09 april 2026

 

Klopjacht op Brusselse restaurants

 

Peter Scholliers

 

 

Februari 1941. De Belgen zagen nog geen zwarte sneeuw maar leefden al 280 bezettingsdagen met rantsoenzegels, lange wachtrijen en stijgende prijzen. De collaborerende administratie had een prijzenstop ingesteld, maar kon de snelle groei van een zwart circuit niet beletten. Nochtans hield de Dienst voor Controle en Onderzoek de prijzen nauwgezet in het oog. Zijn agenten doken plotseling op in beruchte smokkelsteegjes, vielen beenhouwerijen binnen en controleerden de bolle tas van reizigers in de boerentram (de tram die het platteland en de stad verbond).

 

                  Begin februari ‘41 schakelde de Dienst een versnelling hoger, want de goederen verschoven almaar meer van de reguliere naar de zwarte markt. Die dwarsboomde de prijzenpolitiek en kon onhygiënisch zijn omdat het voedsel niet werd gecontroleerd. De Dienst wilde een sterk signaal geven dat een schok moest teweegbrengen: een razzia op Brusselse restaurants. Deze hadden de reputatie klanten te gerieven tegen erg hoge prijzen en zonder rantsoenzegels.

 

                  De actie werd grondig voorbereid. De directeur-generaal leidde de operatie, bijgestaan door een tiental districtshoofden. Op woensdag 19 februari, klokslag 12 uur, stuurden zij 400 agenten naar 120 goedbeklante restaurants in de buurt van de Beurs en het Noordstation.

 

 

Een zeldzame blik op de razzia van 19 februari 1941: agenten met de neus in de pannen en de boekhouding (Vooruit, 22 februari 1941, KBR, Belgicapress).

                 

De dag erna rapporteerde de pers over de actie. Een krant titelde “Een groote slag tegen den woekerhandel”, een andere “De hotelhouders zijn gewaarschuwd!”. Een uitgebreid verslag had het over zenuwachtig personeel, panikerende geranten, boekhouding die onvindbaar was, geheime ruimten vol etenswaren en wegsnellende klanten. Vooral luxerestaurants zaten in het vizier.

 

Twee dagen later had de pers het over een “verbazingwekkend succes”: 400.000 eieren, 30.000 kilo vlees, 10.000 kilo koffiebonen en 3.000 liter slaolie werden in beslag genomen. Hopen boekhoudkundige documenten werden opgeladen en een tiental arrestaties verricht. De actie legde een heus systeem bloot: de restauranthouders hadden werklozen in dienst die de markt verkenden, tussenpersonen om de waar te vervoeren en hulpjes om groenten, fruit, vlees of vis een eerste bewerking te geven. Het geconfisqueerde voedsel werd deels aan hulporganisaties geschonken, deels verkocht aan de officiële prijs.

                 

De gecontroleerde pers juichte de actie toe. Goed zo, schreef de Rexistische Le Pays Réel. Geef ons nu de namen van de restaurants en hun eigenaars! Maar het bleef stil. De krant haalde uit naar de machtigen en rijken, omdat er uiteindelijk slechts zes restaurants tijdelijk werden gesloten en maar vier restauranthouders werden veroordeeld. Op 120 gecontroleerde eethuizen was dat weinig.

 

De clandestiene pers zag het anders: de chique restaurants waren dé plek waar collaborateurs en nazi’s elkaar troffen en feestten (“ils s’empiffrent comme des cochons”, schreef een sluikblad), en dus genoten die plekken bescherming. De clandestiene pers had wellicht een punt. Toen in december 1941 een tweede razzia werd georganiseerd, bleken de Brusselse restauranthouders op voorhand getipt.  De actie was een fiasco. Wie had gelekt?

 

De Brusselse acties werden gevolgd door razzia’s op restaurants elders in het land, onder meer in Gent en Charleroi. Ook daar was het resultaat mager en bleek het vooral om propaganda te gaan: veel spektakel, maar weinig concrete gevolgen.


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten