Posts tonen met het label Delhaize. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Delhaize. Alle posts tonen

06 augustus 2026

 Het ‘monopolie’ van Delhaize


Peter Scholliers


Op 4 augustus 1914 viel Duitsland België binnen en enkele weken later was het grootste deel van het land bezet. Een maand na de inval kwamen politici van alle strekkingen en financiers samen om hulp aan vluchtelingen en behoeftigen te organiseren. Ze richtten het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit op en vroegen Delhaize, een winkelketen met een centrale opslagplaats in Brussel en ongeveer 700 winkels in het hele land, te helpen bij de verdeling van voedsel. 

 


Delhaize staat klaar om voedingswaren te brengen naar de Brusselse ‘Cantine du soldat prisonnier’, een van de goede werken waaraan de winkelketen tijdens de Grote Oorlog meewerkte (1914 Illustré, nr. 58 oktober 1915, 12 (Belgicaperiodicals KBR)


Delhaize, barstend van patriottische gevoelens, aarzelde niet. Die beslissing werd ook ingegeven door de ravage die de inval veroorzaakte: 16 winkels uitgebrand, 12 winkels vernield, 67 winkels geplunderd en massa’s goederen en grondstoffen opgeëist of gestolen.

Delhaize stelde zijn centrale stapelplaats in Molenbeek, de honderden winkels, de vrachtwagens en het voltallige personeel ter beschikking van het Nationaal Komiteit. Ook verstuurde ze pakketten naar soldaten aan het front en in gevangenschap, bood hulp aan weeskinderen en hielp bij de inrichting van kantines voor behoeftigen. Daarvoor kreeg Delhaize lof van gewone Belgen en politici uit binnen- en buitenland. Natuurlijk had de winkelketen baat bij die activiteiten: zij leverden gratis publiciteit. Bovendien bleef de winkel draaien.

Dat laatste zorgde voor tandengeknars. La Belgique, een krant gepubliceerd met de zegen van de Duitsers, startte een campagne tegen Delhaize. Het ging de krant niet alleen om de winkelketen, maar vooral om de belangen van de kleine winkeliers die met lede ogen de activiteiten van Delhaize aanzagen.

La Belgique was begin 1915 gestart met een rubriek ‘Chronique des abus’ (Kroniek van misbruiken), waarin ze meende allerlei schandalen, misbruiken en omkoperij aan de kaak te moeten stellen zoals sluikhandel, woekeraars, speculatie en vriendjespolitiek. Haar motto: Belgen, hou jullie aan de (Duitse) regels en alles komt goed. 

In februari 1916 scheef La Belgique dat er wat schortte aan de wijze waarop Delhaize opereerde. Enkele botertrafikanten waren betrapt en Delhaize mocht de in beslag genomen boter verkopen. Waarom Delhaize, klaagde de krant? Maar op 3 juni 1918 schoot ze volop op de winkelketen: ‘We hebben al eerder geprotesteerd tegen het monopolie van de miljonairsfirma Delhaize dat de andere handelaars benadeelt. Maar nu verkoopt die winkel een zakje oneetbare erwten van 300 gram voor 9 frank. Die vuiligheid mag niet worden verkocht!’. Meer van dat verscheen in juni en juli. Telkens werden de ‘onterechte privileges’ van Delhaize aangeklaagd. ‘Kan iemand ons uitleggen waarom Delhaize het monopolie —uiteraard bijzonder winstgevend— heeft verkregen van de verkoop van bonenmeel?’ schreef ze einde juni. Maar, zeer merkwaardig, na juli 1918 viel La Belgique de winkelketen niet meer aan hoewel de ‘Kroniek van misbruiken’ verder liep. Waarom Delhaize gespaard werd, blijft duister.

Andere kranten hebben Delhaize nooit beschuldigd, maar vonden het ook niet nodig de firma te verdedigen. In 1919 kregen journalisten van La Belgique een proces wegens collaboratie aan hun been, waarbij de ‘Chronique des abus’ voor zeer belastend materiaal zorgde wegens de fervente anti-Belgische inhoud. Ze werden veroordeeld.