19 februari 2026

 

Slaet in de ramen en grijpt de brooden

 

Peter Scholliers

 

Afbeelding met Menselijk gezicht, kleding, verven, person

Automatisch gegenereerde beschrijving

De bedelaar. Bron: Collectie Koninklijke oudheidkundige kring van het Land van Waas, Stedelijk Museum Sint-Niklaas, objectnummer SN.W.N.854, olieverf op doek, 1847.

 

  

Rond de middag van 2 maart 1847 troepten jongeren samen voor de winkel van een Brugse bakker. Enkele jongens wilden er wat brood kopen maar hadden amper geld en kregen niets. De spanning steeg, want buiten verzamelde zich almaar meer joelend volk dat de maandenlange duurte meer dan beu was. Een ruit sneuvelde en de bakkerij werd geplunderd. Rond 5 uur marcheerden honderden mensen door Brugge, hielden halt aan elke bakkerij, tierden en gooiden met stenen. Enkele bakkers deelden brood uit om erger te voorkomen. Pas om 10 uur ’s avonds werd het rustig. De dag erna waren de rellen nog feller. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes belaagden de bakkerijen, schreeuwden, plunderden, vernielden een winkel en bedreigden burgers. Rond 7 uur ’s avonds keerde de rust terug. De dag erna was de woede uitgeraasd.

 

Op 12 maart 1847 arresteerde de Brusselse politie Louis Van de Casteele. Hij zou de onlusten in Brugge hebben uitgelokt met zijn publieke brief aan premier de Theux, waarin hij de hoge clerus en de overheden verweet niets te doen tegen de groeiende armoede. Zoeken naar leiders van opstootjes was de regel, omdat de overheid geloofde dat het volk was misleid. Een proces, gevolgd door een veroordeling, moest de aanvoerders ontmaskeren. Maar Van de Casteele was niet in Brugge op 2 en 3 maart en zijn directe betrokkenheid was niet te bewijzen. Op 2 april kwam hij vrij.

 

De affaire Van de Casteele verhitte de gemoederen tot de herfst van 1847. Sommigen bleven hem verdenken de aanstichter te zijn, maar anderen meenden dat de politie Van de Casteele in het vizier nam wegens zijn brief. De persvrijheid werd bedreigd. Journal de Bruges verklaarde de rellen door een samenloop van trieste ontwikkelingen: “We bevinden ons in een tijd die onvermijdelijk tot rellen leidt: een echt of kunstmatig voedseltekort, gecombineerd met de ondergang van een industrie die honderdduizenden mensen brood gaf. Honger heeft altijd geleid tot rellen”. De krant benadrukte de gevolgen van de trage doodstrijd van de plattelandse huisnijverheid en van de snel stijgende broodprijzen: gedaalde koopkracht, armoede, honger, diefstal, bedelarij, ziekte, wanhoop en woede. Dan volstond een gerucht of een kreet om de boel te doen ontploffen.

 

Plunderingen en vernielingen zijn één zaak, armoede en honger een andere. Het eerste bracht honderden mensen op de been, het tweede trof alle arbeidersgezinnen. Catastrofaal was de stijging van de prijs van roggebrood. In Brugge kostte een kilo 0,17 frank in januari 1845, een jaar later 0,24 frank en in februari 1847 al 0,33 frank. Dat was een ramp, want ook aardappelen waren toen ontzettend duur. De slepende industriële crisis van de huisnijverheid met dalende lonen en werkloosheid maakte de toestand onhoudbaar.

 

Niet alleen Louis Van de Casteele gewaagde van honger en ellende in Vlaanderen in de lente van 1847, maar ook Jacob Kats deed dat. In 1847 steunde hij de Association démocratique, waartoe ook Karl Marx behoorde die toen in Brussel woonde. De misère des Flandres is Marx bijgebleven, want in 1848 verwees hij ernaar in zijn krant, Neue Rheinische Zeitung.


Lees meer over brood en broodrellen in Brood, een geschiedenis van bakkers en hun brood.

 

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten