Posts tonen met het label Diplomatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Diplomatie. Alle posts tonen

22 juli 2026

Perzische gezant ontdekt de Vlaamse keuken

Peter Scholliers


In 1897 overleed de Shah van Perzië. De diplomatieke traditie schreef voor dat de nieuwe Shah in de belangrijkste hoofdsteden van Europa werd voorgesteld. Speciale gezant Abu’l- Qasem Naser-al-Molk (1835 – 1927) kweet zich van deze taak en reisde naar Wenen, Londen, Parijs, Den Haag en Sint-Petersburg. Op 16 mei arriveerde hij ook in Brussel, waar hij logeerde in Hotel Belle-Vue aan het Koningsplein. Sinds de jaren 1780 bood dat prestigieuze hotel het modernste comfort en de fijnste maaltijden aan hooggeplaatste gasten uit de hele wereld.

De komst van de excentrieke Abu’l- Qasem Naser-al-Molk was voorpaginanieuws. Kranten rapporteerden over de officiële ontvangst van de gezant in het Zuidstation en zijn tocht naar het hotel, begeleid door cavalerie en muziekkorps.

 

Speciaal gezant Abu’l-Qasem Naser-al-Molk 

( https://www.iranicaonline.org/articles/naser-al-molk-abul-qasem/).


Een drukke week wachtte hem. Op 18 mei bezocht hij de wereldtentoonstelling van Brussel. Hij bleef niet lang en at er amper iets. Op 19 mei ontving Leopold II de speciale gezant en zijn gezelschap in het koninklijk paleis van Brussel. Er was een galadiner met 40 hoge diplomaten, ambtenaren, militairen en zakenlieden De gasten klonken op de gezondheid van de nieuwe Shah, de koning der Belgen en de goede betrekkingen tussen beide naties. 

Op 20 mei ontvingen enkele Brusselse scholen en musea de Perzische gezant met het nodige eerbetoon. Op 21 mei bezocht hij de Fabrique nationale d’armes de guerre en de Fonderie royale de canons in Luik, wat hem bijzonder boeide. De dag erna trok hij naar de fabrieken van Cockerill in Seraing, waar hem ’s avonds “un grand dîner” wachtte. 23 mei was een rustdag. Op 24 mei bezocht de gezant de maritieme installaties van Antwerpen, waar hij lunchte op een boot, maar kreeg af te rekenen met stormweer. Vervolgens liet hij België achter zich en reisde naar Londen.

In Antwerpen, Brussel en Luik aten en dronken Abu’l- Qasem Naser-al-Molk en zijn gezelschap op zijn Frans, de keuken van de rijken. Niet alleen in het paleis, maar ook in restaurants en bij Cockerill zette de Franse haute cuisine de toon. 

Met de Franse gastronomie was de Perzische gezant vertrouwd. De elite in Teheran imiteerde de Westerse eetcultuur en bovendien kende hij Europa door en door. In de jaren 1870 en ‘80 had hij in Oxford en Parijs gestudeerd, hij bezocht de meeste Europese hoofdsteden en leerde er talen en gebruiken. Voor Vlaamse gerechten was er in de elitaire eetcultuur geen plaats.

Daarom verbaast een bericht uit Het Laatste Nieuws van 26 mei 1897. Het vermeldde dat de Perzische gezanten absoluut Vlaamse gerechten wilden proeven. Hotel Belle-Vue kon de vooraanstaande gasten niets weigeren en liet waterzooi van kip en van vis, Gentse hutsepot en Vlaamse karbonaden opdienen. De maaltijd beviel in hoge mate. De krant gaf er een Vlaamse draai aan: “Dit strekte tot eere der Vlaamsche keuken”. Andere kranten vermeldden dit diner niet.

Waarom de Perzische delegatie naar Vlaamse gerechten vroeg en niet naar Belgische of Brusselse, is een raadsel. Bij geen enkele andere gelegenheid toonde Abu’l- Qasem Naser-al-Molk belangstelling voor regionale keukens. Had hij tijdens een eerder bezoek aan België een uitstekende waterzooi gegeten?




