesch, friet en een kom soep uit de eerste jaren, kwamen er biefstuk, stoverij, konijn en kalfshoofd bij. De prijzen waren billijk: “Noenmaal aan 1 frank, aan 1,25 frank en aan 1,50 frank, naar keus met een, twee of drie gerechten. Stoverij aan 50 centiem de portie”.

Of er een directe band was tussen de Coöperatieve Keuken en “Restaurant Vooruit” uit 1913 blijft duister, maar is zeker niet uit te sluiten.