Posts tonen met het label Schoolboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schoolboek. Alle posts tonen

25 februari 2026

 

Eet niet te veel vlees!

 

Peter Scholliers

 

 

 

Afbeelding met tekst, boek, papier, Papierprodcut

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Eigen collectie.

 

 

Vanaf de jaren 1880 verschenen in België handboeken ten behoeve van meisjes die huishoudlerares wilden worden. Ze stonden vol praktische tips over wassen, strijken, hygiëne, koken en kinderen grootbrengen. Basisidee was meisjes uit de arbeidersklasse te kneden tot goede huismoeders die aan echtgenoot en kinderen een gezellige thuis zouden bezorgen.

 

            De handboeken besteedden zeer veel aandacht aan voeding, wat de hoge uitgaven voor eten en drinken in het gezinsbudget weerspiegelde. Kooktips, recepten en eenvoudige weekmenu’s wisselden elkaar af, maar altijd begon men met de “theorie”. Daarin werd de dieetleer begrijpelijk gemaakt voor de arbeidersklasse.

 

            Vlees verscheen in de schoolboeken als ideaal voedsel dat helaas te duur was om dagelijks te eten. In 1889 schreef een schoolboek: “Vlees voedt de mens het beste, maar jammer dat het duur is”. Peulvruchten, stokvis of haring konden het dure vlees vervangen. In 1912 beaamde een ander schoolboek: “Vlees is het meest voedzame product en is absoluut noodzakelijk. Een arbeidersgezin kan er helaas maar weinig van eten wegens de hoge prijs. Best koopt dat gezin eerst ander voedsel en mocht er geld overblijven, dan kan vlees worden gehaald”. Intussen steeg het vleesverbruik van arbeidersgezinnen beetje bij beetje omdat de prijs van brood en aardappelen —de basisvoeding— daalde en de meeste lonen stegen.

 

De Eerste Wereldoorlog bracht geen verandering in de adviezen die jonge meisjes in de schoolboeken lazen: vlees verschaft volledige voeding, maar is onbetaalbaar en dus is het “vegetarische menu” onvermijdelijk. Tussen 1920 en 1940 steeg de vleesconsumptie van arbeiders nog wat meer: de ideale voeding bleek niet alleen voedzaam, maar leverde ook status.

 

De stijgende vleesconsumptie vertaalde zich niet in de leerboeken van de huishoudschool. “Hecht minder belang aan vlees eten”, klonk het, want de gezondheid zou kunnen lijden onder te veel vlees. Dat argument was nieuw. Het groeide uit ideeën van enkelingen die vegetarische voeding promootten, maar enkel gehoor vonden bij een erg kleine groep adepten uit de hogere middenklasse.

 

Het leerboek van Mertens en De Beusscher, Huishoudkunde – Voedingsleer uit 1928 (afbeelding), illustreert de nieuwe adviezen omtrent vleesconsumptie bij de arbeidersklasse. De prijs deed er minder toe, gezondheid des te meer. “De vleeschvoeding, gekenmerkt door een al te aanzienlijk verbruik van vleesch, veroorzaakt noodzakelijkerwijze de ophooping van slecht oplosbare afvalstoffen, welke de nieren vuil maken en moeilijk afgescheiden kunnen worden”. Gevolg was “bederving van de samenstelling van het bloed, verstoren van de lever en de verduwingsorganen en overbelast hart”. Dezelfde visie dook op in andere leerboeken uit die jaren. Het schoolboek van Ellen-Simon Kookkunst en huishoudkunde uit 1938 keek zeer kritisch naar charcuterie die sterk in de smaak viel van de arbeidersklasse: “Spekslagerijwaren zijn zeer dikwijls gemaakt met bedorven vlees. Het gevaar is des te groter, daar men zeer dikwijls slechten smaak door kruiden wegneemt”.

 

Handboeken voor huishoudscholen hebben nooit voor vegetarisme gepleit, maar voor sterke matiging van vlees eten. De meeste kookboeken voor de midden- en hogere klassen begonnen dat pas te doen in het laatste kwart van de 20e eeuw. Vlees is altijd een goede meter van sociale verschillen geweest, in theorie en praktijk.