10 september 2026

 “We slaan zijn restaurant kort en klein!” 


Patricia Van den Eeckhout


Pierre Bonvalot baatte in Parijs een democratisch geprijsd eethuis uit, waar ’s middags enkele tientallen arbeiders uit de nabijgelegen drukkerij en metaalfabriek neerstreken. Op maandag 30 juli 1894 stond er “bouilli” (gekookt rundvlees) op het menu, “pommes de terre à l’huile” (een koude aardappelsla met olie, azijn en peterselie), plattekaas en een glas wijn. Omdat de arbeiders hun loon hadden gekregen, veroorloofden ze zich een extraatje: een kop koffie en een glaasje rum. 

Na de maaltijd ging iedereen weer aan het werk, maar algauw werden verschillende arbeiders overmand door grote vermoeidheid. Ze kregen krampen en moesten braken. Een zestal arbeiders was er slecht aan toe. De politiecommissaris liet ziekenwagens komen, maar precies hun komst zou de wijk in rep en roer zetten. Meteen wist iedereen dat de gebeurtenissen verband hielden met de maaltijd die de arbeiders bij Bonvalot hadden genuttigd. Er ontstond een volkstoeloop. De echtgenote van een van de getroffen arbeiders jutte de omstanders op. “De restaurateur is een gifmenger! Hij doodt arbeiders! We slaan zijn restaurant kort en klein!”, klonk het. De ruiten van de zaak gingen eraan. De politie moest restaurant Bonvalot bewaken.  

Ondertussen deden de wildste verhalen de ronde. Een pas ontslagen kokkin zou bij wijze van wraak arsenicum in het eten hebben gedaan. Er zouden ook al verschillende doden te betreuren zijn. In de praktijk verkeerde niemand in levensgevaar en herstelden de meeste patiënten vrij snel. Maar wat was er dan gebeurd? De politie nam allerhande keukengerei in beslag en beloofde een toxicologisch rapport, maar er volgde geen officiële reactie op wat er zich had afgespeeld. In de pers werden wel twee hypotheses vermeld. 

De eerste veronderstelde dat de gekookte aardappelen die zich in aarden potten bevonden, waren gaan fermenteren met de toegevoegde azijn. De tweede hypothese, die me waarschijnlijker lijkt, wijst de uitbater met de vinger. De koperen kasserol waarin de aardappelen waren gekookt, bleek erg versleten. Bonvalot had het metaal van conservenblikken gesmolten en op eigen houtje een laag gelegd die de gaten in de kasserol moest dichten. Allicht waren de aardappelen door dit oplapwerk in contact gekomen met bepaalde metalen die de eters niet goed waren bekomen. Verschillende kranten rapporteerden dat de klanten van het restaurant de uitbater niets kwalijk namen. Sommige van de slachtoffers zaten er alweer aan tafel.

De gebeurtenissen in restaurant Bonvalot werden opgepikt in de Belgische, Engelse, Duitse en Oostenrijkse pers. Het bericht uit de Belgische krant Het Laatste nieuws spreekt onterecht over iemand die stervende was. Wat evenmin klopt, is de stellige bewering dat vervalste kruidenierswaren de problemen hadden veroorzaakt. Het lijkt alsof de krant hier een “Belgische” lezing van de feiten naar voor schuift. In 1890 werd in België een wet goedgekeurd om de vervalsing van eetwaren tegen te gaan. Aangezien de Parijse autoriteiten zich niet uitspraken over wat er precies was gebeurd, gaf de krant haar eigen duiding, gebruikmakend van haar kennis van de veelbesproken eetwarenwet.   



  

De krant Het Laatste nieuws, 1 augustus 1894 (BelgicaPress) geeft haar eigen interpretatie van de feiten.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten