Wie heeft er zin in aartshertoginnenroereieren?
Scroll down to the translating tool (and access 101 languages)
Patricia Van den Eeckhout
De taal van de gastronomie is het Frans en soms hebben anderstaligen daar genoeg van. Zo publiceerde M. Lunnebach in 1871 een boekje van 72 pagina’s waarin alle mogelijke culinaire uitdrukkingen en gerechten van een equivalent in het Duits werden voorzien. De hegemonie van het Frans in de keuken en op de spijskaart moest een halt worden toegeroepen. Lunnebach wou zijn moedertaal zuiveren van vreemde invloeden, maar vooral het Frans was hem een doorn in het oog.
Fragment uit M. Lunnebach, Anfang zur Reinigung unserer Muttersprache von allen fremden Brocken (1871) Google Books
In België was en is er niet enkel een taalstrijd op “papier”. De verhoudingen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen hebben mee de Belgische geschiedenis van de laatste tweehonderd jaar vorm gegeven. Frans was niet enkel de voertaal van de gastronomie, maar werd ook geassocieerd met status. Het “Vlaams” leek niet thuis te horen in oorden van goede smaak en elegantie. Wie in hotels en restaurants werkte, kende doorgaans enkel de Franse benamingen van keukentermen en gerechten.
In 1969 publiceerde de Gentse filoloog en vertaler René Haeseryn een boekje getiteld A.B.N. in hotel en restaurant. A.B.N. staat voor “Algemeen Beschaafd Nederlands”, een uitdrukking die in onbruik is geraakt. Het was de bedoeling de dialectsprekende Vlamingen het standaard Nederlands bij te brengen, inclusief vakjargon uit bepaalde sectoren.
Vlaamse toeristische instanties publiceerden in 1978 een tegenhanger van de woordenlijst van Lunnebach, maar de toon was heel wat beminnelijker. Onder leiding van Freddy Seynaeve werd een brochure van 64 pagina’s uitgegeven, getiteld Smakelijk. 1500 keukentermen in het Nederlands. Voor een waslijst van gerechten werd een equivalent in het Nederlands gepresenteerd. Het boekje werd naar restaurants in Vlaanderen en Brussel gestuurd, in de hoop dat het de spijskaarten zou inspireren.
Het streven om alles mordicus in het Nederlands te benoemen, gaf af en toe aanleiding tot omslachtige, knullige of zelfs misleidende benamingen. Wat te denken bijvoorbeeld van de vertaling van het gerecht fondue blankenbergeoise? Dat werd: “Blankenbergse gegratineerde croquet”. Een fondue is geen kroket en een gegratineerde kroket moet wel heel krokant zijn uitgevallen. De crème à la vanille aux macarons werd vertaald als “vla met bitterkoekjes”. Maar een bitterkoekje is niet hetzelfde als een macaron.
De oeufs brouillés archiduchesse werden in het Nederlands: aartshertoginnenroereieren. Wie pigeon à la bonne femme bestelde, kreeg “duif naar huisvrouwentrant” geserveerd. De cabillaud à la boulangère bleek een “kabeljauw op bakkerinnentrant”. Dat zijn allemaal zeer omslachtige benamingen die, vertaald in het Nederlands, de consument even weinig informatie geven als hun Franse tegenhangers.
In een aantal gevallen nodigt de Nederlandse vertaling niet echt uit om te eten. Een assiette niçoise die een “schotel zoals in Nice” wordt, spreekt niet tot de verbeelding. Met een crêpe pousse-café die een “flensje in koffiesaus” blijkt te zijn, zou ik mijn maaltijd niet willen eindigen. Ook de pomme meringuée die een “appel op schuim” wordt, sla ik liever over. Maar een enkele keer blijkt de Nederlandse vertaling meer informatie te bevatten dan het Franse origineel. Wat een crêpe Suzanne is, blijft een raadsel. In het Nederlands komt men echter te weten dat dit een “flensje met gesneden ananas” is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten