Posts tonen met het label Kelner. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kelner. Alle posts tonen

26 maart 2026

 

Zelfmoord in een familiepension

 

Patricia Van den Eeckhout

 

In 1925 nam de Franse garçon de café Claude Loup zijn intrek in een achterkamer van een familiepension in de Brusselse gemeente Sint-Joost-ten Node. Op 22 juli 1927 joeg hij zich daar een kogel door het hoofd. Loup werd nog naar een nabijgelegen hospitaal gevoerd, maar bezweek er aan zijn verwondingen. De garçon zou uit ellende tot zijn wanhoopsdaad zijn overgegaan, schreef de krant Vooruit.

 

Claude Loup werd in 1878 geboren in het Franse Bourg-en-Bresse. Toen hij zich twintig jaar later aanmeldde om zijn militaire dienst te doen, werd hij twee keer weggestuurd omdat hij te zwak was. Hij was eerst touwslager, net als zijn vader. Mogelijk verkoos hij later omwille van zijn zwakke constitutie voor een leven als garçon de café. Kelnerwerk had de reputatie licht te zijn, waarmee men zich niet al te vuil maakte. In de praktijk zorgden de ellenlange werkdagen en het eindeloze rechtstaan ervoor dat de gezondheid van de garçon zwaar op de proef werd gesteld. Loup beschikte wel over een troef om het als kelner te maken: hij was 1m76 lang. Horecazaken die op een gegoed publiek mikten, verkozen lange en slanke serveerders.

 

In 1901 moest Loup alsnog zijn dienstplicht vervullen, maar in de praktijk kwam daar niet veel van in huis. De legerarts noteerde dat hij “volumineuze spataderen” had. Loup leed dus al aan een typische kelnerkwaal, voor zijn carrière als kelner goed en wel begonnen was. Zijn ontmoeting met de acht jaar oudere Gentse naaister Irma Verhoestraete die in Rijsel een café uitbaatte, bracht Loup in contact met de horeca. Het tweetal trok in 1902 naar Brussel, woonde eerst een tijd samen en huwde in 1904.

 

Tot zowat 1910 leidde Loup een anoniem bestaan, maar dan begon hij te militeren in de Brusselse kelnerbeweging, die haar pijlen vooral richtte op de plaatsingsburelen. Die misbruikten hun bemiddelingspositie om horecapersoneel dat naar werk zocht uit te buiten. In 1910, het jaar dat Brussel gaststad was voor de Wereldtentoonstelling, ging Loup regelmatig betogen. Hij zou eieren gevuld met blauwe kleurstof hebben gegooid naar een plaatsingsbureel en liep veroordelingen op omdat hij werkwillige garçons het werken belette en een ruit had gebroken.

 

Claude Loup publiceerde in de Brusselse kelnerbladen, woonde als Belgische afgevaardigde kelnercongressen bij en gaf in 1913 kortstondig een eigen blad uit: Le Combat. Daarin verscheen een zelfgeschreven gedicht: “Tablier blanc”. De lange witte schort die heel wat garçons over hun deftige zwarte pak droegen, zou een strijdwapen worden en in een rode vlag veranderen.

 

 

Afbeelding met tekst, krant, Lettertype

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

(Mundaneum)

 

De Eerste Wereldoorlog moet de al zwakke Claude Loup de genadeslag hebben gegeven. In 1920 werd zijn invaliditeit door de legerarts nog op minder dan 10 procent geschat. Maar in de daaropvolgende jaren werd dat stelselmatig verhoogd, tot hij in 1926 voor 100 procent invalide werd verklaard. Hij had een hartkwaal, bloedarmoede, bevende ledematen, chronische veralgemeende reuma, verminderd zicht, lichtgevoeligheid en neurologische problemen. Met zo’n waslijst aan kwalen was het ondenkbaar dat Loup zijn kost als kelner zou kunnen verdienen. Eind mei 1927 kwam hij in aanmerking voor een invaliditeitspensioen van de Franse staat. Heeft dit nieuws Claude Loup niet tijdig bereikt? Of was het een druppel op een hete plaat? Eind juli 1927 maakte hij een einde aan zijn leven. 

 

 *

Meer over de geschiedenis van kelners: Koks en kelners, 1750 – 1950 (met een epiloog tot vandaag!)

12 februari 2026

 

Vijf kogels voor een dessert

 

Patricia Van den Eeckhout

 

Jean-Baptiste Amedée Delhomelle zinde op wraak. Amper een maand was hij aan de slag geweest als garçon de salle bij de gekende Parijse restaurateur Nicolas Marguery. Nu stond hij op straat. Een discussie over een dessert had een einde gemaakt aan de samenwerking. Delhomelle werd gevraagd om het dessert van een klant te serveren, maar hij had dat geweigerd: het dessert zag er niet uit. Zoiets kon hij niet opdienen. Marguery vroeg hem om een toontje lager te zingen en te doen wat hem gevraagd werd, maar Delhomelle wilde van geen wijken weten.

 

Of hij nu zelf ontslag had genomen of de laan was uitgestuurd, was niet duidelijk. Volgens Marguery had de kelner te veel noten op zijn zang, was hij niet onderdanig genoeg en babbelde hij ook te veel. Maar hij gaf wel toe dat de man een ijverige werker was. Delhomelle vond een andere job als kelner, maar ook hier volgde ontslag. Hij werkte vervolgens als extra, wat betekent dat hij geen “vaste” job had, maar overal vervangingen moest doen. Delhomelle had zijn buik vol van de horeca-uitbaters en besloot dat een van hen moest boeten. Zijn keuze viel op Marguery. Hij kocht een revolver en kogels.

 

            De Parijse restaurateur had zijn dagelijkse routine. Hij ging naar de markt en keerde op een vast uur terug. Delhomelle was daarvan op de hoogte. De gefrustreerde kelner wachtte Marguery op en vuurde. Er gebeurde niets, want het wapen blokkeerde. Niemand had iets gemerkt. Als Delhomelle het later niet aan de politie zou hebben bekend, zou niemand het geweten hebben. Hij gaf zijn plan niet op, maar ging in de Bois de Boulogne met de revolver oefenen. Weer ging hij Marguery opwachten. Hij had zich met twee cognacs moed ingedronken. Marguery kwam voorbij gewandeld, verdiept in een krant. Delhomelle schoot hem in de rug. De restaurateur viel op de grond, waarna zijn aanvaller nog vier keer op hem vuurde. Marguery overleefde de aanslag, maar omdat het operatief verwijderen van de kogels te risicovol was, zou hij de rest van zijn leven pijn lijden.

 

            In 1871 werd Delhomelle door het assisenhof tot de doodstraf veroordeeld. De jury hield geen rekening met verzachtende omstandigheden. Door over de eerste onopgemerkte moordpoging op Marguery te beginnen, had Delhomelle zich bij wijze van spreken zelf aan de galg gepraat. Maar enkele maanden na zijn veroordeling kreeg de man gratie. Hij werd naar een strafkolonie in Nieuw-Caledonië verscheept, waar hij vervolgens als kolonist een leven uitbouwde, huwde en kinderen kreeg.

 

Afbeelding met Menselijk gezicht, portret, kleding, persoon

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist. 

De bejaarde Delhomelle in Nieuw-Caledonië

(https://www.lnc.nc)

 

Was Delhomelle op zijn proces zeer mededeelzaam over zijn moordpogingen, dan vernemen we spijtig genoeg niets over zijn parcours als kelner. Geboren in de Somme als zoon van een graankoopman, was hij naar de Verenigde Staten getrokken om in 1859 op 17-jarige leeftijd naar Frankrijk terug te keren. Een bloeiende kelnercarrière had hij allicht niet. Toen hij op 28-jarige leeftijd bij Marguery werkte, oefende hij de functie van omnibus uit, dat was een soort hulpkelner. Vaak werd die taak toevertrouwd aan iemand die jong was en de stiel nog moest leren.

 

 

Veel meer over de soms woelige verhouding tussen koks en kelners in het boek van Patricia Koks en kelners 1750 - 1950 (Ertsberg, 2025)