Sensatie in de stad: paaseieren van chocolade!
Peter Scholliers
Klokken en paaseieren: feest voor de kinderen rond 1850
Uylenspiegel, 23 maart 1856 (KBR, Belgicapress).
Eeuwenlang verbood de katholieke kerk het eten van vlees en zuivel tijdens de veertig dagen van de vasten voor Pasen. Kippen bleven natuurlijk eieren leggen. Om ze te bewaren werden ze hardgekookt. Soms werden ze beschilderd en verstopt en konden kinderen ze op paaszondag zoeken. In het midden van de negentiende eeuw maakten rijke gezinnen van dat laatste een feest, met cadeautjes en lekker eten. Eieren werden uitgeblazen en gekleurd. Minder gegoede gezinnen schilderden met koffiedrab. Naast echte eieren waren er ook eieren van hout, plaaster, ijzer, porselein of suiker. Van die laatste maakten patissiers veel werk, want het bracht geld in het laatje.
In 1875 kwam de Engelse confiseur Cadbury met iets nieuws: eieren van chocolade. Het maken ervan vergde minder werk dan het produceren van eieren van suiker. Artisanale pasteibakkers uit heel Europa waagden zich eraan. De nieuwe chocolade-eieren vielen in de smaak van groot en klein, maar de hoge prijs maakte dat slechts rijke gezinnen de lekkernij proefden.
De Belgische confiseurs toonden zich vindingrijk. Ze vulden grote en kleine chocolade-eieren met suiker, stroop en nootjes of met een poppetje. Een kleine jongen wilde een hobbelpaard als paascadeau, maar kreeg dat niet wegens te duur. Hij moest blij zijn met een paasei waarin een klein houten paardje zat. Het verhaal gaat dat het kind het chocolade eitje onder een kip legde, in de hoop er een veulentje te zien uitkomen.
Rond 1885 creëerden de Brusselse patissiers een echte hype rond de chocolade-eieren. Al midden januari begonnen de pasteibakkers paaseieren te maken die ze in de weken voor Pasen in de etalage zetten. Dat zorgde voor sensatie en lokte veel volk. “Nog nooit was zulk moois getoond”, schreef een Brusselse krant in 1888. “De wandelaars bewonderen de vitrine van de patisserie in de Hofbergstraat: een grote boom met een gigantisch vogelnest en eieren van struisvogels. Alles perfect tot in het kleinste detail geïmiteerd en alles in chocolade”. Hoewel alle bakkers van de stad grote en kleine chocolade-eieren aanboden, konden ze amper de vraag volgen, wist de krant. Dat was elders in Europa niet anders. Pasteibakkers verdienden goed aan de chocolade-eieren. Ze gewaagden zelfs van een “revolutie van het paasfeest”: chocolade-eieren waren veel gezonder dan eieren gemaakt van suiker, plaaster en kleurstof.
Rond 1900 was de dure hype voorbij. De chocolade-eieren waren goedkoper geworden omdat de prijs van suiker en cacaobonen was gedaald en machines de productie hadden versneld. Industriële bakkerijen produceerden chocolade in alle maten, vormen, smaken en gewichten. Ook de Samenwerkende Maatschappij Vooruit deed dat, zoals een reclame uit 1899 toont. Toen maakte ze nog maar weinig chocolade, maar dat veranderde in 1902 toen de coöperatie een nieuwe pasteibakkerij had geopend. Vooruit kreeg tegenwind: net zoals bij het Klaasfeest, werd de coöperatie verweten Pasen te gebruiken om meer te verkopen.
In 1910 waren chocolade-eitjes heel gewoon geworden. Na de oorlog stonden de kranten rond Pasen vol reclame voor chocolade-eieren.
“Alle soorten van Paascheieren”. Vooruit, 11 maart 1899 (Amsab-ISG)
Reclame voor chocolade-vormen voor Pasen De Volksgazet, 28 maart 1925 (KBR, Belgicapress).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten