Posts tonen met het label Brood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brood. Alle posts tonen

26 maart 2026

Roggebrood voor de rijken

 

Peter Scholliers

 

In 1887 startten tegenstanders van Vooruit de hypermoderne bakkerij N.V. Het Volksbelang. De investering van een miljoen frank zou de succesvolle socialistische coöperatie wel kortwieken. Tot de Eerste Wereldoorlog beconcurreerden de bakkerijen van Vooruit en Het Volksbelang elkaar in woord en daad. De strijd draaide om de prijs maar niet om het soort brood, want dat gevecht won de naamloze vennootschap Het Volksbelang.

 

 

Afbeelding met tekst, Publicatie, document, papier

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Universiteitsbibliotheek Gent. Fonds Vliegende bladen BIB.VBL.HF II V058.11 (circa 1895).

 

 

            Vooruit bakte brood van ruw gebuild tarwemeel, de zogenaamde “dubbel zero” of huishoudbrood, maar nooit van fijn gebuilde tarwe of “trippel zero”. Dat was witbrood. Roggebrood bakte Vooruit amper: dat was voeding voor arme buitenlieden. In Gent was de tijd van de roggeboterham voorbij, meende de coöperatie.

 

Het Volksbelang bakte niet alleen huishoudbrood maar ook witbrood. Dat laatste was lang het privilege van rijke mensen en toen na 1885 de prijs ervan daalde als gevolg van de massale invoer van buitenlandse tarwe en de mechanisering van de productie, kochten almaar meer mensen witbrood. Ook coöperanten van Vooruit verkozen dat brood, tot onbegrip van hun directeuren die de omzet van hun bakkerij zagen haperen.

 

Het Volksbelang kende onmiddellijk succes. De naamloze vennootschap verkocht brood aan arm en rijk, leverde aan huis in en rond Gent, bood enkele voordelen afgekeken van Vooruit (zoals medische hulp) en breidde het aanbod sterk uit. Niet alleen verkocht de bakkerij gewoon witbrood, maar ook varianten ervan: “Driedubbele zero, Brood van Hongaarsche bloem, Franschbrood, Coupés, Galetten en Tressen”. Daarmee imiteerde ze de ambachtelijke bakkers die zagen dat het gewone witbrood de rijkere klanten minder beviel. Het Volksbelang verkocht alle broden à 22 centiemen per kilo, of een centiem goedkoper dan de artisanale bakkers.

 

Later stond Het Volksbelang kritisch ten opzichte van witbrood. Dat had te maken met inzichten van diëtisten avant la lettre die waarschuwden voor overmatige consumptie ervan. Een pamflet van Het Volksbelang uit de late jaren 1890 citeerde priester Kneipp, voorvechter van natuurlijke levenswijze, die streed tegen het sneeuwwit brood en tegen het verwijderen van zemelen. Het verwees ook naar “talrijke geleerden die aanzien als beste, smakelijkste en voedzaamste brood datgene van zuiver tarwe, door steenen gemalen en waar de zemelen en hart van ’t meel in behouden zijn. Zij noemen zulks pain entier, volledig brood”. Productie van volkorenbrood vergde minder werk terwijl er geen afval was, waardoor de prijs laag was. Niets dan voordelen!

 

Bijgevolg bakte Het Volksbelang “Kneippbrood, Volbrood en Melé” (een mengeling van fijne tarwebloem met ongebuild roggemeel). Dat laatste werd “vooral aan hardlijvigen aanbevolen”, mensen met last van constipatie. Maar het bleef niet bij een Melé-brood, want rond 1900 bakte de N.V. ook andere donkere broodsoorten: Gruau (havermout), Oberländer (tarwe met rogge, karnemelk of desem), puur roggebrood, boerenbrood, Duits roggebrood, Pumpernickel (roggebrood uit Westfalen) en brood voor diabetici. Die “donkere broden” met modieuze namen kostten evenveel als de witte broden.

 

 Voor 1914 bakte Het Volksbelang bijna twintig soorten brood, Vooruit hooguit twee. De naamloze vennootschap wist dat een ruime keuze essentieel was om klanten te verleiden. Vooruit besefte dat pas na de Eerste Wereldoorlog.

 

 

Veel meer over de geschiedenis van brood: Brood, een geschiedenis van bakkers en hun brood (Vrijdag - Pelckmans, 2021)         

01 januari 2026

 

Brood dat doodt en zot maakt

                                                                                             [Scroll down for translating tool 😀]

Peter Scholliers

 

Op 16 augustus 1951 trof een ramp Pont-Saint-Esprit, een Zuid-Frans stadje aan de Rhône. Tweehonderd mensen werden met pijnlijke maag, spieren en hoofd in het lokale ziekenhuis opgenomen. Er viel een dode, gauw gevolgd door vier anderen en later nog twee. Ongeveer vijftig mensen, jong en oud, kregen aanvallen van razernij en werden in een psychiatrische instelling geplaatst. Een golf van paniek rolde niet alleen over de Gard en de Vaucluse, maar over heel Frankrijk. Franse kranten berichtten uitgebreid over de zaak, maar ook Belgische, Britse, Duitse, Nederlandse en zelfs Noord-Amerikaanse dagbladen volgden de kwestie op de voet. Vergiftigd brood bleek de boosdoener. Brood, hét basisvoedsel, stond de bewoners naar het leven.

 

 

Afbeelding met tekst, Menselijk gezicht, boek, kleding

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Le Parisien, 6 september 1951, cover: “Le pain de la mort” (Gallica.fr).

 

           

Het onderzoek naar de oorzaak leidde lange tijd tot niets, ondanks deskundige hulp van internationale experten. Velen dachten aan moederkoren (claviceps purpurea), een schimmel die bij slecht bewaarde rogge en tarwe opduikt en leidt tot hallucinaties en afsterven van weefsel. Maar de zieken vertoonden andere symptomen, wat leidde tot allerlei speculaties. Werden verdacht: de frauderende bakker, zijn helper, de louche molenaar, het vuile water van de fontein, de nieuwe mengmachine, het klooster in de buurt van het stadje, Josef Stalin, spionagediensten, de duivel en de Franse spoorwegmaatschappij. Pas in 1965 kreeg de zaak een juridisch sluitstuk: de Union meunière du Gard, de maalderij, werd veroordeeld. Maar of die de schuldige was…?

 

            Intussen kende de streek geen rust. In december 1951 kocht een boerin oud brood bij bakker Landrand uit Pont-Saint-Esprit om haar kippen te voederen. Enkele dagen later stierven vijf kippen en ook de kat gaf de geest. Net op dat moment vertoonden enkele patiënten en personeelsleden van het plaatselijke hospitaal ziektesymptomen die leken op deze uit de zomer. Bakker Langrand had brood aan het hospitaal geleverd. Het giftige brood was terug! De media, medici en justitie haastten zich naar Pont-Saint-Esprit. Brood- en meelstalen werden getest, molenaars en bakkers werden ondervraagd. De kippenboerin zag haar kans, beschuldigde bakker Langrand en chanteerde hem: 2.500 Franse frank in ruil voor haar stilzwijgen. De bakkerszoon dokte af, maar alles kwam uit: de bakker werd formeel van fraude beschuldigd en moest zijn zaak sluiten.

 

            Meer onderzoek volgde. Snel bleek dat de ziektesymptomen verschilden van deze uit de zomer en dat er niets mis was met het brood van de bakker. Een deskundige stelde vast dat enkele oude conserven met vleesballetjes de oorzaak waren. De doodsoorzaak van de kippen bleef onopgelost: de dode diertjes werden nooit gevonden. De affaire uit december 1951 illustreert mooi de vijf klassieke fasen van een crisis omtrent voedselveiligheid. Aan de basis ligt een gerucht of een feit. Dan volgt de wijde verspreiding via de media en praatjes die de angst doen toenemen. Onderzoeken vormen de derde fase, die vaak controverse opwekken (wat fase vier is), wat tot nog meer onzekerheid leidt. De laatste fase duidt de verantwoordelijke aan en stelt gerust.

 

            De affaire uit augustus 1951 kreeg nog een verrassend staartje. In 2009 ontdekte een Noord-Amerikaanse journalist dat de CIA proeven had gedaan met LSD in het kader van de koude oorlog met de Sovjet-Unie en dat Pont-Saint-Esprit testgebied was. Getuigen bevestigden het verhaal. Zou het?

 

 

13 november 2025

 

“Het brood van Vooruit is oneetbaar”

 

Peter Scholliers

 

In 1889 begon Innocentius Bronckaers (1857-1937) te werken in het steenkoolmagazijn van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit, de succesvolle socialistische coöperatie van Gent. Vijftien jaar later werkte hij er nog. Hij was graag gezien. Iedereen noemde hem Centus. Tot zijn verwondering stond de arme man in september 1904 in het middelpunt van een ideologische storm die zelfs Frankrijk en Nederland beroerde. Dat had alles te maken met brood.

 

De broodverkoop was de steunbeer van Vooruit. Het reglement voorzag dat “De leden verplicht worden getrouw te betalen, tot het bezoeken der driemaandelijksche vergaderingen en tot het koopen van brood”. Het bestuur waakte nauwgezet over de kwaliteit van het brood. Woog het te licht, was het onvoldoende gebakken of brokkelde het, dan wilde het bestuur dat graag horen tijdens de ledenvergadering. Maar Vooruit gruwde van kritiek in het openbaar, omdat dit de verkoop, het ledental en de reputatie zou schaden. Centus zorgde, volstrekt ongewild, voor dat laatste.

 

 

Afbeelding met tekst, krant, Lettertype, papier

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Gazette van Gent, 23 oktober 1905, p. 3 (hetarchief.be).

 

 

Het bestuur kende de broodaankoop van elke Vooruiter, omdat de berekening van het “deel” (of de winst) van elk lid daarmee rekening hield: hoe meer brood gekocht, hoe groter het voordeel. De broodvoerders van Vooruit maanden “slechte” leden regelmatig aan meer brood te kopen. Maar wanneer een werknemer van Vooruit te weinig brood kocht, nodigde het bestuur hem uit zich te verantwoorden tijdens een bestuursvergadering. In de zomer van 1904 bleek Centus slechts zes broden per week te hebben gekocht, terwijl zijn gezin van acht veel meer brood at. Zeer merkwaardig: dit gesprek sijpelde door in het Nederlands weekblad van de anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, De Vrije Socialist (10 september 1904, de volle bladzijde 1). Wie de klokkenluider was, is niet geweten, maar het bericht bevestigt dat Vooruit ook uit linkse hoek werd onderuitgehaald.

 

De Vrije Socialist voerde de arme steenkoolbezorger op als voorbeeld van de wijze waarop Vooruit omsprong met haar personeel: net zoals een kapitalistische ondernemer, namelijk ontslag na een petieterig conflict. Alsof deze beschuldiging nog niet volstond, publiceerde het weekblad flarden van de ondervraging van Centus. Hem werd gevraagd waarom hij zo weinig brood kocht. Zijn antwoord was, volgens De Vrije Socialist, het slechtst mogelijke dat hij kon geven: “Dat zijne vrouw en kinderen het brood van Vooruit niet lusten, dat zij het niet konden naar binnen krijgen, en dat men hem wel kon dwingen het brood te eten, maar toch niet zijne vrouw en kinderen”. Vooruit bakte slecht brood! De Belgische pers liet de kans niet liggen om Vooruit te tackelen. De conservatief-katholieke Le Vingtième Siècle parafraseerde het Nederlandse artikel en wilde een reactie van Vooruit horen. Die kwam er een dag later: Anseele, de grote baas van Vooruit, wuifde elke kritiek weg met als ultiem argument dat 10.000 Gentse gezinnen elke dag brood bij Vooruit kochten. Maar de geest was uit de fles en kranten uit België, Nederland en Frankrijk hadden het over het slechte brood van Vooruit en hoogst ontevreden klanten. Een krant uit Rijsel meende zelfs te weten dat Centus zelfmoord had gepleegd…

 

Dat laatste heeft hij niet gedaan. Hij stapte naar de rechtbank om zijn ontslag aan te vechten, waar hij gelijk kreeg en Vooruit hem 1.000 frank schadevergoeding moest betalen. De verkoop van het brood van Vooruit slabakte in die jaren. Had de affaire Centus daarmee iets te maken?