18 juni 2026

De ontstaansmythe van de cuberdon


 Use the translation tool below or on your smartphone 😌


Patricia Van den Eeckhout


De cuberdon is vandaag wereldberoemd in België. Het lijkt wel of die bekendheid er altijd geweest is, maar de hype is nog niet zo oud. Wie het krantenarchief BelgaPress er op napluist, vindt van 1990 tot vandaag ruim 1.500 vermeldingen van het woord cuberdon. Slechts 1,7 percent van die vermeldingen dateert van voor 2009. Wat is er in 2009 gebeurd? Toen werden de cuberdons als Vlaams traditioneel streekproduct erkend. De krant Het Nieuwsblad titelde in 2011: “Neuzekes worden hype”. “Neuzekes” is een ander woord voor de cuberdons. De kegelvorm van het snoepje doet denken aan een neus. 



 

Cuberdons (www.streekproduct.be)


Het iconische snoepgoed wordt bereid met frambozensiroop, suiker en Arabische gom en vervolgens in een oven gebakken. Het contrast tussen de dunne korst en de zachte binnenkant is een van de troeven van de cuberdon. Maar de korst wordt dikker naarmate het snoepje ouder wordt. Omdat de cuberdons maximaal acht weken goed blijven, is het moeilijk om ze te exporteren. Wie ze wil eten, moet dat dus in België doen. Sinds de cuberdons met frambozensmaak een erkend streekproduct werden, ging de verkoop ervan steil de hoogte in. Allerhande toepassingen zagen het licht: cuberdon-ijs, cuberdon-jenever, cuberdon-likeur, enz. 

Op de vele websites die iets over de cuberdon te vertellen hebben, wordt telkens hetzelfde verhaal opgedist. De cuberdon zou per ongeluk zijn ontstaan. In 1873 zou de Gentse apotheker De Vynck een siroop hebben willen maken, maar na enkele dagen merkte hij dat het mengsel een harde korst had gekregen, terwijl het daaronder nog smeuïg was. Op basis van die ervaring ontwikkelde hij de cuberdon. Wat een vergissing leek, bleek een geniale vondst. 

Maar er is in het adresboek Wegwijzer der stad Gent en der provincie Oost-Vlaanderen voor het jaar 1873 helemaal geen apotheker De Vynck te vinden. In 1873 telde de stad Gent een veertigtal apothekers en drogisten, maar geen enkele heette De Vynck. In het gelijknamige adresboek van 1889 treffen we wél een Devinck aan. Hij woont in Steendam, een straat bij de Gentse Sint-Jacobskerk. De man is suikerbakker. Hij wordt in de daaropvolgende adresboeken telkens vermeld, maar zijn naam wordt op wisselende manieren geschreven (De Vynck, Devynck).

Eduardus De Vynck was dus geen apotheker, maar een suikerbakker. Dat zo iemand nieuw snoepgoed ontwikkelt, is niet opmerkelijk. Een iconisch snoepje dat “per ongeluk” wordt ontdekt, levert een beter verhaal op. Maar het lijkt dus niet te kloppen. 

Heeft Eduardus De Vynck de cuberdon uitgevonden en waarom wordt steevast 1873 vermeld als het jaar waarin die het licht zag? Over de uitvinder van de cuberdon bestaat geen zekerheid, maar over het jaar 1873 kan wel iets worden gezegd. In dat jaar verhuisde de suikerbakkerij van Desiderius Rombaut, de stiefvader van Eduardus De Vynck, van de Wolvensteeg naar Steendam, de plaats waar zijn weduwe en vervolgens zijn stiefzoon het bedrijf verder zouden zetten. Is Desiderius Rombaut misschien de vader van de cuberdon? We weten het niet. 

Websites over de cuberdon hebben de historische bronnen niet gecheckt, maar wie er helemaal een zootje van maakt is AI. Zoek de combinatie van Rombaut en cuberdon in Google en je krijgt een “logisch” klinkend verhaal vol fouten en verwijzing naar bronnen die niet eens over de cuberdon handelen.


 

 Een Poolse blik op Brussels brood

 Use the translation tool below or on your smartphone 😄

Peter Scholliers


Begin februari 1840 publiceerde de Brusselse krant Le Fanal drie lange artikelen over de kwaliteit van het brood in de stad. Dat brood was niet te eten, klonk het. Bovendien klaagden vele Brusselaars over buikpijn. Het brood bevatte wellicht bedorven roggemeel en allerlei producten om dat te verdoezelen. Dat mocht niet, maar de wet voorzag te milde straffen om effect te hebben.

Brood was het basisvoedsel van arm en rijk, jong en oud. Een bericht over ziekmakend brood kon paniek veroorzaken. Het verwondert dus niet dat de artikelen uit Le Fanal voor deining zorgden. Bovendien bundelde de krant de artikelen in een brochure, wat zorgde voor nog meer ruchtbaarheid. Verschillende kranten schreven over de kwaliteit van het brood, het aantal zieken en de rol van bakkers en overheid. De stad Brussel liet een vijftal broden testen: ze waren in orde. De kranten bekvechtten nog wat, maar twee weken later was de storm gaan liggen.


 


Le Fanal, februari 1840, nr. 40 (KBR) 



Le Fanal had de artikelenreeks geïntroduceerd met de melding dat een wetenschappelijke aanpak van het gesjoemel met brood hoogstnodig was. De auteur van het artikel, de Pool Piotr Kopczynski, zou voor die aanpak instaan. Wie was hij?

Kopczynski (1793-c.1859) was jurist en amateur-scheikundige. In januari 1831 steunde hij de Poolse rebellie tegen Rusland. De mislukking ervan en de inbeslagname van zijn bezittingen dreven hem naar Parijs. In 1836 reisde hij naar Brussel. De beroepengids van die stad vermeldde hem als uitvinder van allumettes phosphoriques sans éclat, een soort verbeterde fosforlucifers. Le Fanal noemde hem “un savant chimiste” en verschafte hem een label van bekwaamheid.

Kopczynski was wellicht minder begaan met de gezondheid van de Brusselaars dan met zijn reputatie als chemicus. Hij bezat een Laboratoire de Chimie, dat allerlei analyses aanbood en waar hij scheikundige producten verkocht. Een ophefmakende artikelenreeks over brood kon dus geen kwaad, zeker wanneer dit leidde tot vermeldingen in de Britse, Franse en zelfs Italiaanse pers.

Maar zijn bevindingen werden tegengesproken. Kopczynski had geen koper in het brood aangetroffen, wat onmogelijk was omdat de meeste granen dit mineraal bevatten: een ontmaskering en deuk in zijn geloofwaardigheid! Bovendien draaide zijn winkel niet al te best.

Begin 1843 keerde Kopczynski terug naar Parijs. Hoe hij er aan geld kwam, is niet geweten. Wellicht brachten enkele brevetten voor de productie van chemische stoffen (chloor, natriumsulfaat, salpeterzuur …) hem iets op. Hij bleef druk bezig. Hij stelde een verwarmingssysteem tentoon op de industrietentoonstelling van Parijs in 1844, onderzocht de fraude van steenkool, zocht naar de meest efficiënte wijze om bieten tot suiker te verwerken en publiceerde over het nut van batterijen in de toegepaste kunst.

In 1850 verhuisde Kopczynski naar Saint-Symphorien, een randgemeente van Tours. Hij onderzocht er hoe men schriftvervalsing kon ontdekken en hoe zieke wijnranken konden worden voorkomen. De kwaliteit van brood heeft hem niet meer beziggehouden.


*

Meer over de kwaliteit van brood: Een geschiedenis van bakkers en hun brood en, in deze blog: Brood dat doodt en zot maakt