Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kinderen. Alle posts tonen

08 oktober 2026

Wijn: daar moet je vroeg mee beginnen

Patricia Van den Eeckhout


In zijn boek Hygiène de l’enfance uit 1891 stelde de Franse dokter Hayes de vraag: mag je kinderen wijn laten drinken? Ja, luidde het antwoord, maar de wijn moet wel met water verdund en gesuikerd zijn. Gemengd met wat brood vormt dit een voedzame soep, veel gezonder dan gebakjes. 

Die uitspraak was geen uitschuiver. In een rapport uit 1907 getiteld Le vin au point de vue de l’hygiène waren Franse medici van oordeel dat een gezond kind perfect wijn kon drinken. Veel kinderen dronken wijn verdund met water en hadden daar geen last van. Het was zelfs gezond. Wijn drinkende kinderen mochten echter niet té jong zijn. Maar als ze konden mee-eten met volwassenen waren ze er klaar voor. 

 


De Manuel du jardin d’enfants (1913) stelt voor met kleuters te spreken over de goede dingen des levens zoals wijn, die funest worden als men geen maat weet te houden. Ook in andere voordrachten maakten de kleuters kennis met wijn (gallica.bnf.fr/Bibliothèque nationale de France).


Uiteraard was er ook in Frankrijk een anti-alcoholbeweging, maar die bekampte vooral eau-de-vie en absint. Het was de “slechte” alcohol die moest bestreden worden, niet een gematigde consumptie van wijn. In de jaren 1930 was de houding van sommige Franse medici ten aanzien van wijn echter wel zeer coulant geworden. In 1932 stichtten ze de organisatie Médecins amis des vins de France, die zonder schroom lobbyde voor de Franse wijn. 

Een prominent lid van de medische wijnlobby was dokter Georges Portmann van de universiteit van Bordeaux. Hij schreef het voorwoord op het boek van François Dougnac Le vin aux points de vue physico-chimique, physiologique, hygiénique et thérapeutique (1935) waarmee die promoveerde aan dezelfde universiteit. Weg met de medische onwaarheden over de Franse wijn, betoogde Portmann. De strijd tegen het alcoholisme moet gevoerd worden door wijn te drinken, een natuurlijke drank die energie en vrolijkheid brengt. 

In zijn doctoraat haalde François Dougnac professor René Cruchet aan (ook al van de universiteit van Bordeaux) die stelde dat men kinderen vanaf 4 jaar beperkte hoeveelheden wijn mocht laten drinken. Tot de leeftijd van 3 jaar was melk meer geschikt, maar vervolgens kon men een kind zonder probleem met water versneden wijn geven. Een andere autoriteit, professor Dieulafé, was van mening dat een kind zelden wijn weigerde als die drank hem of haar werd aangeboden. Kinderen die water dronken, deden dat zeker niet omdat ze daar zin in hadden. 

Het drinken van wijn zou kinderen ook immuniseren tegen kwalijke bacteriën. François Dougnac haalde de gewezen voorzitter van de Academie voor geneeskunde aan die stelde dat kinderen die water dronken vaker appendicitis en spijsverteringsproblemen kregen. Hun broers en zusters die wijn consumeerden, waren klachtenvrij. Uiteraard was water vaak een bron van ziekten. Tot een zekere leeftijd versneed men de wijn echter met een flinke dosis water. Was dat dan niet gevaarlijk? 

Dokters die gekant waren tegen wijn drinkende kinderen waren zeer onvoorzichtig, stelde François Dougnac tenslotte. Wie als kind geen wijn had geproefd, kwam als volwassene in de problemen omdat het lichaam niet aan die drank gewoon was.


