Posts tonen met het label Water. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Water. Alle posts tonen

14 mei 2026

 Vuil water


Peter Scholliers


In 1891 publiceerde de Finse dokter Albert Palmberg in Parijs zijn Traité de l’hygiène publique, 650 bladzijden dik. Hij vergeleek zeven Europese steden met elkaar, waaronder Brussel. Bevolkingscijfer, wetgeving, epidemieën, riolering, ziekenhuizen, weldadigheid, voedselveiligheid, schoolkantines, toiletten en waterbevoorrading kwamen aan bod. Palmberg was een hygiënist die, geconfronteerd met overbevolkte, stinkende en gore wijken, de stad als een ziek lichaam zag dat moest worden genezen. Zijn onderzoek moest toelaten de diagnose te stellen.

Vuil water bevatte bacteriën en virussen die in de loop van de 19e eeuw duizenden doden hadden veroorzaakt. De cholera-epidemie in Europa van 1866 deed decennia later iedereen nog huiveren. Palmberg bestudeerde de maatregelen van steden in verband met proper water. Brussel kwam daar redelijk goed uit.

Brusselaars haalden hun water uit verschillende plaatsen. Sinds oudsher waren er de vele stedelijke bronnen met water dat niet hoefde te worden gezuiverd. Maar rond 1800 volstond dat niet langer en almaar meer inwoners groeven putten. Pas in 1850 bouwde de stad citernes en aquaducten om water uit de rivier de Hene en het Zoniënwoud aan te voeren. De aanleg kostte geld, maar na jaren leverde het “stadswater” winst op. Palmberg ging niet in op de vraag of dat water zuiver was, noch of het alle inwoners bereikte.

Sinds 1856 beschikte de stad Brussel over een scheikundig laboratorium. Het was opgericht om meel en brood te analyseren, maar onderzocht gaandeweg vooral andere voedingswaren. Ook water werd vanaf de jaren 1870 gecontroleerd. Dat gebeurde steeds vaker (zie de afbeelding). Het water van de fonteinen en putten bleek “totaal ongeschikt”: tussen 1875 en 1940 was zowat 90 procent van de waterstalen onzuiver. Niet drinken, dus! 

Dat was nu net het water van de volkswijken, want stadswater kostte geld. De kwaliteit van dat laatste kreeg een pluim. In 1885 werd het “perfect zuiver” bevonden, wat decennia onveranderd bleef. Een zeldzame keer bleek er wat mis, zoals in 1930 toen 6,5 procent van de 138 stalen onzuiver was, wat kwam door wegenwerken. De stedelijke waterdienst besloot toen: “Deze anomalie kan verwaarloosd worden”.



 


Rechts: chemische analyse van water door het laboratorium van de stad Brussel, 1875 tot 1892. E. Janssens, Album de statistique graphique. Démographie & hygiène de la ville de Bruxelles (Brussel, Hayez), 1897 (niet gepagineerd) (Google Books).


Het verschil tussen het gratis, gevaarlijk en het duur, zuiver water was groot. De socialistische krant Le Peuple klaagde dat aan toen ze in september 1893 schreef, “Vorig jaar viel een hele arbeiderswijk ten prooi aan de tyfus, wat te wijten was aan het vuile water gebruikt door de armen”. Daarom ijverden de Brusselse socialisten en progressieven voor uitbreiding van het stadswater aan betaalbare prijs. De stad mocht geen winst maken op de levering van proper water.

Na 1895 breidde de stad de voorziening van stadswater systematisch uit, voorzag bevoorrading uit de provincies Henegouwen en Namen en zorgde voor betaalbare prijzen. De ongelijkheid voor de dood door slecht water nam toen af.