 

Het Laatste Nieuws, 26 mei 1897 (Belgicapress -KBR)



21 mei 2026

 Een tweede keuken in het paleis

 Use the translation tool below (not on smartphone, though)

Peter Scholliers



 

Het koninklijk paleis in Brussel, jaren 1870.

Illustration Européenne, 13 februari 1875, p. 1 (Belgicaperiodicals)


In 1860 was de zeventigjarige Leopold I een vermoeide man die leed aan jicht en galstenen. Hij had weinig belangstelling voor galadiners, recepties, bals of luncheons. Zijn zoon, toen 25 jaar, betreurde dat omdat hij het belang van eten en drinken bij diplomatieke betrekkingen hoog inschatte. Daarom bemoeide hij zich almaar meer met het dagelijks leven aan het hof.

Samen met de grootmaarschalk en de chef de cuisine, boog de jonge Leopold zich over de organisatie van de keuken. Een nieuw reglement zag het licht in januari 1860. Het voorzag onder meer een striktere controle door de hoofdkok verantwoordelijk te maken voor de aankoop van het voedsel. Deed hij dat oordeelkundig, dan werd hij daarvoor financieel beloond.

Maar de jonge Leopold ambieerde meer. Begin oktober 1865 vroeg hij Edouard Oehm, de chef de cuisine van het paleis, te berekenen wat een tweede ploeg keukenpersoneel zou kosten. Leopold wou deze ploeg inzetten bij galadiners en zo zijn vader omzeilen. Dat zou jaarlijks 47.400 frank kosten, schreef Oehm, wat een gigantisch bedrag was. Een tweede ploeg leek hem dus onverantwoord. Hij besloot: “Op een dag zal Monseigneur kunnen veranderen wat hij wil en verbeteringen invoeren waaraan ik ten volle zal meewerken. Dan zullen ze gepast zijn”. Maar nog dezelfde dag schreef de chef de cuisine een tweede brief die een andere toon aansloeg: “Ik wens mijn eerdere mening te herzien en uw visie te aanvaarden”. 

Van een tweede keukenploeg kwam niets in huis. Twee maanden later, op 10 december 1865, overleed Leopold I. Nog enkele maanden later deed Leopold II wat Oehm had voorspeld: hij ontvouwde zijn plannen voor de herinrichting van de keuken en de grondige renovatie van de ontvangstruimten van het paleis van Brussel. De werken zouden tot het midden van de jaren 1870 duren.

De Marmerenzaal, de Spiegelzaal, de Troonzaal en de Grote Galerij kregen een radicale opknapbeurt die hen tot bijzonder geschikte en indrukwekkende ontvangstruimten maakten. De ene was gepast voor een kleine receptie, de andere voor de ontvangst van alle parlementsleden van het land en nog een andere voor een galadiner met meer dan honderd gasten. L’Indépendance belge, een Brussels dagblad, was enthousiast over de vier zalen die met elkaar in verbinding stonden, wat toeliet grote gezelschappen te ontvangen.

Bijzonder was dat een grote, moderne keuken pal onder de Troonzaal werd geïnstalleerd. Via trappen en liften konden gerechten van de keuken snel naar de ontvangstruimten worden gebracht. Dat was van belang, want precies in die periode —de jaren 1870— verving de service à la russe de oude service à la française: gerechten werden niet alle tegelijkertijd op tafel geplaatst in een magnifieke ordening, maar verschenen na elkaar en moesten warm zijn. De keuken en de zalen waren op tijd klaar om het diplomatieke offensief van Leopold II in de jaren 1870 ten volle culinair te schragen. 




 

Galadiner in de Marmerenzaal, 1906.

Postkaartcollectie van Belfius, https://tresorsdelacademie.be/fr/cartes-postales)