De rijstpap van de kasteelheer
Patricia Van den Eeckhout
In de 18e eeuw werd van koks geregeld beweerd dat ze gifmengers waren. Soms sloeg dit op het feit dat ze slordig omsprongen met hun koperen kasserollen, zodat de toxische stoffen die ontstaan bij de oxidatie van koper met het voedsel in contact kwamen. Maar koks werd ook verweten dat hun rijke ragouts en hun zware sauzen slecht waren voor de gezondheid van hun broodheren. Die legden voortijdig het loodje omdat ze al die succulente gerechten niet konden weerstaan. Een enkele keer was de kok ook letterlijk een gifmenger.
In 1950 was de jonge kok Noël Romanoz in Toulouse op zoek naar werk. Hij was aan de slag geweest bij restaurant Lucullus, maar ondanks het feit dat zijn baas hem wel kon appreciëren, moest die hem toch laten gaan. Romanoz kwam vervolgens aan de bak als metselaarshulpje, maar ook hier volgde ontslag. Ronddolend in Toulouse liep hij een Spaanse priester, abbé Amiel, tegen het lijf, die hem voorstelde aan de bewoner van het kasteel van Empeaux, zo’n 35 km van Toulouse.
De kasteelheer was Béranger Alaux, een marktkramer in stoffen die fortuin had gemaakt. In 1940 was hij weduwnaar geworden. Na enkele dagen op proef te hebben gewerkt, werd Romanoz aangeworven als kok. Op het kasteel werkten en woonden ook een 60-jarige tuinier en een kamerknecht en een chauffeur die amper 20 waren.
Noël Romanoz (Qui? Le Magazine de l’énigme et de
l’aventure, 16 juli 1951, gallica.bnf.fr /
Bibliothèque nationale de France)
In de loop van 1951 voelde de 58-jarige kasteelheer zich almaar slechter. Hij belandde in het ziekenhuis, waar de dokters al snel aan vergiftiging dachten. De 27-jarige kok kwam in beeld. Romanoz bekende: inderdaad, hij had zijn werkgever gif toegediend. Rijstpap leende zich daar uitstekend toe: daar was Alaux dol op. Aanvankelijk deed de kok om de veertien dagen wat rattenvergif in de rijstpap. Maar dat leek weinig effect te hebben. Dus diende hij het gif om de drie dagen toe. De gevolgen bleven niet uit. Ook de kamerknecht zag zijn gezondheid op een bepaald moment sterk achteruitgaan. Hij bleek eveneens van de rijstpap te hebben gegeten.
Romanoz bekende ook waarom hij al gedurende zo’n zes maanden zijn baas probeerde te vergiftigen. Hij wou Alaux niet dood, maar die moest wel lijden. De kok was jaloers op de twee jongere dienstboden die in zijn ogen te veel aandacht kregen. Romanoz voelde zich opzijgeschoven. Volgens sommige kranten hield de kasteelheer er “speciale relaties” met zijn mannelijk personeel op na.
De bekentenissen van Romanoz vestigden de aandacht op een andere kwestie: de plotse en pijnlijke dood van de tuinier een aantal maanden eerder. Was ook hij een slachtoffer van Romanoz? Die zou zijn oog hebben laten vallen op het kleine huisje op het kasteeldomein waar de tuinier verbleef. Ondertussen was de priester die de kok en de kasteelheer in contact had gebracht, op de vlucht geslagen. Kranten hadden het over zijn “tegennatuurlijke neigingen” en bestempelden hem als een pooier in soutane, die bovendien als een agent van het Franco-regime zou optreden.
Noël Romanoz bekende de poging tot vergiftiging op zijn werkgever, maar ontkende elke betrokkenheid bij de dood van de tuinier. Die zou worden opgegraven om een exacte doodsoorzaak te bepalen. Of dat ooit gebeurde, is een raadsel. De kranten zwegen ook over de straf die de kok werd toebedeeld. Romanoz overleed in 2013.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten