Jong geleerd, is oud gedaan
Over 100 languages are accessible via the translating tool scroll down to the bottom of this page, or open the tool on your mobile
Patricia Van den Eeckhout
In zijn gids How to enjoy Paris (1818) merkte de Engelsman Peter Hervé op dat kinderen hun ouders vergezelden bij een restaurantbezoek. Ook de Amerikaan John P. Durbin stelde in Observations in Europe (1846) vast dat kinderen van de partij waren. Als Angelsaksers verbaasden ze zich vooral over de aanwezigheid van vrouwen in deze publieke ruimten, maar kinderen meenemen op restaurant was voor hen evenmin evident.
Was dit voor de Parijzenaars wel vanzelfsprekend? Er werd alleszins weinig ruchtbaarheid gegeven aan het feit dat kinderen in restaurants welkom waren of dat ze op een speciale behandeling mochten rekenen. Verschillende gidsen voor Parijs vermeldden in de jaren 1860/70 dat het restaurant Dîner du commerce een apart tarief had voor kinderen. Voor een avondmaaltijd betaalden de jonge restaurantbezoekers de helft van wat een volwassene moest neertellen. Geen enkel ander restaurant pakte daarmee uit. Als L’Illustration in 1903 stelt dat sommige familierestaurants een kinderportie aanbieden, dan geeft dit niet de indruk dat dit een doodnormale zaak was.
K. Baedeker, Paris et la France du Nord (1867) (Google Books)
In België en Nederland was het niet de gewoonte kinderen mee te nemen naar een restaurant. Als een Nederlandse delegatie in 1950 verslag deed van haar bezoek aan de Verenigde Staten, dan stelde ze met enige verbazing vast dat restaurants er speciale kindermenu’s aanboden en kinderstoelen en kinderservies in huis hadden. Op die manier probeerden ze de sympathie van de ouders te winnen, merkte het verslag op. Al bij al kwam de delegatie niet zoveel kinderen in restaurants tegen, maar de uitbaters waren alleszins op hun komst voorbereid.
Met kindermenu’s werd in Nederland geadverteerd vanaf de late jaren 1950; in België pakten restaurants daar pas vanaf het begin van de jaren 1970 mee uit. De koopkracht was gestegen zodat een restaurantbezoek met het hele gezin haalbaar werd. Restaurant Albert’s Corner in de Nederlandse gemeente Heerlen pikte daar in 1966 op in met deze wervende boodschap: “Ga eens fijn buiten de deur eten. ‘s Middags of ’s avonds. Zaterdag of zondag. En neem uw kinderen mee. Dan zal blijken dat kinderen bij ons gewaardeerde gasten zijn. Uit een speciaal voor hen opgestelde menukaart kunnen ze kiezen uit alle mogelijke verrukkelijke kindergerechten!”.
De goede zorg voor jeugdige klanten was een troef waarmee restauranthouders en de toeristische sector konden scoren. Toen de toeristische dienst van de Belgische badstad Knokke in 1974 een brochure voorbereidde met de restaurants van de gemeente, werd aan de uitbaters aangeraden kindermenu’s te voorzien. Op die manier zouden ze “het imago van de badplaats als kinderparadijs” in de verf zetten. Niet alle uitbaters wisten echter hoe ze een restaurantbezoek voor kinderen aantrekkelijk konden maken. Wel was iedereen het erover eens dat ze in chique restaurants niet op hun plaats waren. Maar een kindermenu bedenken was ook niet eenvoudig. Een Nederlands onderzoek uit de jaren 1980 constateerde dat tienjarigen niet hoog opliepen met de speciale kindermenu’s. De voorspelbare kip met appelmoes en kroketten ging snel vervelen.
Maar de kinderen zelf gingen soms ook op de zenuwen werken. In 1987 stelde de Nederlandse krant Het Parool een lijst op met 96 ergernissen. Op de derde plek van de meest ergerlijke dingen stond: schreeuwende kinderen in een restaurant.