Posts tonen met het label Koninklijk paleis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koninklijk paleis. Alle posts tonen

09 juli 2026

 Koninklijke wijn te koop


scroll down to the translating tool and access 101 languages

Peter Scholliers

De Nederlandse Koning Willem I regeerde over het Verenigd koninkrijk der Nederlanden tot 1830, toen de revolutie hem afzette en België ontstond. Willem I had schulden bij heel wat Belgische handelaars en ambachtslieden. Misschien moet de wijn uit zijn Brusselse paleis worden verkocht om de schuldeisers te betalen, opperden enkele Belgische kranten in november 1831. Dat gebeurde niet maar de idee werd twee jaar later opgepikt, niet alleen om schulden te betalen maar ook om de staatskas van het jonge België te spekken. 

De wijnkelder van Willem I was goed gevuld. Hij dronk dagelijks wijn en de drank vloeide ook gul bij diplomatieke contacten waar heildronken de toespraken afrondden. De kelder van het paleis van Brussel bevatte wijn van befaamde producenten uit de Bordeaux-streek zoals Margaux, Lafite, Saint-Julien en Latour, naast gerenommeerde Spaanse en Duitse wijnen.

Le Belge, een Brusselse krant van republikeinse strekking, schatte de waarde van de paleiswijn op 40.000 frank (zo’n 310.000 euro) voor 23.000 flessen. Elke fles kostte gemiddeld 1,75 frank (14 euro). Er was goedkope wijn van 30 centiemen voor een liter (2,30 euro) die werd gebruikt voor het koken, maar ook dure à 20 frank voor 75 centiliter (155 euro) die op galadiners werd geschonken.

In oktober 1833 vroeg Le Belge waarom de paarden van Willem I verkocht waren, maar nog niet de meubels, boerderijen, gronden, schilderijen of wijn. Deed dit bericht de Belgische administratie nog geen maand later beslissen de wijn van Willem I in beslag te nemen en openbaar te verkopen? De krant en vele Belgicisten triomfeerden.


 

Deel van de aankondiging van de openbare verkoop van de wijn van Willem I. 

Le Belge, 3 januari 1834 (Belgicapress – KBR).

De verkoop gebeurde in het paleis van Brussel op 26 december 1833 en 7 januari 1834 onder toezicht van een ambtenaar van het sekwester. De pers publiceerde de officiële aankondiging van de verkoop met de inventaris van de koopwaar: 18.000 flessen Rüdesheim, Johannisberg, Porto, Bergerac, Latour, Graves, Chablis, Lafite en vele andere prestigieuze soorten, naast honderden flessen likeur en evenveel vaten bier. 

De verkoop trok veel geïnteresseerden en bracht goed op (maar het juiste bedrag is ongekend). Een krant schreef dat vooral aanhangers van het huis van Oranje de wijn van de koning hadden gekocht en daarbij niet op een frank hadden gekeken. Ze besloot dat “dit de ideale manier was om hun verdriet te verdrinken”. Het jonge België had de staatskas gevuld en de Hollandse koning te kijk gezet.

Willem I betwistte de verkoop van zijn wijn, maar hij werd volslagen genegeerd. De Willemsgezinde Messager de Gand vond dat er een verschil moest worden gemaakt tussen de publieke figuur en het individu dat recht had op eigendom: de inbeslagname van de wijn was dus diefstal. Le Belge fulmineerde “Moeten wij dan de schulden van een tiran betalen?”.

Vijftien jaar later bood een Brusselse notaris 2.000 flessen wijn van topkwaliteit in openbare verkoop aan. Hij meldde dat enkele flessen uit de wijnkelder van Willem I kwamen. De Hollandse koning was vergeten, maar de reputatie van zijn wijn blijkbaar niet.

*

Wie meer wil weten over de wijnconsumptie aan het koninklijke hof, kan terecht bij dit artikel : "Wine Diplomacy at the Brussels Royal Court priot to 1914" in Storia e Futuro (juni 2926, open access).



