Vooruit’s vleeschwinkels de das omgedaan
Peter Scholliers
Op 15 juli 1887 vergaderde het bestuur van de socialistische coöperatie Vooruit. Eduard Anseele zat voor. Hij opperde een slagerij te beginnen. “Wanneer wij dat stout zouden aanvatten wij daar immens zaken zouden mede doen als wij een huis of zes tegelijk openen in de stad”. Iedereen enthousiast. Dat getuigde van de zeer grote ambities en durf van de jonge coöperatieve bakkerij die sinds 1883 kruidenierswinkels, apotheken, een kledingwinkel en steenkoolhandel had geopend. Een beenhouwerij kon er wel bij. Anseele’s voorstel bleef echter zonder gevolg.
De nieuwe beenhouwerij van Vooruit, Sint-Lievensstraat, Gent, 1923. Amsab-ISG.
In maart 1888 kreeg Vooruit het aanbod Nieuw-Zeelands schapenvlees op grote schaal te verkopen. De coöperatie weigerde. Vooruit zou de lokale slagers niet willen schofferen, heette het. De echte reden was wellicht dat de nieuwe bakkerij alle aandacht opslorpte. Een andere winkel liet de kans niet voorbijgaan, wat de krant Vooruit deed foeteren tegen kapitalistische ondernemers. Het Brusselse Volkshuis opende wel een slagerij in dat jaar.
Meer dan een kwarteeuw later begon Vooruit dan toch met een vleeschwinkel. Hij opende in januari 1915, vijf maanden na het uitbreken van de oorlog. Maar juist de moeilijke omstandigheden trokken Vooruit over de streep. Op 24 december 1914 vergaderde het bestuur van de coöperatie. Anseele —weeral hij— meende dat het moment geschikt was om een beenhouwerij te starten. De gunstige ligging naast het nieuwe Feestpaleis in de Sint-Pietersnieuwstraat zou nieuwe klanten lokken, maar bovendien zou de coöperatieve slagerij de prijsstijgingen en de speculatie temperen. De nieuwe beenhouwerij zou ook het restaurant van Vooruit bevoorraden. Niets dan voordelen. De omzet haalde 133.670 frank in enkele maanden, een peulschil op het totaal maar een hoopgevende start in een zeer lastige tijd.
De beenhouwerij-charcuterie overleefde de oorlog. In juli 1919 adverteerde de Vooruit met “allereerste hoedanigheid Noord-Amerikaansch rundvleesch, rosbeaf, looze ribben, stoofkarbonade, vleeschschinkel etc”, naast de belofte nieuwe beenhouwerijen te openen. De omzet in het boekjaar 1919/20 was mooi: 2.803.000 frank. Het bestuur liep over van optimisme en opende nieuwe beenhouwerijen: twee in 1920, een in 1923 en twee in 1926. Beenhouwerij nummer 4 in de Sint-Lievensstraat (zie de afbeelding) werd hevig gepromoot. Naast “Eerste kwaliteit bevrozen rund, zal er ook te bekoomen zijn: fijn inlandsch varkensvlees, schapen- en kalfsvleesch, alsook al de lekkere charcuterieen van Vooruit”. En verder: “De S.M. Vooruit heeft haar doel bereikt, de invoering van het vervrozen rundsvlees verwezenlijkt en de bevolking verlost van de schraapzucht der boeren”. En uiteraard ging “de redelijkheid der prijzen de bewondering afdwingen”.
Bron: Vooruit, 16 oktober 1927, p. 5, Amsab-ISG.
De grote schommelingen van de vleesprijs, de wankele koopkracht en de scherpere concurrentie tussen 1926 en 1939 maakten dat de vleesverkoop stokte. Al in 1927 boekten vier van de zes winkels “min-ontvangsten”, terwijl de economische crisis van de jaren ’30 op de koopkracht inhakte en de vleesconsumptie deed dalen. De Tweede Wereldoorlog en zijn lange nasleep zorgden voor enorme moeilijkheden, zoals te verwachten, maar vooral de komst van de supermarkt rond 1960 heeft Vooruits vleeschwinkel de das omgedaan.
Meer over de S.M. Vooruit: Vooruit kameraden! De rode winkel van de belle époque.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten