Posts tonen met het label Kopczynski. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kopczynski. Alle posts tonen

18 juni 2026

 Een Poolse blik op Brussels brood

 Use the translation tool below or on your smartphone 😄

Peter Scholliers


Begin februari 1840 publiceerde de Brusselse krant Le Fanal drie lange artikelen over de kwaliteit van het brood in de stad. Dat brood was niet te eten, klonk het. Bovendien klaagden vele Brusselaars over buikpijn. Het brood bevatte wellicht bedorven roggemeel en allerlei producten om dat te verdoezelen. Dat mocht niet, maar de wet voorzag te milde straffen om effect te hebben.

Brood was het basisvoedsel van arm en rijk, jong en oud. Een bericht over ziekmakend brood kon paniek veroorzaken. Het verwondert dus niet dat de artikelen uit Le Fanal voor deining zorgden. Bovendien bundelde de krant de artikelen in een brochure, wat zorgde voor nog meer ruchtbaarheid. Verschillende kranten schreven over de kwaliteit van het brood, het aantal zieken en de rol van bakkers en overheid. De stad Brussel liet een vijftal broden testen: ze waren in orde. De kranten bekvechtten nog wat, maar twee weken later was de storm gaan liggen.


 


Le Fanal, februari 1840, nr. 40 (KBR) 



Le Fanal had de artikelenreeks geïntroduceerd met de melding dat een wetenschappelijke aanpak van het gesjoemel met brood hoogstnodig was. De auteur van het artikel, de Pool Piotr Kopczynski, zou voor die aanpak instaan. Wie was hij?

Kopczynski (1793-c.1859) was jurist en amateur-scheikundige. In januari 1831 steunde hij de Poolse rebellie tegen Rusland. De mislukking ervan en de inbeslagname van zijn bezittingen dreven hem naar Parijs. In 1836 reisde hij naar Brussel. De beroepengids van die stad vermeldde hem als uitvinder van allumettes phosphoriques sans éclat, een soort verbeterde fosforlucifers. Le Fanal noemde hem “un savant chimiste” en verschafte hem een label van bekwaamheid.

Kopczynski was wellicht minder begaan met de gezondheid van de Brusselaars dan met zijn reputatie als chemicus. Hij bezat een Laboratoire de Chimie, dat allerlei analyses aanbood en waar hij scheikundige producten verkocht. Een ophefmakende artikelenreeks over brood kon dus geen kwaad, zeker wanneer dit leidde tot vermeldingen in de Britse, Franse en zelfs Italiaanse pers.

Maar zijn bevindingen werden tegengesproken. Kopczynski had geen koper in het brood aangetroffen, wat onmogelijk was omdat de meeste granen dit mineraal bevatten: een ontmaskering en deuk in zijn geloofwaardigheid! Bovendien draaide zijn winkel niet al te best.

Begin 1843 keerde Kopczynski terug naar Parijs. Hoe hij er aan geld kwam, is niet geweten. Wellicht brachten enkele brevetten voor de productie van chemische stoffen (chloor, natriumsulfaat, salpeterzuur …) hem iets op. Hij bleef druk bezig. Hij stelde een verwarmingssysteem tentoon op de industrietentoonstelling van Parijs in 1844, onderzocht de fraude van steenkool, zocht naar de meest efficiënte wijze om bieten tot suiker te verwerken en publiceerde over het nut van batterijen in de toegepaste kunst.

In 1850 verhuisde Kopczynski naar Saint-Symphorien, een randgemeente van Tours. Hij onderzocht er hoe men schriftvervalsing kon ontdekken en hoe zieke wijnranken konden worden voorkomen. De kwaliteit van brood heeft hem niet meer beziggehouden.


*

Meer over de kwaliteit van brood: Een geschiedenis van bakkers en hun brood en, in deze blog: Brood dat doodt en zot maakt