Posts tonen met het label Vooruit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vooruit. Alle posts tonen

25 december 2025

 

Gâteaux voor de werkman

 

Peter Scholliers

 

“De taartenbakkerij van Vooruit heeft voorbij jaar eene grote uitbreiding genomen. Eenige cijfers zullen alles klaar doen inzien. Wij bakten 100.000 boterkoeken, 15.000 taarten, 1.500 pakken beschuit, 700 kilos spekken en 5.000 kaneelmastellen” schreef de krant Vooruit in juli 1905. De taarten blijven in mysterie gehuld: welke taarten? Ging het om eenvoudige suiker- en confituurtaarten of kopieerde Vooruit het gebak van luxepatissiers die, vaak geïnspireerd door Parijse voorbeelden, frangipane, baba met rum of soezen bereidden? Niet uit te sluiten, want rond 1910 bakte Vooruit verschillende soorten luxekoekjes, waaronder “citroenkoeken, bernardins en madeleinen”.

 

         Al vanaf 1883 produceerde Vooruit rozijnenbrood en boterkoeken. Dat gebeurde alleen voor speciale gelegenheden zoals de Gentse feesten of Pasen. Leden en klanten moesten op voorhand bestellen en betalen, kregen een bewijs, en de dag nadien werd hun waar thuisgebracht. De productie was onregelmatig en de verkoop nogal omslachtig, maar toch groeide de “kleine bakkerij” sterk. In 1902 opende een aparte pasteibakkerij en vanaf dat jaar nam de productie met rasse schreden toe.

 

 

Afbeelding met tekst, Lettertype, schermopname, zwart-wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Vooruit, 20 mei 1937, p. 6 (Amsab-ISG)

 

            Welke taarten had Vooruit in de aanbieding? De publiciteit van Vooruit bleef vaag. Of het nu 1890, 1910 of 1930 was, de advertenties klonken onveranderd zo: “Te bekomen alle soorten van klein en fijn gebak. Alle soorten van groote taarten voor feestmalen. Prijzen buiten alle concurrentie”. Slechts uitzonderlijk gaf Vooruit iets meer informatie. Dat was bijvoorbeeld het geval in de Vooruit van 20 november 1897: “Men kan alle soorten van fijn gebak, zooals taarten voor bruiloftstafels en andere feestgelegenheden bekomen. Op commande bakken wij aan voordeelige prijzen: taartjes, Engelsche koek, boterkoeken, Fransche broodjes, pistolets, mastellen enz. In ons gebak gebruiken wij geen azel- of boekennoten [hazel- of beukennoten], maar wel zuivere amandelen en allerbeste confituren uit zuiver fruit en suiker”. Dat laatste suggereert dat er vooral confituurtaarten werden gemaakt, wat een redelijk eenvoudige bereiding met bladerdeeg was. Amandelnootjes werden in koekjes gebruikt.

 

Even uitzonderlijk was de reclame uit 1937. Ze promootte “Gateaux: fruit, crème au beurre, crème fouettée, Coop, St. Honoré” (zie de afbeelding). De Franse invloed was duidelijk en niet alleen wat de taal betrof. Een Saint Honoré-taart was bedacht door een Parijse patissier in de jaren 1840, ze bestond uit een kring van kleine, ronde gekarameliseerde soezen met een laagje chocolade en met in het midden banketbakkersroom en meringue. Wat het woord “Coop” in de opsomming van taarten doet, blijft duister. Het signatuurgebak van de coöperatie?

 

In juli 1939 verscheen een advertentie in de Vooruit, die zo uit 1890 leek te komen. Maar er was één verschil: “Ter gelegenheid der Gentsche feesten houden wij er aan onze leden en klanten te berichten, dat op die dagen alle soorten fijn gebak en een grote keus van gateaux te hunner beschikking staan”. Het woordje “gateaux” maakte het verschil: het klonk chiquer dan “taart” en suggereerde dat het niet langer ging om eenvoudige confituurtaarten zoals voor 1914.

 

 

 

 

 

 

 

13 november 2025

 

“Het brood van Vooruit is oneetbaar”

 

Peter Scholliers

 

In 1889 begon Innocentius Bronckaers (1857-1937) te werken in het steenkoolmagazijn van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit, de succesvolle socialistische coöperatie van Gent. Vijftien jaar later werkte hij er nog. Hij was graag gezien. Iedereen noemde hem Centus. Tot zijn verwondering stond de arme man in september 1904 in het middelpunt van een ideologische storm die zelfs Frankrijk en Nederland beroerde. Dat had alles te maken met brood.

 

De broodverkoop was de steunbeer van Vooruit. Het reglement voorzag dat “De leden verplicht worden getrouw te betalen, tot het bezoeken der driemaandelijksche vergaderingen en tot het koopen van brood”. Het bestuur waakte nauwgezet over de kwaliteit van het brood. Woog het te licht, was het onvoldoende gebakken of brokkelde het, dan wilde het bestuur dat graag horen tijdens de ledenvergadering. Maar Vooruit gruwde van kritiek in het openbaar, omdat dit de verkoop, het ledental en de reputatie zou schaden. Centus zorgde, volstrekt ongewild, voor dat laatste.

 

 

Afbeelding met tekst, krant, Lettertype, papier

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Gazette van Gent, 23 oktober 1905, p. 3 (hetarchief.be).

 

 

Het bestuur kende de broodaankoop van elke Vooruiter, omdat de berekening van het “deel” (of de winst) van elk lid daarmee rekening hield: hoe meer brood gekocht, hoe groter het voordeel. De broodvoerders van Vooruit maanden “slechte” leden regelmatig aan meer brood te kopen. Maar wanneer een werknemer van Vooruit te weinig brood kocht, nodigde het bestuur hem uit zich te verantwoorden tijdens een bestuursvergadering. In de zomer van 1904 bleek Centus slechts zes broden per week te hebben gekocht, terwijl zijn gezin van acht veel meer brood at. Zeer merkwaardig: dit gesprek sijpelde door in het Nederlands weekblad van de anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, De Vrije Socialist (10 september 1904, de volle bladzijde 1). Wie de klokkenluider was, is niet geweten, maar het bericht bevestigt dat Vooruit ook uit linkse hoek werd onderuitgehaald.

 

De Vrije Socialist voerde de arme steenkoolbezorger op als voorbeeld van de wijze waarop Vooruit omsprong met haar personeel: net zoals een kapitalistische ondernemer, namelijk ontslag na een petieterig conflict. Alsof deze beschuldiging nog niet volstond, publiceerde het weekblad flarden van de ondervraging van Centus. Hem werd gevraagd waarom hij zo weinig brood kocht. Zijn antwoord was, volgens De Vrije Socialist, het slechtst mogelijke dat hij kon geven: “Dat zijne vrouw en kinderen het brood van Vooruit niet lusten, dat zij het niet konden naar binnen krijgen, en dat men hem wel kon dwingen het brood te eten, maar toch niet zijne vrouw en kinderen”. Vooruit bakte slecht brood! De Belgische pers liet de kans niet liggen om Vooruit te tackelen. De conservatief-katholieke Le Vingtième Siècle parafraseerde het Nederlandse artikel en wilde een reactie van Vooruit horen. Die kwam er een dag later: Anseele, de grote baas van Vooruit, wuifde elke kritiek weg met als ultiem argument dat 10.000 Gentse gezinnen elke dag brood bij Vooruit kochten. Maar de geest was uit de fles en kranten uit België, Nederland en Frankrijk hadden het over het slechte brood van Vooruit en hoogst ontevreden klanten. Een krant uit Rijsel meende zelfs te weten dat Centus zelfmoord had gepleegd…

 

Dat laatste heeft hij niet gedaan. Hij stapte naar de rechtbank om zijn ontslag aan te vechten, waar hij gelijk kreeg en Vooruit hem 1.000 frank schadevergoeding moest betalen. De verkoop van het brood van Vooruit slabakte in die jaren. Had de affaire Centus daarmee iets te maken?