Massavergiftiging in België?
Patricia Van den Eeckhout
Leval-Trahegnies, een gemeente in de buurt van carnavalsstad Binche. In augustus 1928 komt de slager van het dorp, de 27-jarige Jacques Gossuin, zich bij de politie beklagen over roddels die de ronde doen. Klanten zouden ziek zijn geworden van het vlees dat ze bij hem hebben gekocht. Gossuin wil dat de laster stopt. De man had eerder een paardenslagerij, maar verkoopt nu alle soorten vlees. Zijn prijzen zouden iets lager liggen dan bij de concurrentie.
De politie start een onderzoek. Klanten van de slagerij zouden inderdaad last hebben van zware spijsverteringsproblemen. De meid van de slager en haar gezin zijn bij de eerste zieken. Zij had een stuk kalfshart en kalfslongen mee naar huis genomen en bereid. Het aantal zieken stijgt snel. Zowel de politie als de plaatselijke dokters zijn van in het begin stellig over de oorzaak van de ziektegolf: alle betrokkenen zouden kalfsvlees (veelal in de vorm van gehakt of worst) hebben gekocht bij slager Gossuin. Wie ander vlees dan kalf had aangeschaft bij dezelfde slager, zou geen problemen ondervinden.
Ondertussen hebben kranten uit binnen- en buitenland lucht gekregen van de zaak. Er zou sprake zijn van honderd zieken. De communistische krant Le Drapeau rouge spreekt zelfs van honderdvijftig slachtoffers. Het leven van sommigen zou aan een zijden draadje hangen. “Massavergiftiging in België”, titelt de Nederlandse socialistische krant Voorwaarts. Terwijl het onderzoek nog volop loopt, beschuldigt Le Drapeau rouge slager Gossuin ervan een gifmenger te zijn. Groot is daarentegen de bewondering voor de jonge dokter die meteen naar Gossuin wees. Hij was het die Gossuin door zijn bezoek aan de politie het zwijgen wou opleggen.
De internationale pers pikt de gebeurtenis op.
Sächsischer Elbzeitung, 18 augustus 1928 (Deutsches Zeitungsportal)
De slager wordt op de rooster gelegd. Waar kwam dat kalf vandaan? Het blijkt van een buurman te zijn gekocht. Het dier had zijn poot gebroken en moest naar de slachtbank. Dat gegeven inspireerde de communistische krant om Gossuin een “charognard” te noemen, iemand die handeldrijft in krengen. Maar het kalf blijkt goedgekeurd te zijn door een veearts. Er blijven nog enkele stukken kalf over. Die worden naar een labo gestuurd om te worden onderzocht. Nog voor de maand augustus voorbij is, is de uitslag bekend: met het kalfsvlees van Gossuin is helemaal niets aan de hand. Bitter weinig kranten nemen de moeite om dit aan hun lezers te vertellen. Sommige doen dat enkele maanden later, andere nooit. Overigens is iedereen na enkele dagen hersteld.
Wat heeft zich in Leval-Trahegnies voorgedaan? Massahysterie? Iemand voelt zich na het consumeren van voedsel of drank niet lekker, waarna bepaalde omstandigheden maken dat ook anderen menen eenzelfde ongemak te voelen en er een collectieve paniek uitbreekt. Mogelijk was het kalfsvlees van Gossuin een enkeling niet goed bekomen en meenden anderen ook “iets” te voelen. Misschien maakte de herkomst van het kalf de mensen argwanend. Het kalf was “afgedankt”, want het had een poot gebroken. Dat een figuur met autoriteit, de jonge dokter, resoluut in de richting van slager Gossuin wees, kan de zaak in een stroomversnelling hebben gebracht.