Posts tonen met het label Bakkers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bakkers. Alle posts tonen

01 juli 2026

Bakers in Court / Bakkers voor de rechter



Read this article in your language by using the translation tool on your mobile or by scrolling down to the bottom of this page


Peter Scholliers


Na de slag bij Waterloo in juni 1815 probeerde Europa te herstellen van de Napoleontische oorlogen. Nijverheid, handel en landbouw kropen uit een diep dal. Op hetzelfde moment barstte aan de andere kant van de wereld, in Java, de vulkaan Tambora uit, wat aan duizenden mensen het leven kostte. In de lente van 1816 bereikte een gigantische stofwolk Europa, met korte maar hevige klimaatsveranderingen tot gevolg: erg kil in de lente, overvloedige regen in de zomer en abnormaal koud in de herfst. Kranten kondigden een rampzalige oogst aan.

En inderdaad: slechte opbrengsten stuwden de prijs van tarwe en rogge omhoog. In Gent, bijvoorbeeld, werd een hectoliter rogge 2,5 keer duurder tussen december 1815 en juni 1817, wat sinds vier generaties niet meer was gezien. Honger, migratie, ziekte en angst waren het gevolg. Vrouwen, mannen en kinderen belegerden bakkerijen, de politie chargeerde en de justitie veroordeelde (zie ook: Slaet in de ramen en grijpt de brooden). 




 

Prijs van een hectoliter rogge op de markt van Gent, in schellingen (Gazette van Gend, 1816 en 1817, https://www.gentools.be/gazette-van-gend.htm).


De autoriteiten wisten dat hoge graan- en broodprijzen tot onlusten leidden. Daarom bepaalden vele gemeenten de prijs van het brood, waarschuwden ze molenaars en bakkers dat speculatie zeer streng gestraft zou worden en probeerden ze ervoor te zorgen dat er voldoende graan werd aangeboden. Bakkers werden eraan herinnerd dat brood het correcte gewicht moest hebben, geen ongepaste stoffen mocht bevatten en dat de prijs duidelijk zichtbaar moest zijn.   

De prijsstijgingen brachten sommige bakkers in de verleiding om krijt bij hun meel te mengen of de broden lichter te maken. Het publiek was argwanend. Een gerucht volstond om bakkers van fraude te betichten. In juli 1817, bijvoorbeeld, beschuldigden enkele arbeiders een Brusselse bakker ervan aluin in zijn roggemeel te doen om het lichter en witter te maken, waarop de man direct naar het politiebureau werd geleid. Na ondervraging werd hij vrijgelaten.

Onderzoeken naar frauduleuze molenaars en bakkers stapelden zich op in 1816 en 1817. Regelmatig mondden die uit in arrestaties en processen, maar het is niet geweten hoeveel bakkers, molenaars en graanhandelaars voor fraude werden gestraft. Een paar voorbeelden. In juni 1816 kreeg bakker Speliers uit Gent een gevangenisstraf van een maand omdat hij te licht brood had verkocht en bovendien de politiecommissaris had beledigd. In oktober van hetzelfde jaar kregen Jérome Everards en Jacques Darien, twee Brusselse bakkers, een maand gevangenisstraf omdat hun brood te licht was. In dezelfde maand kreeg bakker Vanrobais uit Ieper twee maanden gevangenisstraf en een boete van niet minder dan 1.000 frank omdat hij zijn brood te duur verkocht. Dezelfde straf kreeg bakker Rémi Chapelle uit Nijvel in november 1817. Dat waren relatief zware straffen, die soms de sluiting van de bakkerij betekenden.

De pers bracht verslag uit van de veroordelingen van bakkers alsof ze wilde onderlijnen dat niet alleen de armoezaaiers die een stuk brood hadden gestolen voor de rechter verschenen, maar ook de malafide handelaars. Onvergelijkbare vergrijpen met zeer ongelijke straffen. Zo kregen enkele jongelui zes maand gevangenisstraf omdat zij de aanstokers zouden zijn van “beledigende geruchtmakingen voor het huys van eenen graankoopman”.




 

23 april 2026

Stakers en ratten bij Vooruit in mei 1918


Peter Scholliers


Voor 1914 betaalde de socialistische Samenwerkende Maatschappij Vooruit haar bakkers de hoogste lonen van Gent, ze streefde naar de achturendag, ze overlegde over de werkomstandigheden, ze vergoedde nacht- en zondagwerk en ze promootte het lidmaatschap van de ziekenkas. Soms waren de verhoudingen tussen het bestuur van Vooruit en de bakkers wat gespannen, zeker wanneer de leden klaagden over slecht brood. Maar doorgaans stond werken bij Vooruit voor opperbeste werkomstandigheden.

Er was dan ook grote consternatie toen in 1918 een staking uitbrak in de bakkerij van Vooruit. De Algemene vergadering van de coöperatie had in april het werkreglement van de bakkers gewijzigd. Voortaan zou elke bakker per uur 70 broden van 1 kilo moeten bakken voor een uurloon van 1,08 fr. Normaal gezien moesten voor dat tarief slechts 68 broden worden gemaakt. Toen overleg werd geweigerd, gingen de bakkers op maandag 13 mei in staking.



Vooruit, 1 juni 1918, p. 2 (Amsab.be)


Het bestuur schoot onmiddellijk in actie. Het zette weliswaar de deur open voor onderhandelingen, maar liet intussen “enkele leden en partijgenooten het werk der stakende bakkers doen”. Vooruit produceerde dus gewoon door met deze “niet-bakkers”, zoals het bestuur deze mannen noemde. Het overleg met de bakkers leverde niets op, zelfs niet na een bijeenkomst met grote baas Eduard Anseele.

Het conflict bleef niet onopgemerkt. De Nieuwe Gentsche Courant en De Morgenbode hadden het over een “onrechtstreeksen aanslag op het loon van de bakkers”, over “ratten en onderkruipers” die Vooruit had geronseld en over een “zweetstelsel dat kapitalisten hebben uitgevonden”. Vooruit in alle staten. Van 28 mei tot 19 juni publiceerde de Vooruit uitgebreide artikelen om het beleid te verantwoorden en de stakende bakkers van alles en nog wat te verwijten. Het zou gaan om “buitenlieden, anti-socialisten die vijandig optraden tegen de gansche partij, tegen de duizenden leeden en hunne familiën, die ze poogden te treffen in hunne voeding te midden van den oorlog” (Vooruit, 12 juni 1918).

De staking duurde twee weken. In de loop van de tweede week klopten enkele stakers bedeesd op de fabriekspoort en op 24 mei 1918 was de staking voorbij. Elke bakker zou per uur 75 broden bakken à 1,04 frank. Dat was 4 procent minder loon en 7 procent meer broden dan het voorstel van de Algemene vergadering. Staken loont niet, besloot de Vooruit. Na de staking werkten er 31 bakkers, wat vijf minder was dan voordien. Werden de “leiders” geweerd? 23 stakers gingen terug aan het werk, terwijl er acht “niet- bakkers” in dienst bleven.

Vooruit meende dat ze niet anders kon dan het tarief te verlagen en hogere productie te eisen: de mindere kwaliteit van het oorlogsmeel verplichtte haar daartoe. Al bij al handelde de socialistische coöperatie zoals andere ondernemers dat deden voor de oorlog: tarief verlagen, productie verhogen en personeel (deels) vervangen.


*


Verslagen van het Bestuur van Vooruit, 23 maart 1918 – 10 december 1921: https://opac.amsab.be/Record/120050628 (Amsab-ISG, Gent).