19 maart 2026

 De krasse gifmenger

 

Patricia Van den Eeckhout

 

De Haagse gepensioneerde luitenant-generaal Carel August Gunkel was 84 jaar oud toen hij in 1859 terechtstond voor vergiftiging. De Nederlandse, Belgische, Franse, Engelse, Duitse en Oostenrijkse pers deden over de zaak uitgebreid verslag.

 

In januari 1859 had Gunkel mevrouw Louisa Esbra bezocht en een stuk leverworst van “twee palmen lang” (palm = 10 cm) meegebracht. Gunkel was getrouwd, maar hij stond “in nauwe betrekking” met de naaister Esbra, die hij geregeld geld toestopte. Dat was al zo’n elf jaar aan de gang, maar de bezoeken werden minder frequent en ook de giften werden minder genereus.

 

 

Afbeelding met schets, Menselijk gezicht, portret, Zelfportret

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Portret van C.A. Gunkel door Jan Heppener

(Rijksmuseum)

 

 

Af en toe bracht Gunkel iets mee om te eten en dat deed hij ook in januari 1859. “Dit moet je nu eens proeven, die heb ik in een net winkeltje gehaald”, prees de oud-militair zijn geschenk. Zelf wou hij niet van de worst eten, want hij had die dag al Malaga gedronken, klonk het. Louisa Esbra at er een klein stukje van, maar haar broer hield zich niet in. De hond had ook zijn deel gekregen. De naaister van Esbra kreeg eveneens een stuk, waarvan ze haar kinderen liet meegenieten. Maar twee van haar dochters vonden de worst niet lekker. Dus at de naaister de rest op.

 

De hond werd ziek, zo ook de naaister en een van haar kinderen. Ze moesten braken en hadden diarree. De broer van Esbra was er echter veel erger aan toe. Toen hij een brandende dorst en slikproblemen kreeg, dachten de dokters aan vergiftiging. De man overleefde het niet. De lijkschouwing bevestigde de these van de vergiftiging: iemand had met rattenvergif zitten knoeien.

 

Een en ander zette Louisa Esbra aan het denken. Het was niet de eerste keer dat een geschenk van Gunkel gevolgd werd door ziekte. Zo had ze last gekregen van verlammingsverschijnselen, nadat ze een glas jenever met suiker had opgedronken dat Gunkel haar had gegeven. Een tijdje later was er nog iets eigenaardigs gebeurd. Terwijl ze een pot vermicellisoep opwarmde, had ze de kamer even verlaten. Vervolgens bleek de soep heel bitter te smaken. Esbra goot ze uit naast een boom in de buurt van haar woning. De hond die er vervolgens van at, zou gestorven zijn. 

 

De kwieke ex-militair ging tot bekentenissen over. Hij zou het gedaan hebben om Louisa Esbra uit haar lijden te verlossen. Maar voor hij haar het kwalijke glas jenever uitschonk en ze verlammingsverschijnselen kreeg, mankeerde de vrouw niets. Dat Gunkel zijn minnares naar het leven stond, had een andere reden. Jaren geleden had hij voor de vrouw een loterijbriefje gekocht en daarmee had zij ruim 4.000 gulden gewonnen. Met het geld werden effecten gekocht, die op een bepaald moment bij de oude man in bewaring werden gegeven. Toen het pak waarin de effecten werden bewaard, werd opengemaakt, bleken er enkel drie blanco vellen schrijfpapier in te zitten. Gunkel had het geld opgesoupeerd.

 

De verdediging probeerde aan te tonen dat Gunkel op het moment van de feiten ontoerekeningsvatbaar was geweest. Dat lukte niet. De gifmenger werd veroordeeld tot de strop, maar omdat de koning hem gratie verleende, ontsnapte hij aan de dood. Hij keek aan tegen twintig jaar opsluiting, maar op 5 december 1859, enkele maanden na zijn veroordeling, zat zijn straf erop: Gunkel overleed in de gevangenis.

 

 Paling in het Volkspark

 

Peter Scholliers

 

De modernisering van de broodfabriek van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit in 1883 was zo succesrijk dat alles mogelijk leek. In de jaren 1880 opende de coöperatie de ene winkel na de andere. Het bestuur wist dat de arbeidersklasse niet alleen materiële voordelen wilde, maar ook nood had aan respect en verbondenheid. Daarom organiseerde Vooruit regelmatig feesten en optochten die dat gevoel voedden. De leesclub, de fanfare, de bibliotheek en de turnkring droegen daar ook toe bij. Maar in 1887 opende Vooruit een … park.

 

 

Afbeelding met tekst, krant, zwart-wit, Lettertype

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Bron: Vooruit, 20 mei 1887, p. 4 (Amsab.be)

  

            Openbare parken verschenen in de snel groeiende Europese steden in het begin van de negentiende eeuw. Ze boden de burgers de kans te wandelen in het groen, bloemperken te bewonderen, naar muziek te luisteren, kinderen te laten spelen en van een verfrissing te genieten. Na 1850 verscheen het “volkspark”. Het bood dezelfde ontspanning, maar was gericht op de arbeidersklasse. Een mooi voorbeeld was het Volkspark van Enschede uit 1874, dat “het bezoeken van kroegen moet bestrijden, het huiselijk leven bevorderen en het levensgenot verhoogen”. Vooruit wilde dat ook en gunde de arbeidersklasse gezonde ontspanning na de zware arbeid in de donkere fabrieken.

 

              Einde 1886 huurde de coöperatie een veld van 6.000 m2 buiten de Kortrijkse poort om er een park aan te leggen. In april 1887 was het klaar. Het bood plaats aan 8 à 900 mensen (53 priëlen met telkens 15 stoelen) en pakte uit met turn- en speeltuigen, een “kolossale muziektent op wier top de roode vlag wappert” en een buffet. Het werd plechtig geopend op 23 mei 1887. De krant Vooruit beschreef de wandelpaden, bloemperken, spellen, muziekkiosk, buffet en priëlen. Alles was groots, schitterend en vrolijk. “Wat een leven! Wat een geestdrift! Hoe straalde ’t gelaat van al de vrienden van opgezindheid en gewettigde fierheid! Men lachte, tikte, drukte elkaar de hand als vreugdeblijk voor dit nieuw schoon werk”. Het spel “Massacre des coupables” viel bijzonder in de smaak: “Met ballen groot als kinderhoofden slaat men naar de bollen van paters, uitbuiters en generaals! In één woord, ’t was vermakelijk en prachtig”.

 

            Weken na elkaar plaatste de Vooruit advertenties voor de “prachtigen lusttuin met wandelparken en buffet”, waar de bezoekers honger en dorst konden stillen “aan de laagste mogelijke prijzen”. Twee boterkoeken met een koffie en suiker kostten 20 centiemen. Voor “Paling met groensel” moest men 50 centiemen neertellen. Met een portie pommes-de-terre frites à 10 centiemen en een glas bier (ook 10 centiemen) was dat een volwaardige maaltijd. Een arbeidersgezin van vijf lunchte buitenshuis voor zo’n 3 frank… Almaar meer arbeiders konden dat betalen.

 

In de zomer van 1887 was het Volkspark de plek waar Vooruiters elkaar ontmoetten, feestten en overwinningen vierden, zoals in september toen de socialisten de verkiezingen voor de Werkrechtersraad (een soort arbeidsrechtbank) hadden gewonnen. Het park wekte echter ook agressie op. Het lag nabij een kazerne, en dagelijks passeerden er soldaten. In juni gingen enkele dronken soldaten met Vooruiters op de vuist.

 

Het Volkspark sloot einde 1887, herrees even in 1889 naast de broodfabriek van Vooruit aan de Nijverheidslaan, maar verdween dan helemaal.

 

Meer weten? Lees Vooruit, kameraden! De rode winkel van de belle époque (Ertsberg, 2025) of (en Français) “Consommer pour le socialisme: le Vooruit de Gand (1880-1914)”.