23 april 2026

Stakers en ratten bij Vooruit in mei 1918


Peter Scholliers


Voor 1914 betaalde de socialistische Samenwerkende Maatschappij Vooruit haar bakkers de hoogste lonen van Gent, ze streefde naar de achturendag, ze overlegde over de werkomstandigheden, ze vergoedde nacht- en zondagwerk en ze promootte het lidmaatschap van de ziekenkas. Soms waren de verhoudingen tussen het bestuur van Vooruit en de bakkers wat gespannen, zeker wanneer de leden klaagden over slecht brood. Maar doorgaans stond werken bij Vooruit voor opperbeste werkomstandigheden.

Er was dan ook grote consternatie toen in 1918 een staking uitbrak in de bakkerij van Vooruit. De Algemene vergadering van de coöperatie had in april het werkreglement van de bakkers gewijzigd. Voortaan zou elke bakker per uur 70 broden van 1 kilo moeten bakken voor een uurloon van 1,08 fr. Normaal gezien moesten voor dat tarief slechts 68 broden worden gemaakt. Toen overleg werd geweigerd, gingen de bakkers op maandag 13 mei in staking.



Vooruit, 1 juni 1918, p. 2 (Amsab.be)


Het bestuur schoot onmiddellijk in actie. Het zette weliswaar de deur open voor onderhandelingen, maar liet intussen “enkele leden en partijgenooten het werk der stakende bakkers doen”. Vooruit produceerde dus gewoon door met deze “niet-bakkers”, zoals het bestuur deze mannen noemde. Het overleg met de bakkers leverde niets op, zelfs niet na een bijeenkomst met grote baas Eduard Anseele.

Het conflict bleef niet onopgemerkt. De Nieuwe Gentsche Courant en De Morgenbode hadden het over een “onrechtstreeksen aanslag op het loon van de bakkers”, over “ratten en onderkruipers” die Vooruit had geronseld en over een “zweetstelsel dat kapitalisten hebben uitgevonden”. Vooruit in alle staten. Van 28 mei tot 19 juni publiceerde de Vooruit uitgebreide artikelen om het beleid te verantwoorden en de stakende bakkers van alles en nog wat te verwijten. Het zou gaan om “buitenlieden, anti-socialisten die vijandig optraden tegen de gansche partij, tegen de duizenden leeden en hunne familiën, die ze poogden te treffen in hunne voeding te midden van den oorlog” (Vooruit, 12 juni 1918).

De staking duurde twee weken. In de loop van de tweede week klopten enkele stakers bedeesd op de fabriekspoort en op 24 mei 1918 was de staking voorbij. Elke bakker zou per uur 75 broden bakken à 1,04 frank. Dat was 4 procent minder loon en 7 procent meer broden dan het voorstel van de Algemene vergadering. Staken loont niet, besloot de Vooruit. Na de staking werkten er 31 bakkers, wat vijf minder was dan voordien. Werden de “leiders” geweerd? 23 stakers gingen terug aan het werk, terwijl er acht “niet- bakkers” in dienst bleven.

Vooruit meende dat ze niet anders kon dan het tarief te verlagen en hogere productie te eisen: de mindere kwaliteit van het oorlogsmeel verplichtte haar daartoe. Al bij al handelde de socialistische coöperatie zoals andere ondernemers dat deden voor de oorlog: tarief verlagen, productie verhogen en personeel (deels) vervangen.


*


Verslagen van het Bestuur van Vooruit, 23 maart 1918 – 10 december 1921: https://opac.amsab.be/Record/120050628 (Amsab-ISG, Gent).

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten