Wijn: daar moet je vroeg mee beginnen
Patricia Van den Eeckhout
In zijn boek Hygiène de l’enfance uit 1891 stelde de Franse dokter Hayes de vraag: mag je kinderen wijn laten drinken? Ja, luidde het antwoord, maar de wijn moet wel met water verdund en gesuikerd zijn. Gemengd met wat brood vormt dit een voedzame soep, veel gezonder dan gebakjes.
Die uitspraak was geen uitschuiver. In een rapport uit 1907 getiteld Le vin au point de vue de l’hygiène waren Franse medici van oordeel dat een gezond kind perfect wijn kon drinken. Veel kinderen dronken wijn verdund met water en hadden daar geen last van. Het was zelfs gezond. Wijn drinkende kinderen mochten echter niet té jong zijn. Maar als ze konden mee-eten met volwassenen waren ze er klaar voor.
De Manuel du jardin d’enfants (1913) stelt voor met kleuters te spreken over de goede dingen des levens zoals wijn, die funest worden als men geen maat weet te houden. Ook in andere voordrachten maakten de kleuters kennis met wijn (gallica.bnf.fr/Bibliothèque nationale de France).
Uiteraard was er ook in Frankrijk een anti-alcoholbeweging, maar die bekampte vooral eau-de-vie en absint. Het was de “slechte” alcohol die moest bestreden worden, niet een gematigde consumptie van wijn. In de jaren 1930 was de houding van sommige Franse medici ten aanzien van wijn echter wel zeer coulant geworden. In 1932 stichtten ze de organisatie Médecins amis des vins de France, die zonder schroom lobbyde voor de Franse wijn.
Een prominent lid van de medische wijnlobby was dokter Georges Portmann van de universiteit van Bordeaux. Hij schreef het voorwoord op het boek van François Dougnac Le vin aux points de vue physico-chimique, physiologique, hygiénique et thérapeutique (1935) waarmee die promoveerde aan dezelfde universiteit. Weg met de medische onwaarheden over de Franse wijn, betoogde Portmann. De strijd tegen het alcoholisme moet gevoerd worden door wijn te drinken, een natuurlijke drank die energie en vrolijkheid brengt.
In zijn doctoraat haalde François Dougnac professor René Cruchet aan (ook al van de universiteit van Bordeaux) die stelde dat men kinderen vanaf 4 jaar beperkte hoeveelheden wijn mocht laten drinken. Tot de leeftijd van 3 jaar was melk meer geschikt, maar vervolgens kon men een kind zonder probleem met water versneden wijn geven. Een andere autoriteit, professor Dieulafé, was van mening dat een kind zelden wijn weigerde als die drank hem of haar werd aangeboden. Kinderen die water dronken, deden dat zeker niet omdat ze daar zin in hadden.
Het drinken van wijn zou kinderen ook immuniseren tegen kwalijke bacteriën. François Dougnac haalde de gewezen voorzitter van de Academie voor geneeskunde aan die stelde dat kinderen die water dronken vaker appendicitis en spijsverteringsproblemen kregen. Hun broers en zusters die wijn consumeerden, waren klachtenvrij. Uiteraard was water vaak een bron van ziekten. Tot een zekere leeftijd versneed men de wijn echter met een flinke dosis water. Was dat dan niet gevaarlijk?
Dokters die gekant waren tegen wijn drinkende kinderen waren zeer onvoorzichtig, stelde François Dougnac tenslotte. Wie als kind geen wijn had geproefd, kwam als volwassene in de problemen omdat het lichaam niet aan die drank gewoon was.
