Posts tonen met het label Feestmaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Feestmaal. Alle posts tonen

30 april 2026

 Socialisten aan het banket


Peter Scholliers



 


Bron: Vooruit, 25 april 1911, p. 3 (Amsab-ISG).




Samen eten creëert saamhorigheid. Dat geldt voor gezinnen, sportclubs, beroepsverenigingen en politieke partijen. Dat was niet anders voor de jonge socialistische partij die voet aan de grond kreeg in Vlaanderen in de jaren 1880. In Gent zorgde de Samenwerkende maatschappij Vooruit daarvoor. Het duurde echter jaren voor grote feestmalen van Vooruit de Gentse socialisten samenbrachten. Dat had te maken met een gepaste ruimte die pas in 1896 werd gevonden toen het gebouw in de Bagattenstraat werd aangepast.

De Bond Moyson, de ziekenkas van de socialisten, organiseerde al in 1884 een diner voor de leden, dat 1 frank per persoon kostte. Hoeveel eters er waren en wat de pot schafte, is niet geweten. Die diners werden nog enkele jaren georganiseerd. In 1897 kondigde de krant Vooruit een “Meibanket” aan. Vanaf dat jaar organiseerde de coöperatie Vooruit jaarlijks twee grote feestmalen: het diner naar aanleiding van 1 mei en het “partijbanket” in januari of februari. Het eerste kostte 1 frank, het tweede 75 centiemen, prijzen die “nergens anders te vinden zijn”. De keuze voor het woordje “banket” verraadde het streven van Vooruit de diners van de bourgeoisie te willen evenaren.

De aankondiging van het partijbanket van 1901 maakte duidelijk wat dergelijke bijeenkomsten beoogden: “In zulk gezellig samenzijn worden meermalen de groote plannen van strijd gesmeed, put men geestkracht en moed om den weg van veroveringen verder te bewandelen”. Het bericht had ook oog voor de maag: “Het banket zal puik zijn. Naast een smakelijk maal, zal men een genoeglijke avond genieten”. De deelnemers aten en dronken er niet alleen, maar zongen, dansten en luisterden naar speeches en muziek.

Het menu van de banketten werd zelden gepubliceerd. In 1897 meldde Vooruit: “Vijfhonderd partijgenooten, mannen, vrouwen en kinderen, zaten lustig aan tafel” en genoten van “roastbief met erwtjes en stoverij met bloempatatten”. In 1900 maakte de krant er zich vanaf met “soep, groenten met vleesch en patatten met vleesch”. In 1903 werd “erwtensoep, kalfskop met witte saus, lentegroenten, rundbraad met bruine saus, gefruite aardappelen” geserveerd, terwijl in 1904 “tomatensoep, ossenvleesch en groenten, kalfsvleesch met aardappelen” op tafel kwamen. Met de partijbanketten poogde Vooruit geenszins een chic diner (met voorgerecht, tussengerecht, hoofdgerecht, dessert) te imiteren. Het arbeidersbanket onderscheidde zich echter wel van een gewone maaltijd buitenshuis door het serveren van twee vleessoorten.

Maar dat veranderde. In 1910 kostte het 1 mei-banket 1,50 frank, of 50 procent meer dan tien jaar eerder. Daarvoor kreeg de eter wel wat meer. In 1911 serveerde het feestlokaal van Ons Huis vijf gangen: soep, twee hoofdgerechten en twee desserts. In 1912, ook aan 1,50 frank, leek de spijskaart een bourgeoisdiner te willen kopiëren, Franse vertaling inbegrepen. De eters kregen zeven gangen: “Nieuwe kervelsoep, Radijzen met boter, Boucher met duivenjongen, Kabeljauw met saus en aardappelen, Contre-filet met allerlei groenten, Pasteien van Vooruit, Bananen en oranjeappelen”. In het Frans klonk het nog wat gewichtiger. Deze maaltijd vergde discipline. De honderden eters zaten aan tafels van tien —geen persoon meer of minder-, mochten “den dienst” niet belagen met te veel vragen en wie “niet op tijd aan tafel komt, krijgt den overschot, veel of weinig, warm of koud”.



 

Bron: Vooruit, 27 april 1912, p. 3 (Amsab-ISG).