25 juni 2026

 Jong geleerd, is oud gedaan


Over 100 languages are accessible via the translating tool scroll down to the bottom of this page, or open the tool on your mobile


Patricia Van den Eeckhout 


In zijn gids How to enjoy Paris (1818) merkte de Engelsman Peter Hervé op dat kinderen hun ouders vergezelden bij een restaurantbezoek. Ook de Amerikaan John P. Durbin stelde in Observations in Europe (1846) vast dat kinderen van de partij waren. Als Angelsaksers verbaasden ze zich vooral over de aanwezigheid van vrouwen in deze publieke ruimten, maar kinderen meenemen op restaurant was voor hen evenmin evident. 

Was dit voor de Parijzenaars wel vanzelfsprekend? Er werd alleszins weinig ruchtbaarheid gegeven aan het feit dat kinderen in restaurants welkom waren of dat ze op een speciale behandeling mochten rekenen. Verschillende gidsen voor Parijs vermeldden in de jaren 1860/70 dat het restaurant Dîner du commerce een apart tarief had voor kinderen. Voor een avondmaaltijd betaalden de jonge restaurantbezoekers de helft van wat een volwassene moest neertellen. Geen enkel ander restaurant pakte daarmee uit. Als L’Illustration in 1903 stelt dat sommige familierestaurants een kinderportie aanbieden, dan geeft dit niet de indruk dat dit een doodnormale zaak was. 

 

K. Baedeker, Paris et la France du Nord (1867) (Google Books)


In België en Nederland was het niet de gewoonte kinderen mee te nemen naar een restaurant. Als een Nederlandse delegatie in 1950 verslag deed van haar bezoek aan de Verenigde Staten, dan stelde ze met enige verbazing vast dat restaurants er speciale kindermenu’s aanboden en kinderstoelen en kinderservies in huis hadden. Op die manier probeerden ze de sympathie van de ouders te winnen, merkte het verslag op. Al bij al kwam de delegatie niet zoveel kinderen in restaurants tegen, maar de uitbaters waren alleszins op hun komst voorbereid.

Met kindermenu’s werd in Nederland geadverteerd vanaf de late jaren 1950; in België pakten restaurants daar pas vanaf het begin van de jaren 1970 mee uit. De koopkracht was gestegen zodat een restaurantbezoek met het hele gezin haalbaar werd. Restaurant Albert’s Corner in de Nederlandse gemeente Heerlen pikte daar in 1966 op in met deze wervende boodschap: “Ga eens fijn buiten de deur eten. ‘s Middags of ’s avonds. Zaterdag of zondag. En neem uw kinderen mee. Dan zal blijken dat kinderen bij ons gewaardeerde gasten zijn. Uit een speciaal voor hen opgestelde menukaart kunnen ze kiezen uit alle mogelijke verrukkelijke kindergerechten!”.

De goede zorg voor jeugdige klanten was een troef waarmee restauranthouders en de toeristische sector konden scoren. Toen de toeristische dienst van de Belgische badstad Knokke in 1974 een brochure voorbereidde met de restaurants van de gemeente, werd aan de uitbaters aangeraden kindermenu’s te voorzien. Op die manier zouden ze “het imago van de badplaats als kinderparadijs” in de verf zetten. Niet alle uitbaters wisten echter hoe ze een restaurantbezoek voor kinderen aantrekkelijk konden maken. Wel was iedereen het erover eens dat ze in chique restaurants niet op hun plaats waren. Maar een kindermenu bedenken was ook niet eenvoudig. Een Nederlands onderzoek uit de jaren 1980 constateerde dat tienjarigen niet hoog opliepen met de speciale kindermenu’s. De voorspelbare kip met appelmoes en kroketten ging snel vervelen. 

Maar de kinderen zelf gingen soms ook op de zenuwen werken. In 1987 stelde de Nederlandse krant Het Parool een lijst op met 96 ergernissen. Op de derde plek van de meest ergerlijke dingen stond: schreeuwende kinderen in een restaurant. 


04 december 2025

 

Klaasfeest van Vooruit

 

Peter Scholliers

 

Afbeelding met tekst, Lettertype, schermopname, zwart-wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

(Vooruit, 9 december 1884, p. 1, Amsab-ISG)

 

De Samenwerkende maatschappij Vooruit wilde populaire feesten zoals Pasen, Sinterklaas en Kerstmis uit de religieuze sfeer halen en bedacht daarom andere namen. Sinterklaas werd “Klaasfeest”, een feest voor alle kinderen, ook deze van de Vooruiters.

 

In december 1884 organiseerde Vooruit voor de eerste keer een Klaasfeest. Het succes was immens en onverwacht: 1.300 kinderen en 500 moeders en vaders genoten van liedjes, toneelstukjes en gedichten gebracht door kinderen. De cadeaus waren het hoogtepunt van de dag. De krant Vooruit rapporteerde: “Toen de manden met goeds op het toneel werden gebracht, stond de gansche zaal recht en de duizend kinderen zongen, riepen, plakten op de handen, dansten, kusten hunne moeder die weende van aandoening. Wat een leven!”. Onvergetelijk, inderdaad, want de kinderen hadden dit nooit eerder meegemaakt. Dat feest bewees, schreef Vooruit, dat het socialisme warm en gezinsvriendelijk was.

 

Over de Klaasfeesten die Vooruit bijna jaarlijks organiseerde, berichtte de krant amper. Maar het feest was wel een goede gelegenheid om de producten van de coöperatie te promoten. In 1885 schreef Vooruit : “Klaasfeest! Geheel de week alle slach van schoolgerief, dienstig om aan de kinderen te geven voor den Klaas. Wij moeten alles te baat nemen voor iets te winnen, daar de propaganda veel geld eischt”.

 

Afbeelding met tekst, Lettertype, zwart-wit, wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

(Vooruit, 1 december 1912, p. 3, Amsab-ISG)

 

Vanaf 1889 intensiveerde de reclame rond het Klaasfeest. Ze betrof niet langer alleen schoolgerief. Van einde november tot 5 december verschenen er elke dag advertenties voor bonbons, suikergoed, taartjes, “chocolaad-artikelen in groote verscheidenheid” en “Foulards, portemonnees en andere klaasgeschenken”. De rijke keuze, de uitmuntende kwaliteit, de lage prijzen en het feit dat de aankopen broodjetons opleverden waarmee allerlei goederen in Vooruit konden worden gekocht, werden benadrukt.

 

Niettemin keek de Vooruit ook met een kritisch oog naar de commercie rond het Klaasfeest. In 1894 wijdde de krant bijna een volledige pagina aan Klaasdag en pleitte ze voor het zelf maken van cadeaus eerder dan een pop, bal of geweer te kopen, terwijl ze de grote verschillen tussen de cadeautjes voor de kinderen betreurde. In 1904 waarschuwde de krant tegen te veel snoep: “We zien, helaas, nog maar al te veel dat men de kinderen overlaadt met allerlei snoeperij, heel dikwijls zonder de minste zorg gekozen en dat het Klaasfeest niet eindigt zonder aan het geliefde kind een overladen maag, soms een paar uren ongesteldheid bezorgd te hebben”. Deze enkele berichten wogen niet op tegen de ontelbare keren dat de leden werden aangemoedigd snoep en speelgoed in de winkels van Vooruit te kopen. 

 

            De vijanden van Vooruit hekelden het gebruik van katholieke feesten door de rode coöperatie. In 1893 verontwaardigde De Denderbode (Aalst) zich over de boterkoekenverkoop van Vooruit tijdens de communiefeesten. In 1906 herhaalde de krant dat onder de titel “Uitbuiters van de godsdienst” en deze keer ging het over het Sinterklaasfeest. In 1910 vond Het Laatste Nieuws ook dat Vooruit de religieuze feesten misbruikte om meer winst te maken en besloot, “Als het goed gaat zal Vooruit misschien ook paternosters en kerkboeken verkoopen”. Dàt was voor Vooruit een brug te ver.

 

 

Afbeelding met tekst, Lettertype, document

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

(De Denderbode, 2 december 1906, p. 1, digitaal krantenarchief Aalst)