05 maart 2026

 

De Duitse maître d’hôtel van twee Belgische koningen

 

Peter Scholliers

 

 

 

Afbeelding met tekst, Lettertype, wit, zwart-wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Truth (Londen), 12 januari 1882, p. 95

 

 

 

 

In 1835 werd Frédéric Charles Auguste Reiße aangeworven als hulpkok in de keuken van het koninklijk paleis in Brussel. Hij was toen 18 jaar, kwam uit het vorstendom Sonderhausen (Thüringen), waar hij de stiel had geleerd in het restaurant van zijn vader. Hoe hij in Brussel terechtkwam en in het paleis aan de slag kon, is een mysterie. Hij maakte er in elk geval snel carrière.

 

            In 1843 trouwde Charles Reiße met Vénérande Marie Marchand, dochter van Jean-Pierre Marchand die in Amsterdam als fabrikant zijn brood verdiende. De huwelijksakte vermeldde hotelhouder als het beroep van vader Reiße, en het vage “employé” voor zijn zoon. Frédéric werkte toen nog steeds in de paleiskeuken. Twee van de vier getuigen bij het huwelijk waren collega’s van hem: koks Edouard Oehm en Gustave Greiner. Vijf jaar later leidde Frédéric Reiße de keuken van het paleis. Hij was toen 31 jaar.

 

             Blijkbaar had Reiße uitstekende organisatorische en financiële capaciteiten, want rond 1850 volgde Oehm hem op als chef de cuisine van het paleis, terwijl hij het zelf schopte tot maître d’hôtel. Zijn verantwoordelijkheden waren groot. Hij was de baas van de keuken en de wijnkelder, overlegde met de hofmaarschalk over gewone maaltijden en galadiners, stond in voor aankopen van voedsel, drank, linnen en bestek, en adviseerde bij de selectie van het keukenpersoneel.

 

Reiße verdiende 5.000 frank per jaar, terwijl Oehm het moest doen met 1.690 frank, plus extraatjes zoals “wijngeld” en “deel in het oordeelkundig beheer”, dus een bonus, wat goed was voor zo’n 800 frank per jaar (vermenigvuldig met 8 voor bedragen in euro van vandaag). Reiße zat niet verveeld om een schnabbel. In 1882 en 1883 dook zijn naam op in Duitse en Britse advertenties voor koffie, die hij tekende als “Charles Reisse, Comptroller-General of the Household of the King of the Belgians”. Hij bleef in dienst van het paleis tot 1887, zag twee nieuwe Franse chefs de cuisine in de paleiskeuken verschijnen en werd opgevolgd door Oehm.

 

In 1887 gebeurde er iets uitzonderlijks: Leopold II benoemde Reiße tot ridder in de Leopoldsorde, als “publieke getuigenis van welwillendheid ter gelegenheid van vijftig jaar trouwe dienst”. Niet alleen een loopbaan van vijftig jaar bij dezelfde werkgever was bijzonder, ook de toekenning van een medaille was dat. De Leopoldsorde bestond sinds 1832 en beloonde burgers en militairen voor “uitzonderlijke merites”. Het satirische maandblad van socialistische signatuur, La Trique (11 augustus 1889), vond dat straf. Het blad wist niet alleen te melden dat het koningspaar heel wat geschenken aan de maître had gegeven, maar ook de medaille van de Leopoldsorde. Het blad besloot boud, “Waarom niet? Men geeft ook medailles aan varkensfokkers, en dus is het zeer terecht een titel te geven aan een man die gedurende vijftig jaar prinsen vetmestte”. Reiße overleed in 1894. Hij was 77 jaar.

 

 

Afbeelding met tekst, document, papier

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Overlijdensbericht van Reiße, 1894

Bron: Wikipedia Commons, 800000161569.jpg