De ontstaansmythe van de cuberdon
Use the translation tool below or on your smartphone 😌
Patricia Van den Eeckhout
De cuberdon is vandaag wereldberoemd in België. Het lijkt wel of die bekendheid er altijd geweest is, maar de hype is nog niet zo oud. Wie het krantenarchief BelgaPress er op napluist, vindt van 1990 tot vandaag ruim 1.500 vermeldingen van het woord cuberdon. Slechts 1,7 percent van die vermeldingen dateert van voor 2009. Wat is er in 2009 gebeurd? Toen werden de cuberdons als Vlaams traditioneel streekproduct erkend. De krant Het Nieuwsblad titelde in 2011: “Neuzekes worden hype”. “Neuzekes” is een ander woord voor de cuberdons. De kegelvorm van het snoepje doet denken aan een neus.
Cuberdons (www.streekproduct.be)
Het iconische snoepgoed wordt bereid met frambozensiroop, suiker en Arabische gom en vervolgens in een oven gebakken. Het contrast tussen de dunne korst en de zachte binnenkant is een van de troeven van de cuberdon. Maar de korst wordt dikker naarmate het snoepje ouder wordt. Omdat de cuberdons maximaal acht weken goed blijven, is het moeilijk om ze te exporteren. Wie ze wil eten, moet dat dus in België doen. Sinds de cuberdons met frambozensmaak een erkend streekproduct werden, ging de verkoop ervan steil de hoogte in. Allerhande toepassingen zagen het licht: cuberdon-ijs, cuberdon-jenever, cuberdon-likeur, enz.
Op de vele websites die iets over de cuberdon te vertellen hebben, wordt telkens hetzelfde verhaal opgedist. De cuberdon zou per ongeluk zijn ontstaan. In 1873 zou de Gentse apotheker De Vynck een siroop hebben willen maken, maar na enkele dagen merkte hij dat het mengsel een harde korst had gekregen, terwijl het daaronder nog smeuïg was. Op basis van die ervaring ontwikkelde hij de cuberdon. Wat een vergissing leek, bleek een geniale vondst.
Maar er is in het adresboek Wegwijzer der stad Gent en der provincie Oost-Vlaanderen voor het jaar 1873 helemaal geen apotheker De Vynck te vinden. In 1873 telde de stad Gent een veertigtal apothekers en drogisten, maar geen enkele heette De Vynck. In het gelijknamige adresboek van 1889 treffen we wél een Devinck aan. Hij woont in Steendam, een straat bij de Gentse Sint-Jacobskerk. De man is suikerbakker. Hij wordt in de daaropvolgende adresboeken telkens vermeld, maar zijn naam wordt op wisselende manieren geschreven (De Vynck, Devynck).
Eduardus De Vynck was dus geen apotheker, maar een suikerbakker. Dat zo iemand nieuw snoepgoed ontwikkelt, is niet opmerkelijk. Een iconisch snoepje dat “per ongeluk” wordt ontdekt, levert een beter verhaal op. Maar het lijkt dus niet te kloppen.
Heeft Eduardus De Vynck de cuberdon uitgevonden en waarom wordt steevast 1873 vermeld als het jaar waarin die het licht zag? Over de uitvinder van de cuberdon bestaat geen zekerheid, maar over het jaar 1873 kan wel iets worden gezegd. In dat jaar verhuisde de suikerbakkerij van Desiderius Rombaut, de stiefvader van Eduardus De Vynck, van de Wolvensteeg naar Steendam, de plaats waar zijn weduwe en vervolgens zijn stiefzoon het bedrijf verder zouden zetten. Is Desiderius Rombaut misschien de vader van de cuberdon? We weten het niet.
Websites over de cuberdon hebben de historische bronnen niet gecheckt, maar wie er helemaal een zootje van maakt is AI. Zoek de combinatie van Rombaut en cuberdon in Google en je krijgt een “logisch” klinkend verhaal vol fouten en verwijzing naar bronnen die niet eens over de cuberdon handelen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten