Moambe in Brussel
[Scroll down for translating tool]
Peter Scholliers

Bron: L’Illustration Congolaise, 1 mei 1935, p. 35 (Archief
Afrikamuseum).
De wereldtentoonstelling van 1935
in Brussel beloofde schitterend te worden. Aanvankelijk waren de vooruitzichten
somber wegens de aanslepende gevolgen van de beurscrash van oktober 1929, maar
in de loop van 1934 klaarde de hemel op. Almaar meer landen beloofden aanwezig
te zijn, het Heizelplateau bleek zeer geschikt en overheids- en privékapitaal werd
gevonden.
Net als bij
vorige wereldtentoonstellingen in België en elders genoten de kolonies veel aandacht.
Kunstobjecten, producten zoals ertsen of cacaobonen en folkloristische foto’s
werden uitgestald tegen de achtergrond van geologische kaarten. Toppunt was de
bouw van een “inheems” dorp waar mannen, vrouwen en kinderen het dagelijks
leven naspeelden, door de bezoekers dommig aangestaard.
De Parijse
expo van 1889 —die van de Eiffeltoren— was de eerste waar Afrika, Azië en
Zuid-Amerika geproefd werden: restaurants, eetstalletjes en cafés lieten de
bezoekers kennismaken met exotische spijs en drank. Daarmee was de trend gezet.
De expo’s op Belgische bodem van 1894, 1897, 1905, 1910, 1913 en 1930 waren
geen uitzondering, maar ze negeerden de keuken van Congo. De Belg vernam enkel dat
de kolonie cacao- en koffiebonen produceerde.
De voorzitter
van de afdeling Kolonialisme van de expo van 1935 kondigde de bouw van een
“Hall van het toerisme” aan. Dat was een breuk met de eerdere visie op de
kolonie waar agro-industrie en handel centraal stonden. Bij de nieuwe visie
hoorde een koloniaal restaurant. Dat was een gok, want de Europeaan dacht dat
Afrikaans eten armzalig, te kruidig en onveilig was. Hij associeerde dat
continent bovendien met hongersnood en kannibalisme. Ook meende hij dat de
kolonist enkel overleefde met voedsel in blik,
terwijl een zonderling zich aan gerookt olifantenvlees waagde.
Een tijdelijke
vennootschap zorgde voor geld, de befaamde architect Victor Bourgeois tekende
de plannen en in mei 1935 opende Restaurant Colonial Leopold II. Het
was prachtig met zijn groot terras dat uitgaf op een rozentuin.
De Belgische
pers was verbaasd, aangenaam verrast en vooral nieuwsgierig. Een krant schreef,
“Op aanvraag serveert het restaurant koloniale schotels met de vreemdste
smaken, bereid door koks met jarenlange ervaring”. “Op aanvraag” toonde de
voorzichtigheid waarmee het restaurant tewerk ging: hoe zou het publiek
reageren? Een andere krant wist dat de Congolese keuken vooral kip bereidde:
“Kip met aardnoten, kip in palmolie en kip met pilipili en voor dat laatste
gerecht moet de eter een stevige maag hebben”. Andere kranten, geïnspireerd
door de expo, brachten Congolese recepten, waaronder kip met bananen.

Bron: Clarté, 1 februari 1938, p. 38 (KBR-Belgicaperiodicals).
Kenners
waren enthousiast over een échte Congolese schotel, de moambe (kip in palmolie
met aardnoten en pilipili), die 45 frank kostte. Dat was veel, maar diende voor
twee à drie eters. Een Europees menu met soep, voorgerecht, hoofdschotel,
dessert en koffie in Restaurant Leopold II kostte evenveel, per persoon. Eind
1939 proclameerde Pourquoi Pas? de moambe tot Congolees nationaal gerecht.
Het had niet veel om het lijf, schreef het magazine: “een kip gekookt in
palmolie met wat pilipili”.
Het restaurant
overleefde de sluiting van de expo in november, wat wijst op trouwe klanten. In
juli 1936 verhuisde het naar het pas geopende Grand Hotel in de Brusselse Anspachlaan.
Het serveerde “exquise Congolese schotels”, nog steeds op aanvraag. De Tweede
Wereldoorlog gaf het restaurant de doodsteek: de liquidatie kwam er in april
1941.