25 juni 2026

 Jong geleerd, is oud gedaan


Over 100 languages are accessible via the translating tool scroll down to the bottom of this page, or open the tool on your mobile


Patricia Van den Eeckhout 


In zijn gids How to enjoy Paris (1818) merkte de Engelsman Peter Hervé op dat kinderen hun ouders vergezelden bij een restaurantbezoek. Ook de Amerikaan John P. Durbin stelde in Observations in Europe (1846) vast dat kinderen van de partij waren. Als Angelsaksers verbaasden ze zich vooral over de aanwezigheid van vrouwen in deze publieke ruimten, maar kinderen meenemen op restaurant was voor hen evenmin evident. 

Was dit voor de Parijzenaars wel vanzelfsprekend? Er werd alleszins weinig ruchtbaarheid gegeven aan het feit dat kinderen in restaurants welkom waren of dat ze op een speciale behandeling mochten rekenen. Verschillende gidsen voor Parijs vermeldden in de jaren 1860/70 dat het restaurant Dîner du commerce een apart tarief had voor kinderen. Voor een avondmaaltijd betaalden de jonge restaurantbezoekers de helft van wat een volwassene moest neertellen. Geen enkel ander restaurant pakte daarmee uit. Als L’Illustration in 1903 stelt dat sommige familierestaurants een kinderportie aanbieden, dan geeft dit niet de indruk dat dit een doodnormale zaak was. 

 

K. Baedeker, Paris et la France du Nord (1867) (Google Books)


In België en Nederland was het niet de gewoonte kinderen mee te nemen naar een restaurant. Als een Nederlandse delegatie in 1950 verslag deed van haar bezoek aan de Verenigde Staten, dan stelde ze met enige verbazing vast dat restaurants er speciale kindermenu’s aanboden en kinderstoelen en kinderservies in huis hadden. Op die manier probeerden ze de sympathie van de ouders te winnen, merkte het verslag op. Al bij al kwam de delegatie niet zoveel kinderen in restaurants tegen, maar de uitbaters waren alleszins op hun komst voorbereid.

Met kindermenu’s werd in Nederland geadverteerd vanaf de late jaren 1950; in België pakten restaurants daar pas vanaf het begin van de jaren 1970 mee uit. De koopkracht was gestegen zodat een restaurantbezoek met het hele gezin haalbaar werd. Restaurant Albert’s Corner in de Nederlandse gemeente Heerlen pikte daar in 1966 op in met deze wervende boodschap: “Ga eens fijn buiten de deur eten. ‘s Middags of ’s avonds. Zaterdag of zondag. En neem uw kinderen mee. Dan zal blijken dat kinderen bij ons gewaardeerde gasten zijn. Uit een speciaal voor hen opgestelde menukaart kunnen ze kiezen uit alle mogelijke verrukkelijke kindergerechten!”.

De goede zorg voor jeugdige klanten was een troef waarmee restauranthouders en de toeristische sector konden scoren. Toen de toeristische dienst van de Belgische badstad Knokke in 1974 een brochure voorbereidde met de restaurants van de gemeente, werd aan de uitbaters aangeraden kindermenu’s te voorzien. Op die manier zouden ze “het imago van de badplaats als kinderparadijs” in de verf zetten. Niet alle uitbaters wisten echter hoe ze een restaurantbezoek voor kinderen aantrekkelijk konden maken. Wel was iedereen het erover eens dat ze in chique restaurants niet op hun plaats waren. Maar een kindermenu bedenken was ook niet eenvoudig. Een Nederlands onderzoek uit de jaren 1980 constateerde dat tienjarigen niet hoog opliepen met de speciale kindermenu’s. De voorspelbare kip met appelmoes en kroketten ging snel vervelen. 

Maar de kinderen zelf gingen soms ook op de zenuwen werken. In 1987 stelde de Nederlandse krant Het Parool een lijst op met 96 ergernissen. Op de derde plek van de meest ergerlijke dingen stond: schreeuwende kinderen in een restaurant. 


 Kruidenierswinkels die doen dromen


Over 100 languages accessible via the translating tool: scroll down to the bottom of this article, or open the tool on your mobile

Peter Scholliers


 

Boven rechts wordt de kruidenierswinkel vermeld, “Laagste prijzen, beste hoedanigheid”, maar ook nadruk op “natuurboter” (in tegenstelling tot margarine en vervalste boter) die “wekelijksch scheikundig onderzocht” wordt (Vooruit, 2 september 1889; Amsab-ISG).


In 1883 startte de coöperatieve bakkerij van Vooruit met de bescheiden verkoop van koffie, cichorei, meel en boter. De leden bestelden de producten bij de brooddragers van de coöperatie, die ze de dag nadien thuis bezorgden. Boter moest koel worden gehouden, wat de levering natuurlijk bemoeilijkte. De verkoop was matig. Dat duurde tot 1889, toen de bakkerij van de Garenplaats verhuisde naar de Nijverheidslaan (het huidige Anseeleplein en de Nieuwevaart) en er ruimte vrij kwam voor een volwaardige kruidenierszaak. Het “vergroot kruideniersmagazijn” kende onmiddellijk succes. In 1890 was de verkoop er goed voor 9,2 procent van de totale omzet van Vooruit, maar in 1912 bedroeg die al 29,1 procent, bijna zoveel als de broodverkoop. Dat had het bestuur van Vooruit nooit durven dromen.

Waar kwam dit succes vandaan? In de twee decennia voor de Eerste Wereldoorlog steeg de koopkracht van de Gentse arbeidersklasse gevoelig, terwijl de prijs van het basisvoedsel —brood en aardappelen— daalde. Er kwam dus geld vrij voor andere voedingswaren. Een deel daarvan ging naar vlees en zuivel, maar ook naar chocolade, koekjes en conserven, voordien amper of nooit door arbeiders gekocht. Vooruit mikte op deze ‘droge’ voedingswaren die gemakkelijker dan vers vlees of zuivelproducten konden worden gestockeerd en verkocht. 

Na 1890 werden steeds meer kruidenierswaren aangeboden, al leek dat niet het gevolg van een weldoordacht plan maar eerder van spontane beslissingen en onverwachte meevallers. Stonden onder meer op de schappen: fruitsiroop, chocolade, eieren, kaas, rijst, diverse soorten suiker, puddingpoeder, vermicelli, peperkoek, koffie, aardappelen, boter, cacao, olijfolie, jam, thee en een oneindige variatie conserven van fruit, groente, vlees en vis.  Maar geen sterke drank.


 



Avanti, Een terugblik. 2de herziene en aangevulde uitgaven met bijvoeging van toestanden tot 1931. Tweede deel, Gent (S.M. Volksdrukkerij), 1935.


Er kwamen ook heel wat Vooruit-kruidenierswinkels bij. In 1910 telde Gent er negentien, naast nog een winkel in Gentbrugge en een andere in Ledeberg. In maart 1911 bezocht een redacteur van de Vooruit de 21 kruidenierswinkels op één dag, met een kritische blik op de etalages. Zijn besluit: “Wij kregen etalagen te zien welke in de grootste burgermagazijnen niet te zien zijn. Zoo is het ook dat de koopers zullen aangelokt worden”. De etalages verleidden met decors in broodsuiker, reclameborden en het kundig aanwenden van dozen en spiegels (deze laatste leverden “een tooverachtig winterzicht” op).  

Circulaires, affiches en vooral de krant Vooruit maakten voortdurend reclame. De nadruk lag op kwaliteit en lage prijzen: “Laagste prijzen der stad. Beste hoedanigheid”. Maar ook het rijke aanbod van kruidenierswaren werd benadrukt, met bijzondere aandacht voor nieuwe producten. In 1913 klonk het: “Rijk assortiment van ingelegde visch, groenten, sardienen, zalm, kreeften, erwten, snijboonen enz. goedkooper dan waar ook”. Zalm en kreeften voor spinners en wevers!