07 mei 2026

 Kelnerkoers 


Patricia Van den Eeckhout


Waar de allereerste kelnerwedstrijd werd georganiseerd, is onduidelijk. In 1906 was er een “course des garçons de café” waarbij de deelnemers van Perpignan naar de badplaats Canet-Plage moesten stappen en terug. Dat was echter een tocht van 26 km en van het typische attribuut van een kelnerwedstrijd was geen sprake. Geen kelnercompetitie zonder plateau of dienblad. De opdracht van kelnerkoersen luidde doorgaans: zo snel mogelijk een parcours afleggen met een dienblad zonder dat de gevulde glazen vielen of een deel van hun inhoud verloren. 


 

Images, 23 november 1930 (gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France). Kelnerkoers in Montmartre, 1930. De deelnemers legden het parcours af met een dienblad voorzien van een fles en een glas en dienden al lopend een aperitief uit te schenken aan toeschouwers verspreid over het parcours.


Vanaf de jaren 1920 werden heel wat kelnerwedstrijden georganiseerd. Er was geen wijkfeest of braderij of er stond een “course au plateau” op het programma. Succes en een grote volkstoeloop gegarandeerd. Als die wedstrijden werden gesponsord door een krant, dan werd het gebeuren uitvoerig besproken. Zo besteedde de nationalistische krant La Nation belge heel wat aandacht aan de Brusselse kelnerkoers die zij in 1936 meefinancierde. In overeenstemming met de ideologische lijn van het dagblad moesten de (mannelijke) kandidaten Belg zijn. Wie wou meedingen, moest 5 frank inschrijvingsgeld betalen. Die kreeg de kandidaat terug als hij na afloop het dienblad en de glazen had ingeleverd. 

Bij de meeste kelnerkoersen golden er kledingregels en die waren er ook bij de competitie van La Nation belge: zwarte broek, wit vest, “col cassé” (vleugelboord) en een zwarte das. Officials met tricolore armbanden leidden alles in goede banen. Wie door zijn houding of taalgebruik de waardigheid van de wedstrijd in het gedrang bracht, werd uitgesloten. De kandidaten mochten tijdens de proef niet met eten of drinken worden bevoorraad. 


De kelnerkoers die in 1925 door de krant Journal de Charleroi werd georganiseerd, had daar geen probleem mee. Deelnemers mochten zich te goed doen aan glazen champagne, citroenen en bananen. Als ze daardoor vertraging opliepen, was dat uiteraard hun eigen verantwoordelijkheid. 

De kelnerkoersen waren ludieke gebeurtenissen, maar werden toch met enige ernst georganiseerd, zeker als er kranten mee aan het roer stonden. Er werd verslag over gedaan alsof het sportwedstrijden waren en vaak stonden er aan de eindmeet indrukwekkende bekers en andere prijzen te wachten. De kelnerkoers was een gelegenheid om het imago van de garçon de café op te krikken. Dat beroep werd doorgaans niet met vakmanschap geassocieerd. Zo’n wedstrijd zorgde niet enkel voor entertainment, maar liet de kandidaten ook toe met hun behendigheid en snelheid uit te pakken.  

De glazen die ongeschonden de eindmeet moesten bereiken, waren niet noodzakelijk gevuld met bier of wijn. In de competitie van La Nation belge gebruikte men gekleurd water. Bij de plateaukoers van 1928 in Oostende werden de glazen half gevuld met zand om te vermijden dat de wind ze wegblies. De organisatoren van de Rijselse kelnerkoers in 1924 gingen ervan uit dat vrouwen minder behendig waren dan mannen: de karaf en de drie glazen van de serveersters bevatten minder vloeistof dan bij hun mannelijke collega’s.  


Bericht aan huismoeders


Peter Scholliers


 


(Vooruit, 1 maart 1912, p. 4, AMSAB-ISG)

In 1881 verkocht de Samenwerkende Maatschappij Vooruit brood om de levensstandaard van de Gentse arbeidersklasse op te krikken en deze te winnen voor het socialisme. Dat lukte. Eduard Anseele, de baas van Vooruit, scoorde goed tijdens lokale verkiezingen, het ledental steeg en de winst liet toe vele winkels te openen. In 1910 had Vooruit een omzet van 4,1 miljoen frank (vandaag bijna 32 miljoen euro). 

Naast brood verkocht Vooruit gaandeweg geneesmiddelen, kruidenierswaren, steenkool en kleding. Vooral de kledingwinkel bloeide, omdat het aanbod sterk uitbreidde, arbeidersgezinnen het grauwe plunje beu waren en ze meer koopkracht hadden. Bovendien verkocht de winkel ook regenschermen, wandelstokken, hoeden, zakdoeken, juwelen, zakmessen, dassen, bretellen en nog tal van andere spullen.

Vooruits deuren stonden wijd open voor niet-leden. Hun aankopen brachten geld op voor de socialistische zaak en wie weet werd de klant alsnog lid van de coöperatie: dubbele winst. Maar het rode imago van de coöperatie schrikte af. Vooruit heeft daarmee rekening gehouden en stelde gerust, zoals in 1883 toen De Toekomst, het blad van de Vlaamse socialisten, titelde, “Geen schrik voor het Socialisme”, gevolgd door advies aan partijgenoten om werklui te overtuigen bij Vooruit aan te sluiten.

Tot het midden van de jaren 1890 sprak de coöperatie haar klandizie aan met “geacht lid”, “beste leden”, “gezellen” of “partijgenooten”. Eén enkele keer werd “huismoeders” gebruikt. Dat veranderde naarmate Vooruit haar klantenbestand wilde verruimen, hoewel de woorden “leden” en “partijgenoten” nooit uit de reclame verdwenen

Maar na 1895 doken nieuwe, neutrale termen op, zoals “werklieden”, “klanten” of “niet-leden”. Doel was de ideologie uit de reclame te halen en zo veel mogelijk mensen, vooral bedienden, ambtenaren en ambachtslieden, tot kopen bij Vooruit aan te zetten. Na 1900 kwamen er nog meer algemene termen bij, die ook door het grootwarenhuis Innovation of andere winkels werden gebruikt. 

Enkele voorbeelden. “Buitenlieden, bemint uw profijt!” (1901), “Peters en meters, koopt uw nieuwejaarskoeken in Vooruit” (1901), “Huismoeders! Vooraleer uwe aankoopen te doen voor Klaasdag, gaat zien naar kruidenierswinkels van Vooruit” (1901), “Moeders, wilt gij voor uwe lievelingen iets fijn en lekker?” (1902), “Vrienden die boterkoeken verlangen, koopt bij Vooruit” (1905), “Gij ouders, die uw kinderen op Klaasdag wat geven wil, koopt in Vooruit” (1909), “Ter gelegenheid van het aanstaande Klaasfeest berichten we het geacht publiek dat er in al onze kruidenierswinkels lekkere groote taarten te bekoomen zijn” (1911), “Aan de liefhebbers van goedkoope lekkernijen” (1911) en, tenslotte, “Huismoeders, verlangt gij zuivere kruidenierswaren doet uwe aankoopen in de kruidenierswinkels van Vooruit” (1912).


(Vooruit, 28 juni 1911, p. 4; Amsab-ISG)


“Buitenlieden”, “ouders”, “vrienden”, “publiek”, “liefhebbers”, “peters”, “meters”, “moeders” en “huismoeders” zijn woorden die het socialistische imago van Vooruit moesten neutraliseren, zonder de Vooruiters te schofferen. Ook dat is gelukt, want het aandeel van niet-leden in de verkoop is na 1900 gestegen. De aanspreking “huismoeders” kwam in 1910 vijf keer meer voor in de krant Vooruit dan in de jaren 1890 of 1900: de coöperatie besefte dat vrouwen de gezinsportemonnee beheerden.