Zoeken in deze blog

24 september 2026

 De koksjongen en de Prins van O.


Patricia Van den Eeckhout


In de modieuze Parijse cafés en restaurants wilde men zien en gezien worden. Zo ook in het Café d’Orsay, een etablissement dat zowel café als restaurant was. De plek was gekend voor haar goede keuken en excellente wijnkelder. Officieren, schrijvers, journalisten, magistraten en advocaten kwamen er over de vloer. Maar er waren ook momenten dat de klanten de openbaarheid schuwden. Dan vroegen ze aan de uitbater een cabinet particulier: een aparte kamer waar ze in alle discretie konden tafelen. Daar hing wel een prijskaartje aan: voor dezelfde gerechten en dranken betaalde men in zo’n cabinet merkelijk meer. 

In 1880 zou cabinet particulier nr. 3 van Café d’Orsay de hoofdrol spelen in het proces over de scheiding van tafel en bed van de heer en mevrouw Santerre. Zij was een oogverblindende schoonheid die in 1869 op 19-jarige leeftijd trouwde met de zeer gefortuneerde Alexandre Santerre, die vijf jaar ouder was. Het koppel kreeg twee kinderen, maar het boterde almaar minder tussen hen. 

Alexandre Santerre beschuldigde zijn vrouw ervan op 6 maart 1878 in het cabinet particulier nr. 3 van Café d’Orsay met haar minnaar te hebben gedineerd. De echtgenoot zou dat te weten zijn gekomen. Hij ging naar het Café d’Orsay en sommeerde de maître d’hôtel het cabinet te openen. Die antwoordde dat dit enkel in aanwezigheid van een politiecommissaris kon gebeuren. De echtgenoot ging op zoek naar een politiecommissaris, maar vond er geen. Toen hij terugkeerde, was cabinet nr. 3 verlaten. Niemand had mevrouw Santerre zien weggaan, ondanks het feit dat vrienden van haar echtgenoot op de uitkijk stonden. 

Op basis van de getuigenissen van het keukenpersoneel concludeerde Santerre dat zijn vrouw ongemerkt was ontkomen doordat ze de werkkleding van een koksjongen zou hebben aangetrokken. Met getreste sandalen, een zakdoek rond de nek, handdoeken voor en achter gebonden en een mand op het hoofd, zou niemand de mondaine vrouw hebben herkend. De minnaar zou de kleren van mevrouw Santerre hebben meegenomen. 

Een keukenhulp sprak deze getuigenissen echter tegen: hij zou een andere vrouw dan de echtgenote Santerre naar buiten hebben begeleid. De advocaat van de vermeend overspelige vrouw concludeerde dat de verongelijkte echtgenoot iemand had ingehuurd om als zijn vrouw te poseren. Op die manier kon hij haar zowel ontrouw als bedrog verwijten. 

Beide versies zijn even rocambolesk, maar de rechtbank hechtte geen geloof aan het verhaal van mevrouw Santerre. De scheiding van tafel en bed (echtscheiding was toen verboden) werd in haar nadeel uitgesproken.  

Maar wie was de geheimzinnige minnaar? Volgens sommigen was dat “le prince d’O.”. Gedoeld werd op Willem van Oranje-Nassau, die vaak in Parijs verbleef en er in 1879 ook zou overlijden.  

 


Auguste Lepage, Les cafés artistiques et littéraires de Paris, 1882 (Google Books) beweert dat de Prins van O. de Franse boven de Hollandse vrouwen verkoos.


In het proces werd de naam van de prins voluit vermeld, maar dan eerder om de geruchten in twijfel te trekken of te besluiten dat het er niet toe deed met wie mevrouw Santerre haar man zou hebben bedrogen.